FN0903 · versie 2.0.0 · 2026-09-08
Cloud engineer
FF09 ICT-infrastructuur, beheer en security · ISCO-08 2522 · CBS 0812 Systeembeheerders en netwerkspecialisten · senioriteit medior · Ook bekend als: Cloudengineer, Cloud specialist, Cloud infrastructuur engineer, Azure engineer, AWS engineer
Bouwt en beheert infrastructuur op cloudplatformen, legt die vast in code en zorgt voor beschikbaarheid, beveiliging en kostenbeheersing.
De cloud engineer richt omgevingen in bij een cloudleverancier en beheert die grotendeels via configuratie en scripts in plaats van met de hand. Anders dan de systeembeheerder is zijn werk daarmee ook softwareontwikkeling, en anders dan de cloud architect maakt hij de gekozen inrichting werkend. De selectie vraagt naar platformcertificaten, terwijl het onderscheid ligt in kostenbewustzijn en rechtenbeheer: een technisch correcte omgeving kan een organisatie alsnog in de problemen brengen door onbeheerste uitgaven of te ruime toegang.
25 skills · 4 te meten competenties · 6 knockout-skills · zwaartepunt: Digitaal, data en AI 72%, Cognitief vermogen en probleemoplossing 9%, Zelfmanagement, drive en veerkracht 8%
1 Te meten competenties
Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.
| Te meten competenties | Streefniveau | hrmforce instrument | Meetmethode | Gedragsanker op streefniveau |
|---|---|---|---|---|
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid | N4 | Big Fifty, 360 Feedback | Persoonlijkheidsvragenlijst | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. |
| integriteit en betrouwbaarheid Competentie (50-framework): Integriteit | N4 | Big Fifty (schaal Integriteit), 360 Feedback, Structureerd interview | Persoonlijkheidsvragenlijst | Meldt uit eigen beweging een mogelijke belangenverstrengeling en vraagt om toetsing voordat er een besluit wordt genomen. |
| Discipline en afspraken nakomen Competentie (50-framework): Discipline | N4 | Big Fifty, 15PF, 360 Feedback | Persoonlijkheidsvragenlijst | Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat. |
| Stressbestendigheid Competentie (50-framework): Stressbestendigheid | N4 | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) | Persoonlijkheidsvragenlijst | Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. |
2 Volledig skillprofiel
Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.
| T | Skill | Streefniveau | Gewicht | Knockout | Meetmethode | hrmforce instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|
| V | Cloudplatformen benutten Bepaalt de cloudstrategie van de organisatie en beslist welke werklasten waar worden ondergebracht. | N5 | 5 | ja | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Probleemanalyse Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | N4 | 5 | ja | Assessment center | Competency Check, Ability Scan |
| K | Netwerkbasiskennis Leidt uit symptomen af in welke laag van het netwerk een probleem zit en onderbouwt dat met eigen metingen. | N4 | 5 | ja | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Systeembeheer en monitoring Beheert een systeemomgeving zelfstandig, stelt bewakingsdrempels in en verbetert terugkerende oorzaken van verstoringen. | N4 | 5 | ja | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Incidentbeheer en storingsoplossing Stelt bij een onbekende storing zelf een onderzoekslijn op, herstelt de dienst en legt oorzaak en oplossing vast voor hergebruik. | N4 | 5 | ja | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Toegangsbeheer en identiteitsbeheer Ontwerpt rollen en rechten voor een applicatie, voert de periodieke controle uit en corrigeert te ruime toegang. | N4 | 5 | ja | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| G | Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 360 Feedback |
| G | integriteit en betrouwbaarheid Meldt uit eigen beweging een mogelijke belangenverstrengeling en vraagt om toetsing voordat er een besluit wordt genomen. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty (schaal Integriteit), 360 Feedback, Structureerd interview |
| G | Discipline en afspraken nakomen Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, 360 Feedback |
| G | Stressbestendigheid Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) |
| V | Informatiebeveiliging in het werkproces Weegt bij nieuwe werkafspraken de beveiligingsrisico's mee, past maatregelen aan en spreekt collega's aan op onveilig gedrag. | N4 | 4 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Programmeren Bouwt zelfstandig een functie of module vanaf de vraag, kiest passende structuren en houdt de code leesbaar en getest. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| T | Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef |
| V | Releasebeheer en deployment Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| K | Informatiebeveiligingsbewustzijn Legt collega's uit hoe dreigingen werken, beoordeelt twijfelgevallen zelf en past het eigen gedrag aan nieuwe dreigingen aan. | N4 | 4 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Procesautomatisering Beschrijft een proces in stappen, automatiseert de herhaalbare stappen en bouwt controles in op fouten en uitzonderingen. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Dreigings- en risicoanalyse Voert zelfstandig een dreigingsanalyse uit op een toepassing, prioriteert risico's en adviseert over maatregelen met kosten en effect. | N3 | 4 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Respons op beveiligingsincidenten Beperkt zelfstandig de schade bij een incident, bewaart bewijsmateriaal en levert een navolgbare tijdlijn van gebeurtenissen op. | N3 | 4 | nee | Simulatie | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Leren van fouten en incidenten Analyseert eigen fouten en die van het team, bespreekt de oorzaak open in het werkoverleg en past afspraken aan. | N3 | 3 | nee | Situational Judgement Test | 360 Feedback, Competency Check |
| V | Professioneel bijblijven en vakliteratuur Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | N3 | 3 | nee | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | API-integratie Realiseert zelfstandig een koppeling tussen twee systemen, vangt fouten op en documenteert de gegevensuitwisseling voor beheer. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef |
| V | Technische documentatie schrijven Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Functioneel beheer en applicatiebeheer Beheert een applicatie zelfstandig, prioriteert wijzigingswensen met gebruikers en test nieuwe versies voor ingebruikname. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Dataclassificatie en bewaartermijnen Stelt voor een informatiestroom de classificatie en bewaartermijn vast en controleert of opschoning volgens plan gebeurt. | N3 | 2 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Leverancier- en contractmanagement voor IT Controleert facturen en geleverde diensten aan de hand van het contract en meldt afwijkingen aan de contractbeheerder. | N2 | 1 | nee | Structureerd interview | Structureerd interview, Portfolio |
3 Niveaus per senioriteit
Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.
| Skill | medior | senior |
|---|---|---|
| Cloudplatformen benutten | N5 | N5 |
| Probleemanalyse | N4 | N5 |
| Netwerkbasiskennis | N4 | N5 |
| Systeembeheer en monitoring | N4 | N5 |
| Incidentbeheer en storingsoplossing | N4 | N5 |
| Toegangsbeheer en identiteitsbeheer | N4 | N5 |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail | N4 | N5 |
| integriteit en betrouwbaarheid | N4 | N5 |
| Discipline en afspraken nakomen | N4 | N5 |
| Stressbestendigheid | N4 | N5 |
| Informatiebeveiliging in het werkproces | N4 | N5 |
| Programmeren | N4 | N5 |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow | N4 | N5 |
| Releasebeheer en deployment | N4 | N4 |
| Informatiebeveiligingsbewustzijn | N4 | N5 |
| Procesautomatisering | N4 | N4 |
| Dreigings- en risicoanalyse | N3 | N4 |
| Respons op beveiligingsincidenten | N3 | N4 |
| Leren van fouten en incidenten | N3 | N4 |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur | N3 | N4 |
| API-integratie | N3 | N4 |
| Technische documentatie schrijven | N3 | N4 |
| Functioneel beheer en applicatiebeheer | N3 | N4 |
| Dataclassificatie en bewaartermijnen | N3 | N4 |
| Leverancier- en contractmanagement voor IT | N2 | N3 |
4 De niveauschaal
| Niveau | Label | Autonomie | Complexiteit | Bereik | Kennisdiepte |
|---|---|---|---|---|---|
| N1 | Begeleid | werkt onder toezicht en volgt instructie | routinematig, een variabele tegelijk | eigen taak | basisbegrip, kent de termen |
| N2 | Toepassend | werkt zelfstandig binnen vastgestelde kaders | bekende situaties met beperkte variatie | eigen rol | werkkennis, past standaardaanpak toe |
| N3 | Zelfstandig | stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input | meerdere variabelen, enige ambiguiteit | eigen team of proces | grondige kennis, weegt alternatieven |
| N4 | Sturend | geeft anderen richting en beslist over de aanpak | complex, met tegenstrijdige belangen | meerdere teams of een afdeling | diepgaande kennis, adviseert anderen |
| N5 | Toonaangevend | zet de standaard en het beleid | strategisch, met hoge onzekerheid | organisatie, keten of vakgebied | autoriteit, ontwikkelt het vakgebied |
5 Gedragsankers per skill
Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.
| Skill | N1 | N3 | N5 |
|---|---|---|---|
| Cloudplatformen benutten Zet diensten in een cloudomgeving op en beheert die, richt rechten en kosten in en kiest tussen beschikbare dienstvormen op basis van eisen. | Gebruikt bestaande clouddiensten volgens werkinstructie en meldt afwijkend gedrag of onverwachte kosten aan de beheerder. | Richt zelfstandig clouddiensten in voor een toepassing, regelt rechten en back ups en houdt kosten en verbruik in beeld. | Bepaalt de cloudstrategie van de organisatie en beslist welke werklasten waar worden ondergebracht. |
| Probleemanalyse Ontleedt een vraagstuk in onderdelen, scheidt oorzaken van gevolgen en benoemt welke informatie nodig is om verder te komen. | Benoemt bij een storing wat er precies afwijkt en welke gegevens ontbreken, en legt dit voor aan de begeleider. | Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | Herleidt hardnekkige organisatieproblemen tot een klein aantal grondoorzaken en legt de analysemethode vast die andere teams gaan gebruiken. |
| Netwerkbasiskennis Kent de werking van netwerken op hoofdlijnen zoals adressering, routering, poorten en naamsopvraging en benoemt waar een verbindingsprobleem kan ontstaan. | Legt uit welke onderdelen een verbinding vormen en voert een aangereikte controle zoals een verbindingstest uit. | Leidt uit symptomen af in welke laag van het netwerk een probleem zit en onderbouwt dat met eigen metingen. | Draagt de netwerkkennis in de organisatie uit, stelt de ontwerpuitgangspunten vast en beoordeelt netwerkontwerpen van leveranciers. |
| Systeembeheer en monitoring Houdt systemen werkend door instellingen, updates en rechten te beheren, richt bewaking in en handelt op signalen voordat gebruikers hinder ondervinden. | Voert geplande beheertaken en updates uit volgens draaiboek en meldt afwijkingen in de bewakingssignalen. | Beheert een systeemomgeving zelfstandig, stelt bewakingsdrempels in en verbetert terugkerende oorzaken van verstoringen. | Bepaalt de beheer en bewakingsstandaarden van de organisatie en beslist over de inrichting van de systeemomgeving. |
| Incidentbeheer en storingsoplossing Neemt storingen aan, stelt de oorzaak vast via gerichte stappen, herstelt de dienst en houdt melders en betrokkenen op de hoogte. | Registreert een storing volledig, doorloopt de standaardstappen en schaalt op zodra de eigen stappen niet werken. | Stelt bij een onbekende storing zelf een onderzoekslijn op, herstelt de dienst en legt oorzaak en oplossing vast voor hergebruik. | Richt het incidentproces van de organisatie in, leidt de aanpak bij zware verstoringen en verantwoordt die naar directie en klanten. |
| Toegangsbeheer en identiteitsbeheer Kent rechten toe op basis van rol en noodzaak, controleert periodiek wie waar bij kan en trekt rechten in bij wijziging of uitstroom. | Verwerkt aanvragen voor toegang volgens het vastgestelde rollenschema en legt elke wijziging vast. | Ontwerpt rollen en rechten voor een applicatie, voert de periodieke controle uit en corrigeert te ruime toegang. | Bepaalt het toegangsbeleid van de organisatie en verantwoordt de beheersing van rechten bij audits. |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens. | Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven. | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid. |
| integriteit en betrouwbaarheid Handelen volgens geldende normen en afspraken, ook zonder toezicht, en transparant zijn over eigen belangen, gemaakte fouten en twijfelgevallen. | Houdt zich aan gemaakte afspraken en gedragsregels en meldt een eigen fout bij de leidinggevende. | Meldt uit eigen beweging een mogelijke belangenverstrengeling en vraagt om toetsing voordat er een besluit wordt genomen. | Stelt de integriteitsnormen van de organisatie vast, handhaaft die ook bij invloedrijke betrokkenen en legt keuzes in het openbaar uit. |
| Discipline en afspraken nakomen Houdt zich aan gemaakte afspraken, procedures en toezeggingen, ook zonder controle, en meldt tijdig wanneer een afspraak niet haalbaar blijkt. | Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider. | Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat. | Legt de norm voor betrouwbaar nakomen vast in werkafspraken en spreekt op elk niveau aan wie die norm structureel laat lopen. |
| Stressbestendigheid Blijft bij tijdsdruk, tegenspraak of onverwachte wendingen dezelfde kwaliteit werk leveren en houdt in het contact met anderen een zakelijke toon. | Werkt bij oplopende drukte door aan de lopende taak en vraagt de begeleider welke taak kan wachten. | Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. | Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk. |
| Informatiebeveiliging in het werkproces Past beveiligingsmaatregelen toe in dagelijkse werkzaamheden zoals veilig delen, classificeren en opslaan van informatie en signaleert risicovolle werkwijzen. | Volgt de beveiligingsregels voor delen en opslaan van informatie en meldt een vermoedelijk incident direct. | Weegt bij nieuwe werkafspraken de beveiligingsrisico's mee, past maatregelen aan en spreekt collega's aan op onveilig gedrag. | Stelt het beveiligingsbeleid voor informatie vast en bewaakt organisatiebreed dat processen aan de gestelde eisen voldoen. |
| Programmeren Schrijft, leest en verbetert werkende programmacode in ten minste één taal, splitst een probleem in stappen en test de eigen oplossing. | Past bestaande code op aanwijzing aan, voert de code uit en meldt foutmeldingen die niet zelf op te lossen zijn. | Bouwt zelfstandig een functie of module vanaf de vraag, kiest passende structuren en houdt de code leesbaar en getest. | Bepaalt de programmeerstandaarden en talenkeuze voor de organisatie en beoordeelt code van anderen op kwaliteit en houdbaarheid. |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Werkt met een versiebeheersysteem, gebruikt branches en verzoeken om samenvoeging en houdt de wijzigingsgeschiedenis navolgbaar voor het team. | Legt wijzigingen vast met een duidelijke omschrijving in de aangewezen branch volgens de teamafspraak. | Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | Bepaalt de werkwijze voor versiebeheer en codebeoordeling in de organisatie en handhaaft die over teams heen. |
| Releasebeheer en deployment Plant en voert het uitrollen van nieuwe versies uit, controleert vooraf en achteraf op werking en zorgt dat terugdraaien mogelijk blijft. | Voert de stappen van een uitrolplan uit en meldt direct wanneer een stap niet het verwachte resultaat geeft. | Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | Bepaalt het releasebeleid van de organisatie, beslist over uitrolvensters en verbetert de doorlooptijd van wijzigingen structureel. |
| Informatiebeveiligingsbewustzijn Kent de meest voorkomende dreigingen zoals phishing, gijzelsoftware en misleiding, herkent signalen ervan en weet welke handeling dan verwacht wordt. | Herkent een duidelijk phishingbericht, klikt niet en meldt het bericht via het aangewezen kanaal. | Legt collega's uit hoe dreigingen werken, beoordeelt twijfelgevallen zelf en past het eigen gedrag aan nieuwe dreigingen aan. | Ontwerpt het bewustzijnsprogramma van de organisatie, meet het effect en stuurt de aanpak bij op basis van meetresultaten. |
| Procesautomatisering Analyseert een terugkerend werkproces, bouwt of laat bouwen dat stappen automatisch verlopen en controleert of de uitkomst betrouwbaar blijft. | Voert een bestaande automatisering uit en meldt wanneer de uitkomst afwijkt van wat verwacht werd. | Beschrijft een proces in stappen, automatiseert de herhaalbare stappen en bouwt controles in op fouten en uitzonderingen. | Bepaalt de automatiseringsagenda van de organisatie en beslist welke processen wel en niet worden geautomatiseerd. |
| Dreigings- en risicoanalyse Brengt dreigingen, zwakke plekken en gevolgen voor een systeem of proces in kaart, weegt kans tegen impact en benoemt passende maatregelen. | Vult een risico-inventarisatie in aan de hand van een gegeven lijst dreigingen en legt de uitkomst voor aan de specialist. | Voert zelfstandig een dreigingsanalyse uit op een toepassing, prioriteert risico's en adviseert over maatregelen met kosten en effect. | Bepaalt de risicobereidheid en analysemethode van de organisatie en verantwoordt het beveiligingsrisicobeeld aan de directie. |
| Respons op beveiligingsincidenten Handelt bij een beveiligingsincident volgens draaiboek door te beperken, bewijs te bewaren, te herstellen en de juiste partijen tijdig te informeren. | Meldt een vermoed incident onmiddellijk, raakt niets aan en volgt de aanwijzingen van de coördinator. | Beperkt zelfstandig de schade bij een incident, bewaart bewijsmateriaal en levert een navolgbare tijdlijn van gebeurtenissen op. | Leidt de organisatiebrede responsorganisatie, beslist over communicatie naar buiten en verbetert het draaiboek na elke oefening. |
| Leren van fouten en incidenten Onderzoekt na een fout of incident wat er is gebeurd, benoemt de oorzaak zonder de schuld te verplaatsen en verandert de werkwijze op dat punt. | Meldt een eigen fout direct bij de begeleider en herhaalt de taak volgens de gecorrigeerde instructie. | Analyseert eigen fouten en die van het team, bespreekt de oorzaak open in het werkoverleg en past afspraken aan. | Zorgt dat incidenten organisatiebreed veilig gemeld worden, laat oorzaken structureel uitzoeken en verwerkt de lessen in beleid en standaarden. |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze. | Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is. | Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt. |
| API-integratie Koppelt systemen via programmeerinterfaces, leest de bijbehorende documentatie, handelt fouten en beperkingen af en test de koppeling van begin tot eind. | Voert een voorbereide koppelingsaanroep uit volgens documentatie en meldt terugkerende foutcodes aan de ontwikkelaar. | Realiseert zelfstandig een koppeling tussen twee systemen, vangt fouten op en documenteert de gegevensuitwisseling voor beheer. | Stelt de koppelingsstandaarden en het interfacebeleid van de organisatie vast en beslist over ontsluiting naar buiten. |
| Technische documentatie schrijven Schrijft handleidingen, beheerdocumentatie en beslisverantwoording die een lezer zonder voorkennis stap voor stap kan volgen en die actueel blijft. | Vult een documentatiesjabloon aan met de stappen van een taak en laat de tekst controleren door een collega. | Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | Stelt de documentatiestandaard van de organisatie vast en zorgt dat documentatie onderdeel is van elke oplevering. |
| Functioneel beheer en applicatiebeheer Houdt een applicatie werkend en passend voor gebruikers door wensen te verzamelen, instellingen te beheren en wijzigingen met leverancier af te stemmen. | Handelt gebruikersvragen over een applicatie af volgens werkinstructie en legt wensen vast in het aangewezen register. | Beheert een applicatie zelfstandig, prioriteert wijzigingswensen met gebruikers en test nieuwe versies voor ingebruikname. | Bepaalt de inrichting van functioneel beheer in de organisatie en beslist over de levensduur van applicaties. |
| Dataclassificatie en bewaartermijnen Rubriceert informatie naar gevoeligheid en belang, koppelt daaraan bewaartermijnen en zorgt dat verwijdering en archivering daadwerkelijk plaatsvinden. | Kent een classificatielabel toe volgens het schema en legt onduidelijke gevallen voor aan de beheerder. | Stelt voor een informatiestroom de classificatie en bewaartermijn vast en controleert of opschoning volgens plan gebeurt. | Ontwerpt het classificatie en bewaarbeleid van de organisatie en verantwoordt dit bij audits en toezicht. |
| Leverancier- en contractmanagement voor IT Beheert afspraken met IT-leveranciers over levering, prestatie en kosten, volgt naleving en spreekt leveranciers aan op afwijkingen. | Controleert facturen en geleverde diensten aan de hand van het contract en meldt afwijkingen aan de contractbeheerder. | Voert leveranciersgesprekken over prestatie en kosten, legt afspraken vast en stuurt bij wanneer afspraken niet worden nagekomen. | Bepaalt het leveranciersbeleid van de organisatie, sluit de belangrijkste contracten en beslist over beëindiging of overstap. |
6 Meetmethoden en validiteit
De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.
| Meetmethode | rho | SD | Wat het is |
|---|---|---|---|
| Kennistoets | 0.40 | 0.13 | Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld. |
| Assessment center | 0.29 | 0.09 | Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring. |
| Werkproef | 0.33 | 0.09 | De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities. |
| Persoonlijkheidsvragenlijst | 0.40 | 0.15 | Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF. |
| Simulatie | - | - | Nagebootste werksituatie, meestal digitaal, met gestandaardiseerde scoring. |
| Situational Judgement Test | 0.12 | 0.11 | Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens. |
| Portfolio/bewijsstuk | - | - | Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria. |
| Structureerd interview | 0.42 | 0.19 | Gedragsgericht interview met vaste vragen en een beoordelingsschaal per vraag. |
7 Meetinstrumenten voor deze functie
| hrmforce instrument | Skills | Wat het meet |
|---|---|---|
| Kennistoets (klantspecifiek) | 14 | Toets van vakkennis, per klant samengesteld |
| Werkproef | 13 | Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities |
| 360 Feedback | 4 | Meervoudige beoordeling op gedragsankers |
| Portfolio | 4 | Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria |
| Big Fifty | 3 | Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren |
| Competency Check | 2 | Competentiebeoordeling op gedragsniveau |
| Structureerd interview | 2 | Gedragsgericht interview met vaste opzet |
| 15PF | 2 | Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty |
| Ability Scan | 1 | Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen |
| Big Fifty (schaal Integriteit) | 1 | |
| Mentale Weerbaarheid (4C) | 1 | Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model |
8 Hoe je dit profiel gebruikt
- Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
- Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
- Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
- Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.
Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.
hrmforce · hrmforce.com · FN0903