FN0713 · versie 2.0.0 · 2026-09-08
Low-code developer
FF07 ICT-ontwikkeling en engineering · ISCO-08 2514 · CBS 0814 Software- en applicatieontwikkelaars · senioriteit medior · Ook bekend als: Lowcode developer, Low code ontwikkelaar, Citizen developer, Power platform developer, No-code developer
Bouwt applicaties en workflows op een low-codeplatform, koppelt bestaande bronnen en levert oplossingen op voor afgebakende bedrijfsprocessen.
De low-code developer levert werkende toepassingen binnen de kaders van een platform en werkt daarbij dicht op de gebruiker die het proces uitvoert. Anders dan de reguliere ontwikkelaar zit de complexiteit niet in de code maar in configuratie, koppelingen en de grenzen van het platform. In de selectie wordt deze functie onderschat als klikwerk, terwijl juist beheersbaarheid het probleem is: zonder gevoel voor gegevensmodel, rechten en beheer na oplevering ontstaat een verzameling losse oplossingen die niemand kan overnemen.
26 skills · 3 te meten competenties · 4 knockout-skills · zwaartepunt: Digitaal, data en AI 59%, Cognitief vermogen en probleemoplossing 20%, Communicatie en beïnvloeding 6%
1 Te meten competenties
Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.
| Te meten competenties | Streefniveau | hrmforce instrument | Meetmethode | Gedragsanker op streefniveau |
|---|---|---|---|---|
| Abstract redeneren | N4 | Ability Scan | Cognitieve capaciteitentest | Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid | N4 | Big Fifty, 360 Feedback | Persoonlijkheidsvragenlijst | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. |
| Zelfstandig werken Competentie (50-framework): Onafhankelijkheid | N3 | Big Fifty, 15PF, Competency Check | Persoonlijkheidsvragenlijst | Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. |
2 Volledig skillprofiel
Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.
| T | Skill | Streefniveau | Gewicht | Knockout | Meetmethode | hrmforce instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|
| V | Low-code en no-code oplossingen bouwen Bepaalt waar de organisatie low-code inzet, stelt de kaders vast en voorkomt ongecontroleerde groei van losse toepassingen. | N5 | 5 | ja | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Probleemanalyse Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | N4 | 5 | ja | Assessment center | Competency Check, Ability Scan |
| A | Abstract redeneren Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. | N4 | 4 | nee | Cognitieve capaciteitentest | Ability Scan |
| V | Modelleren en abstraheren Bouwt zelf een schema van een werkproces, benoemt de aannames en toetst het model aan echte gevallen. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| G | Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 360 Feedback |
| T | Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | N4 | 4 | ja | Werkproef | Werkproef |
| V | Testen en kwaliteitsborging van software Stelt zelf testgevallen op inclusief randgevallen, automatiseert herhaalbare tests en adviseert over vrijgave op basis van bevindingen. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | API-integratie Realiseert zelfstandig een koppeling tussen twee systemen, vangt fouten op en documenteert de gegevensuitwisseling voor beheer. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef |
| V | Requirements opstellen en beheren Haalt eisen op bij verschillende belanghebbenden, maakt ze toetsbaar, prioriteert samen met hen en beheert wijzigingen navolgbaar. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Structureerd interview |
| V | Veilig ontwikkelen Herkent kwetsbaarheden in ontwerp en code, lost ze op en neemt beveiligingstests op in de eigen werkwijze. | N3 | 4 | ja | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Adviesvaardigheid Herformuleert de vraag achter de vraag, biedt twee onderbouwde opties met gevolgen en spreekt een besluitmoment af. | N3 | 3 | nee | Assessment center | Competency Check, Structureerd interview |
| V | multidisciplinair samenwerken Brengt het vraagstuk met specialisten uit verschillende vakgebieden in kaart en formuleert een gezamenlijke aanpak met heldere rolverdeling. | N3 | 3 | nee | Assessment center | 360 Feedback, Competency Check |
| V | Projectmatig werken Stelt projectplan, planning en risicolijst op voor een middelgroot project en rapporteert periodiek aan de opdrachtgever. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef, Competency Check |
| G | Zelfstandig werken Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. | N3 | 3 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Competency Check |
| V | Professioneel bijblijven en vakliteratuur Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | N3 | 3 | nee | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Datamodellering Ontwerpt een logisch gegevensmodel voor een afgebakend domein, normaliseert waar nodig en bespreekt keuzes met gebruikers en ontwikkelaars. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Programmeren Bouwt zelfstandig een functie of module vanaf de vraag, kiest passende structuren en houdt de code leesbaar en getest. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Softwareontwerp en architectuur Maakt een ontwerp voor een afgebakende applicatie, legt de belangrijkste keuzes en alternatieven vast en toetst dit bij collega's. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Technische documentatie schrijven Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Cloudplatformen benutten Richt zelfstandig clouddiensten in voor een toepassing, regelt rechten en back ups en houdt kosten en verbruik in beeld. | N3 | 3 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Releasebeheer en deployment Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Prompting en taakdelegatie aan AI Knipt een werktaak op in stappen, bepaalt welke stap AI doet en welke niet en verbetert de opdracht op basis van uitkomsten. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Functioneel beheer en applicatiebeheer Beheert een applicatie zelfstandig, prioriteert wijzigingswensen met gebruikers en test nieuwe versies voor ingebruikname. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan. | N3 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Competency Check |
| V | AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren Stelt per taak vast welke controle nodig is, spoort onjuiste of verzonnen onderdelen op en verantwoordt het gebruikte resultaat. | N3 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | feedback geven Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg. | N3 | 1 | nee | Assessment center | 360 Feedback, Communicatiestijlen |
3 Niveaus per senioriteit
Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.
| Skill | junior | medior | senior |
|---|---|---|---|
| Low-code en no-code oplossingen bouwen | N4 | N5 | N5 |
| Probleemanalyse | N3 | N4 | N5 |
| Abstract redeneren | N3 | N4 | N5 |
| Modelleren en abstraheren | N3 | N4 | N5 |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail | N3 | N4 | N5 |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow | N3 | N4 | N5 |
| Testen en kwaliteitsborging van software | N3 | N4 | N5 |
| API-integratie | N3 | N4 | N5 |
| Requirements opstellen en beheren | N4 | N4 | N4 |
| Veilig ontwikkelen | N2 | N3 | N4 |
| Adviesvaardigheid | N2 | N3 | N4 |
| multidisciplinair samenwerken | N2 | N3 | N4 |
| Projectmatig werken | N2 | N3 | N4 |
| Zelfstandig werken | N2 | N3 | N4 |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur | N2 | N3 | N4 |
| Datamodellering | N2 | N3 | N4 |
| Programmeren | N3 | N3 | N3 |
| Softwareontwerp en architectuur | N3 | N3 | N3 |
| Technische documentatie schrijven | N2 | N3 | N4 |
| Cloudplatformen benutten | N2 | N3 | N4 |
| Releasebeheer en deployment | N2 | N3 | N4 |
| Prompting en taakdelegatie aan AI | N2 | N3 | N4 |
| Functioneel beheer en applicatiebeheer | N2 | N3 | N4 |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid | N2 | N3 | N4 |
| AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren | N2 | N3 | N4 |
| feedback geven | N2 | N3 | N4 |
4 De niveauschaal
| Niveau | Label | Autonomie | Complexiteit | Bereik | Kennisdiepte |
|---|---|---|---|---|---|
| N1 | Begeleid | werkt onder toezicht en volgt instructie | routinematig, een variabele tegelijk | eigen taak | basisbegrip, kent de termen |
| N2 | Toepassend | werkt zelfstandig binnen vastgestelde kaders | bekende situaties met beperkte variatie | eigen rol | werkkennis, past standaardaanpak toe |
| N3 | Zelfstandig | stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input | meerdere variabelen, enige ambiguiteit | eigen team of proces | grondige kennis, weegt alternatieven |
| N4 | Sturend | geeft anderen richting en beslist over de aanpak | complex, met tegenstrijdige belangen | meerdere teams of een afdeling | diepgaande kennis, adviseert anderen |
| N5 | Toonaangevend | zet de standaard en het beleid | strategisch, met hoge onzekerheid | organisatie, keten of vakgebied | autoriteit, ontwikkelt het vakgebied |
5 Gedragsankers per skill
Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.
| Skill | N1 | N3 | N5 |
|---|---|---|---|
| Low-code en no-code oplossingen bouwen Bouwt werkende toepassingen en formulieren in configureerbare platformen zonder eigen programmacode en houdt beheer, rechten en houdbaarheid in het oog. | Past een bestaande toepassing aan met de configuratiemogelijkheden van het platform volgens opdracht. | Bouwt een nieuwe toepassing voor een werkproces, regelt rechten en gegevensopslag en draagt het beheer netjes over. | Bepaalt waar de organisatie low-code inzet, stelt de kaders vast en voorkomt ongecontroleerde groei van losse toepassingen. |
| Probleemanalyse Ontleedt een vraagstuk in onderdelen, scheidt oorzaken van gevolgen en benoemt welke informatie nodig is om verder te komen. | Benoemt bij een storing wat er precies afwijkt en welke gegevens ontbreken, en legt dit voor aan de begeleider. | Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | Herleidt hardnekkige organisatieproblemen tot een klein aantal grondoorzaken en legt de analysemethode vast die andere teams gaan gebruiken. |
| Abstract redeneren Herkent regels en patronen in figuren, reeksen of symbolen zonder voorkennis en past die regels toe op nieuwe, onbekende opgaven. | Vindt in een korte reeks figuren de volgende stap en legt uit welke regel daarvoor gebruikt is. | Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. | Ontrafelt vraagstukken zonder bekend voorbeeld, formuleert een nieuwe ordening en maakt die zo dat vakgenoten ermee verder kunnen werken. |
| Modelleren en abstraheren Zet een werkelijkheid om in een vereenvoudigde weergave, zoals een schema, formule of stroomdiagram, met expliciete aannames en grenzen. | Vult een bestaand schema of format in en benoemt welk onderdeel van het werk waar thuishoort. | Bouwt zelf een schema van een werkproces, benoemt de aannames en toetst het model aan echte gevallen. | Ontwikkelt modellen die meerdere afdelingen gebruiken, geeft de geldigheidsgrenzen aan en beheert de versies en wijzigingen ervan. |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens. | Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven. | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid. |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Werkt met een versiebeheersysteem, gebruikt branches en verzoeken om samenvoeging en houdt de wijzigingsgeschiedenis navolgbaar voor het team. | Legt wijzigingen vast met een duidelijke omschrijving in de aangewezen branch volgens de teamafspraak. | Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | Bepaalt de werkwijze voor versiebeheer en codebeoordeling in de organisatie en handhaaft die over teams heen. |
| Testen en kwaliteitsborging van software Bedenkt en voert tests uit op functionaliteit en randgevallen, legt bevindingen reproduceerbaar vast en beoordeelt of een oplossing vrijgegeven kan worden. | Doorloopt een testscript stap voor stap en legt elke afwijking met schermafbeelding en stappen vast. | Stelt zelf testgevallen op inclusief randgevallen, automatiseert herhaalbare tests en adviseert over vrijgave op basis van bevindingen. | Bepaalt de teststrategie en kwaliteitseisen van de organisatie en beslist wanneer software niet wordt vrijgegeven. |
| API-integratie Koppelt systemen via programmeerinterfaces, leest de bijbehorende documentatie, handelt fouten en beperkingen af en test de koppeling van begin tot eind. | Voert een voorbereide koppelingsaanroep uit volgens documentatie en meldt terugkerende foutcodes aan de ontwikkelaar. | Realiseert zelfstandig een koppeling tussen twee systemen, vangt fouten op en documenteert de gegevensuitwisseling voor beheer. | Stelt de koppelingsstandaarden en het interfacebeleid van de organisatie vast en beslist over ontsluiting naar buiten. |
| Requirements opstellen en beheren Haalt eisen en wensen op bij gebruikers en opdrachtgevers, legt ze toetsbaar vast, houdt wijzigingen bij en controleert of het resultaat eraan voldoet. | Noteert wensen van gebruikers in het afgesproken format en vraagt door tot elke wens concreet is. | Haalt eisen op bij verschillende belanghebbenden, maakt ze toetsbaar, prioriteert samen met hen en beheert wijzigingen navolgbaar. | Bepaalt de werkwijze voor eisenbeheer in de organisatie en beslist bij tegenstrijdige belangen welke eisen voorgaan. |
| Veilig ontwikkelen Bouwt software waarin invoer wordt gevalideerd, geheimen worden beschermd en bekende kwetsbaarheden worden voorkomen, en controleert dat met gerichte tests. | Volgt de veilige codeerrichtlijn bij eigen wijzigingen en vraagt na wanneer een richtlijn onduidelijk is. | Herkent kwetsbaarheden in ontwerp en code, lost ze op en neemt beveiligingstests op in de eigen werkwijze. | Stelt de eisen voor veilig ontwikkelen in de organisatie vast en beoordeelt of oplossingen daaraan voldoen voor vrijgave. |
| Adviesvaardigheid Een vraagstuk van een opdrachtgever scherp krijgen en een onderbouwd advies zo brengen dat de ontvanger het overneemt en uitvoert. | Levert gevraagde informatie aan en licht een standaardadvies toe volgens de vaste opbouw van het team. | Herformuleert de vraag achter de vraag, biedt twee onderbouwde opties met gevolgen en spreekt een besluitmoment af. | Adviseert het bestuur bij vraagstukken met tegenstrijdige belangen, weerspreekt gevestigde aannames en bewaakt de kwaliteit van adviezen in de organisatie. |
| multidisciplinair samenwerken Samenwerken met mensen uit andere vakgebieden door hun taal en werkwijze te leren kennen en gezamenlijke uitgangspunten voor het werk vast te leggen. | Vraagt bij een collega uit een ander vakgebied na wat vaktermen betekenen en vat het antwoord terug. | Brengt het vraagstuk met specialisten uit verschillende vakgebieden in kaart en formuleert een gezamenlijke aanpak met heldere rolverdeling. | Zet duurzame samenwerkingsvormen op tussen vakgebieden en beslecht conflicten tussen professionele normen op basis van het organisatiebelang. |
| Projectmatig werken Een afgebakend resultaat via fasen, mijlpalen en rolverdeling realiseren, met beheersing van tijd, geld, kwaliteit en risico's en met vaste rapportage. | Levert toegewezen projecttaken op tijd op en werkt de projectplanning bij met de eigen voortgang. | Stelt projectplan, planning en risicolijst op voor een middelgroot project en rapporteert periodiek aan de opdrachtgever. | Richt de projectaanpak van de organisatie in, beslist over start en stop van programma's en bewaakt samenhang tussen projecten. |
| Zelfstandig werken Voert toegewezen werk uit zonder tussentijdse sturing, maakt binnen de gestelde kaders eigen keuzes en meldt zelf wanneer overleg of besluitvorming nodig is. | Werkt taken af volgens instructie en legt elke afwijking direct voor aan de begeleider voordat verder wordt gegaan. | Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. | Richt de werkwijze in waarmee teams zelfstandig kunnen opereren en legt organisatiebreed vast welke besluiten wel en niet worden voorgelegd. |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze. | Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is. | Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt. |
| Datamodellering Beschrijft gegevens en hun onderlinge relaties in een model met entiteiten, attributen en sleutels dat aansluit op het werkproces. | Vult een bestaand gegevensmodel aan met nieuwe velden volgens de geldende naamconventies en laat het werk nakijken. | Ontwerpt een logisch gegevensmodel voor een afgebakend domein, normaliseert waar nodig en bespreekt keuzes met gebruikers en ontwikkelaars. | Stelt de modelleringsstandaarden en het kerngegevensmodel van de organisatie vast en beslist over afwijkingen daarop. |
| Programmeren Schrijft, leest en verbetert werkende programmacode in ten minste één taal, splitst een probleem in stappen en test de eigen oplossing. | Past bestaande code op aanwijzing aan, voert de code uit en meldt foutmeldingen die niet zelf op te lossen zijn. | Bouwt zelfstandig een functie of module vanaf de vraag, kiest passende structuren en houdt de code leesbaar en getest. | Bepaalt de programmeerstandaarden en talenkeuze voor de organisatie en beoordeelt code van anderen op kwaliteit en houdbaarheid. |
| Softwareontwerp en architectuur Ontwerpt de structuur van een applicatie of koppeling, verdeelt functionaliteit over onderdelen en weegt keuzes op onderhoudbaarheid, prestaties en beveiliging. | Werkt een aangeleverd ontwerp uit in onderdelen en stelt vragen wanneer het ontwerp onvolledig blijkt. | Maakt een ontwerp voor een afgebakende applicatie, legt de belangrijkste keuzes en alternatieven vast en toetst dit bij collega's. | Stelt de architectuurprincipes van de organisatie vast en beslist over ontwerpen met gevolgen voor meerdere systemen. |
| Technische documentatie schrijven Schrijft handleidingen, beheerdocumentatie en beslisverantwoording die een lezer zonder voorkennis stap voor stap kan volgen en die actueel blijft. | Vult een documentatiesjabloon aan met de stappen van een taak en laat de tekst controleren door een collega. | Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | Stelt de documentatiestandaard van de organisatie vast en zorgt dat documentatie onderdeel is van elke oplevering. |
| Cloudplatformen benutten Zet diensten in een cloudomgeving op en beheert die, richt rechten en kosten in en kiest tussen beschikbare dienstvormen op basis van eisen. | Gebruikt bestaande clouddiensten volgens werkinstructie en meldt afwijkend gedrag of onverwachte kosten aan de beheerder. | Richt zelfstandig clouddiensten in voor een toepassing, regelt rechten en back ups en houdt kosten en verbruik in beeld. | Bepaalt de cloudstrategie van de organisatie en beslist welke werklasten waar worden ondergebracht. |
| Releasebeheer en deployment Plant en voert het uitrollen van nieuwe versies uit, controleert vooraf en achteraf op werking en zorgt dat terugdraaien mogelijk blijft. | Voert de stappen van een uitrolplan uit en meldt direct wanneer een stap niet het verwachte resultaat geeft. | Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | Bepaalt het releasebeleid van de organisatie, beslist over uitrolvensters en verbetert de doorlooptijd van wijzigingen structureel. |
| Prompting en taakdelegatie aan AI Verdeelt werk tussen mens en AI-systeem, formuleert opdracht, context en vorm van het gewenste resultaat en stuurt bij op basis van de uitvoer. | Stelt een enkelvoudige opdracht aan een AI-hulpmiddel met duidelijke vraag en gewenste vorm en gebruikt het resultaat na controle. | Knipt een werktaak op in stappen, bepaalt welke stap AI doet en welke niet en verbetert de opdracht op basis van uitkomsten. | Ontwikkelt organisatiebrede werkwijzen voor taakverdeling met AI en leidt anderen op in effectief en verantwoord opdrachtgeven. |
| Functioneel beheer en applicatiebeheer Houdt een applicatie werkend en passend voor gebruikers door wensen te verzamelen, instellingen te beheren en wijzigingen met leverancier af te stemmen. | Handelt gebruikersvragen over een applicatie af volgens werkinstructie en legt wensen vast in het aangewezen register. | Beheert een applicatie zelfstandig, prioriteert wijzigingswensen met gebruikers en test nieuwe versies voor ingebruikname. | Bepaalt de inrichting van functioneel beheer in de organisatie en beslist over de levensduur van applicaties. |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Gedachten in correcte en leesbare tekst zetten met een logische alinea-opbouw, passende toon en woordkeus die bij de lezer aansluit. | Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde. | Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan. | Stelt de schrijfwijzer en huisstijl voor de organisatie op, keurt publicaties inhoudelijk goed en ontwikkelt de schrijfvaardigheid van teams. |
| AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren Controleert uitvoer van AI-systemen op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid, verifieert beweringen bij bronnen en besluit of de uitvoer wordt gebruikt. | Controleert feiten en cijfers uit AI-uitvoer bij een betrouwbare bron voordat het resultaat wordt doorgegeven. | Stelt per taak vast welke controle nodig is, spoort onjuiste of verzonnen onderdelen op en verantwoordt het gebruikte resultaat. | Ontwerpt het verificatiebeleid van de organisatie en bepaalt bij welke toepassingen menselijke controle verplicht blijft. |
| feedback geven Concreet gedrag en het effect daarvan benoemen aan een ander, met een verzoek of voorstel, op een moment en manier die het gesprek mogelijk houden. | Geeft na een gezamenlijke taak aan wat een collega goed deed en noemt daarbij een concreet voorbeeld. | Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg. | Voert feedback als werkwijze in bij meerdere teams, traint leidinggevenden erin en monitort of ongewenst gedrag eerder wordt besproken. |
6 Meetmethoden en validiteit
De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.
| Meetmethode | rho | SD | Wat het is |
|---|---|---|---|
| Werkproef | 0.33 | 0.09 | De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities. |
| Assessment center | 0.29 | 0.09 | Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring. |
| Cognitieve capaciteitentest | 0.41 | 0.14 | Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen. |
| Persoonlijkheidsvragenlijst | 0.40 | 0.15 | Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF. |
| Portfolio/bewijsstuk | - | - | Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria. |
| Kennistoets | 0.40 | 0.13 | Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld. |
7 Meetinstrumenten voor deze functie
| hrmforce instrument | Skills | Wat het meet |
|---|---|---|
| Werkproef | 17 | Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities |
| Kennistoets (klantspecifiek) | 10 | Toets van vakkennis, per klant samengesteld |
| Portfolio | 6 | Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria |
| Competency Check | 6 | Competentiebeoordeling op gedragsniveau |
| 360 Feedback | 3 | Meervoudige beoordeling op gedragsankers |
| Ability Scan | 2 | Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen |
| Big Fifty | 2 | Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren |
| Structureerd interview | 2 | Gedragsgericht interview met vaste opzet |
| 15PF | 1 | Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty |
| Communicatiestijlen | 1 | Voorkeursstijl in communicatie |
8 Hoe je dit profiel gebruikt
- Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
- Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
- Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
- Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.
Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.
hrmforce · hrmforce.com · FN0713