FN1413 · versie 2.0.0 · 2026-09-08
Grondwerker
FF14 Bouw, installatie en infra · ISCO-08 9312 · CBS 0731 Bouwarbeiders ruwbouw · senioriteit junior · Ook bekend als: Grondverzetmedewerker, Rioleringswerker, Bouwplaatsmedewerker grondwerk
Voert grondverzet, bemaling en riolering uit op de bouwplaats en legt funderingen en kabeltracés aan volgens tekening.
De grondwerker werkt in het begin van het bouwproces, vaak in samenwerking met een machinist grondverzet. Het onderscheid met een algemeen bouwvakker zit in kennis van ondergrondse infrastructuur en de risico's daarvan. Selectie loopt vaak vast op onvoldoende kennis van kabels en leidingen in de grond, wat tot ernstige incidenten kan leiden als daar niet zorgvuldig mee wordt omgegaan.
23 skills · 6 te meten competenties · 4 knockout-skills · zwaartepunt: Uitvoering, ambacht, veiligheid en duurzaamheid 40%, Vakinhoudelijke kennisdomeinen 25%, Cognitief vermogen en probleemoplossing 9%
1 Te meten competenties
Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.
| Te meten competenties | Streefniveau | hrmforce instrument | Meetmethode | Gedragsanker op streefniveau |
|---|---|---|---|---|
| Veiligheidsbewustzijn Competentie (50-framework): Discipline Knockout | N3 | Big Fifty, Competency Check | Situational Judgement Test | Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen. |
| Fysieke kracht en belastbaarheid Competentie (50-framework): Energie | N4 | Werkproef | Werkproef | Verzet zelfstandig zware lasten met hulpmiddelen, verdeelt de inspanning over de dienst en houdt het afgesproken tempo vast. |
| Ruimtelijk inzicht | N2 | Ability Scan | Cognitieve capaciteitentest | Wijst op een plattegrond de juiste route aan en benoemt welke kant links of rechts van de ingang ligt. |
| Discipline en afspraken nakomen Competentie (50-framework): Discipline | N2 | Big Fifty, 15PF, 360 Feedback | Persoonlijkheidsvragenlijst | Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider. |
| Klantgerichtheid Competentie (50-framework): Klantgerichtheid | N2 | Big Fifty, Competency Check, 360 Feedback | 360 feedback | Reageert binnen de afgesproken termijn op klantvragen en verwijst door wanneer het antwoord buiten de eigen taak valt. |
| Doorzettingsvermogen Competentie (50-framework): Doorzettingsvermogen | N2 | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) | Persoonlijkheidsvragenlijst | Pakt een taak na een mislukte poging opnieuw op zodra de begeleider laat zien hoe het anders kan. |
2 Volledig skillprofiel
Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.
| T | Skill | Streefniveau | Gewicht | Knockout | Meetmethode | hrmforce instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|
| V | Bouwtechnisch werken Werkt zelfstandig een bouwdetail uit op de bouwplaats, kiest passende materialen en lost maatafwijkingen ter plekke op. | N3 | 5 | ja | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| G | Veiligheidsbewustzijn Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen. | N3 | 5 | ja | Situational Judgement Test | Big Fifty, Competency Check |
| V | Technische tekeningen lezen en toepassen Wijst op een tekening de maten, symbolen en aanzichten aan die bij de eigen werkzaamheden horen. | N2 | 5 | ja | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| A | Fysieke kracht en belastbaarheid Verzet zelfstandig zware lasten met hulpmiddelen, verdeelt de inspanning over de dienst en houdt het afgesproken tempo vast. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef |
| A | Ruimtelijk inzicht Wijst op een plattegrond de juiste route aan en benoemt welke kant links of rechts van de ingang ligt. | N2 | 4 | nee | Cognitieve capaciteitentest | Ability Scan |
| V | afstemmen en coördineren Stemt de eigen werkzaamheden af met een directe collega en bevestigt wie welke taak wanneer oppakt. | N2 | 4 | nee | Assessment center | Competency Check, 360 Feedback |
| G | Discipline en afspraken nakomen Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider. | N2 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, 360 Feedback |
| K | Bouwregelgeving en normen toepassen Zoekt bij een eenvoudige bouwvraag de toepasselijke eis op in de regelgeving en legt de uitkomst voor. | N2 | 4 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Gereedschap kiezen en gebruiken Gebruikt het aangereikte gereedschap voor een vaste handeling en legt het na gebruik op de vaste plaats terug. | N2 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef |
| V | Persoonlijke beschermingsmiddelen correct gebruiken Draagt de voorgeschreven beschermingsmiddelen op de werkplek en vraagt om vervanging bij zichtbare schade. | N2 | 4 | nee | Praktijkobservatie | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Veilig werken op hoogte en in besloten ruimten Werkt onder toezicht op hoogte met de voorgeschreven valbeveiliging en verlaat de plek bij twijfel. | N2 | 4 | ja | Certificaat/diploma | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Risicobeoordeling Signaleert onveilige of afwijkende situaties in het eigen werk en meldt die volgens de geldende procedure. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Competency Check, Werkproef |
| G | Klantgerichtheid Reageert binnen de afgesproken termijn op klantvragen en verwijst door wanneer het antwoord buiten de eigen taak valt. | N2 | 3 | nee | 360 feedback | Big Fifty, Competency Check, 360 Feedback |
| V | Plannen en organiseren Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Competency Check, 360 Feedback, Werkproef |
| G | Doorzettingsvermogen Pakt een taak na een mislukte poging opnieuw op zodra de begeleider laat zien hoe het anders kan. | N2 | 3 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) |
| V | Werkvoorbereiding bouw Verzamelt onder begeleiding gegevens uit tekening en bestek en vult de materiaalstaat volgens het vaste format in. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Uitvoeringstoezicht op de bouwplaats Loopt onder begeleiding een controleronde, vult de checklist in en meldt onveilige situaties direct bij de uitvoerder. | N2 | 3 | nee | Praktijkobservatie | Werkproef, Competency Check |
| V | Machines bedienen Start en stopt een machine volgens de werkinstructie en waarschuwt bij elke afwijking de operator. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| K | Materiaalkennis toepassen Noemt van de meest gebruikte materialen de naam en de voorgeschreven bewerking en pakt het juiste materiaal. | N2 | 3 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Risico-inventarisatie op de werkplek uitvoeren Loopt met een checklist de werkplek na en tekent aan welke gevaren daarbij zichtbaar zijn. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Begeleiden op de werkvloer Werkt naast een nieuwe collega, wijst op afwijkingen in de handeling en meldt de voortgang aan de praktijkopleider. | N1 | 2 | nee | Praktijkobservatie | 360 Feedback, Competency Check |
| V | Werken met digitale apparaten en applicaties Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp. | N1 | 2 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Werken in extreme omstandigheden Volgt de voorgeschreven werkwijze voor de omstandigheid en houdt de vastgestelde werktijden en pauzes aan. | N1 | 2 | nee | Praktijkobservatie | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
3 Niveaus per senioriteit
Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.
| Skill | junior | medior |
|---|---|---|
| Bouwtechnisch werken | N3 | N4 |
| Veiligheidsbewustzijn | N3 | N4 |
| Technische tekeningen lezen en toepassen | N2 | N3 |
| Fysieke kracht en belastbaarheid | N4 | N4 |
| Ruimtelijk inzicht | N2 | N3 |
| afstemmen en coördineren | N2 | N3 |
| Discipline en afspraken nakomen | N2 | N3 |
| Bouwregelgeving en normen toepassen | N2 | N3 |
| Gereedschap kiezen en gebruiken | N2 | N3 |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen correct gebruiken | N2 | N3 |
| Veilig werken op hoogte en in besloten ruimten | N2 | N3 |
| Risicobeoordeling | N2 | N3 |
| Klantgerichtheid | N2 | N3 |
| Plannen en organiseren | N2 | N3 |
| Doorzettingsvermogen | N2 | N3 |
| Werkvoorbereiding bouw | N2 | N3 |
| Uitvoeringstoezicht op de bouwplaats | N2 | N3 |
| Machines bedienen | N2 | N3 |
| Materiaalkennis toepassen | N2 | N3 |
| Risico-inventarisatie op de werkplek uitvoeren | N2 | N3 |
| Begeleiden op de werkvloer | N1 | N2 |
| Werken met digitale apparaten en applicaties | N1 | N2 |
| Werken in extreme omstandigheden | N1 | N2 |
4 De niveauschaal
| Niveau | Label | Autonomie | Complexiteit | Bereik | Kennisdiepte |
|---|---|---|---|---|---|
| N1 | Begeleid | werkt onder toezicht en volgt instructie | routinematig, een variabele tegelijk | eigen taak | basisbegrip, kent de termen |
| N2 | Toepassend | werkt zelfstandig binnen vastgestelde kaders | bekende situaties met beperkte variatie | eigen rol | werkkennis, past standaardaanpak toe |
| N3 | Zelfstandig | stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input | meerdere variabelen, enige ambiguiteit | eigen team of proces | grondige kennis, weegt alternatieven |
| N4 | Sturend | geeft anderen richting en beslist over de aanpak | complex, met tegenstrijdige belangen | meerdere teams of een afdeling | diepgaande kennis, adviseert anderen |
| N5 | Toonaangevend | zet de standaard en het beleid | strategisch, met hoge onzekerheid | organisatie, keten of vakgebied | autoriteit, ontwikkelt het vakgebied |
5 Gedragsankers per skill
Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.
| Skill | N1 | N3 | N5 |
|---|---|---|---|
| Bouwtechnisch werken Voert bouwkundige werkzaamheden uit aan ruwbouw en afbouw, kiest materialen en verbindingen en werkt maatvast volgens tekening en bestek. | Voert onder toezicht een bouwkundige handeling uit volgens werkinstructie en controleert de maat met het aangereikte gereedschap. | Werkt zelfstandig een bouwdetail uit op de bouwplaats, kiest passende materialen en lost maatafwijkingen ter plekke op. | Stelt bouwtechnische standaarddetails voor het bedrijf vast en bepaalt bij faalkosten welke uitvoeringswijze aanpassing behoeft. |
| Veiligheidsbewustzijn Let tijdens het werk voortdurend op onveilige situaties en handelingen, spreekt anderen daarop aan en kiest ook onder tijdsdruk de veilige werkwijze. | Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling. | Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen. | Zet de veiligheidsnorm voor de organisatie, maakt veiligheid bespreekbaar op elk niveau en stuurt op gedrag en cultuur. |
| Technische tekeningen lezen en toepassen Leest bouw- en installatietekeningen met maatvoering en symbolen en zet die om in uitvoerbare werkzaamheden of maakinstructies. | Wijst op een tekening de maten, symbolen en aanzichten aan die bij de eigen werkzaamheden horen. | Herleidt zelfstandig uit meerdere tekeningen de juiste maatvoering, signaleert tegenstrijdigheden en legt die voor aan de ontwerper. | Stelt tekenafspraken en informatiestandaarden voor projecten vast en beoordeelt of aangeleverde tekensets uitvoerbaar zijn. |
| Fysieke kracht en belastbaarheid Brengt in het werk de kracht en het uithoudingsvermogen op die nodig zijn om lasten te tillen, te dragen en te verplaatsen gedurende een werkdag. | Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak. | Verzet zelfstandig zware lasten met hulpmiddelen, verdeelt de inspanning over de dienst en houdt het afgesproken tempo vast. | Bepaalt voor het hele proces hoe zwaar werk wordt verdeeld en welke hulpmiddelen de norm zijn, en onderbouwt die keuze. |
| Ruimtelijk inzicht Stelt zich voor hoe voorwerpen, ruimtes of tekeningen eruitzien na draaien, klappen of samenvoegen en gebruikt dat beeld in het werk. | Wijst op een plattegrond de juiste route aan en benoemt welke kant links of rechts van de ingang ligt. | Leidt uit een tweedimensionale tekening de opbouw van het eindproduct af en meldt waar onderdelen niet passen. | Denkt complexe driedimensionale opstellingen vooruit door, voorspelt botsingen tussen onderdelen en stelt de tekenafspraken voor het vakgebied vast. |
| afstemmen en coördineren Werkzaamheden van verschillende personen en groepen op elkaar afstemmen in tijd, volgorde en inhoud zodat dubbel werk en vertraging worden voorkomen. | Stemt de eigen werkzaamheden af met een directe collega en bevestigt wie welke taak wanneer oppakt. | Organiseert overleg tussen betrokkenen bij een gedeeld proces, legt afspraken vast en volgt actief of ze worden nagekomen. | Richt de coördinatiestructuur in tussen afdelingen of ketenpartners en bepaalt welke overleggen, rollen en informatiestromen de organisatie standaard gebruikt. |
| Discipline en afspraken nakomen Houdt zich aan gemaakte afspraken, procedures en toezeggingen, ook zonder controle, en meldt tijdig wanneer een afspraak niet haalbaar blijkt. | Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider. | Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat. | Legt de norm voor betrouwbaar nakomen vast in werkafspraken en spreekt op elk niveau aan wie die norm structureel laat lopen. |
| Bouwregelgeving en normen toepassen Kent de eisen uit bouwregelgeving, normen en omgevingsvergunning en toetst ontwerp en uitvoering aan constructie-, brand- en energie-eisen. | Zoekt bij een eenvoudige bouwvraag de toepasselijke eis op in de regelgeving en legt de uitkomst voor. | Toetst zelfstandig een ontwerp aan brand-, constructie- en energie-eisen en benoemt welke aanpassing nodig is voor de vergunning. | Vertegenwoordigt de organisatie in normcommissies en zet nieuwe regelgeving om in bedrijfsbrede toetsingsprotocollen. |
| Gereedschap kiezen en gebruiken Kiest voor een klus het passende handgereedschap of machinegereedschap, gebruikt het volgens voorschrift en houdt het in bruikbare en veilige staat. | Gebruikt het aangereikte gereedschap voor een vaste handeling en legt het na gebruik op de vaste plaats terug. | Kiest zelf gereedschap bij wisselende materialen en klussen, onderbouwt die keuze en vervangt versleten delen tijdig. | Stelt het gereedschapsbeleid vast, beoordeelt nieuw gereedschap op geschiktheid en veiligheid en bepaalt wat de standaarduitrusting wordt. |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen correct gebruiken Kiest de beschermingsmiddelen die bij de taak en het gevaar horen, zet ze juist op en controleert ze op werking, pasvorm en houdbaarheid. | Draagt de voorgeschreven beschermingsmiddelen op de werkplek en vraagt om vervanging bij zichtbare schade. | Bepaalt per taak welke beschermingsmiddelen nodig zijn, controleert ze voor gebruik en instrueert nieuwe collega's in het gebruik. | Stelt het beleid voor beschermingsmiddelen vast, selecteert leveranciers op norm en gebruikscomfort en houdt de naleving in de keten bij. |
| Veilig werken op hoogte en in besloten ruimten Werkt op hoogte en in besloten ruimten volgens de geldende procedure, treft de vereiste maatregelen vooraf en houdt zich aan het werkvergunningsysteem. | Werkt onder toezicht op hoogte met de voorgeschreven valbeveiliging en verlaat de plek bij twijfel. | Bereidt zelfstandig werk op hoogte of in een besloten ruimte voor, regelt mangatwacht en meting en geeft de werkvergunning af. | Ontwerpt de procedures voor werk op hoogte en in besloten ruimten, toetst uitvoerende partijen daarop en beslist over vrijgave. |
| Risicobeoordeling Benoemt wat er mis kan gaan, schat kans en gevolg in en verbindt daaraan beheersmaatregelen of een bewuste aanvaarding. | Signaleert onveilige of afwijkende situaties in het eigen werk en meldt die volgens de geldende procedure. | Schat voor het eigen proces de belangrijkste risico's in, ordent ze naar kans en gevolg en treft maatregelen. | Bepaalt de risicobereidheid en de beoordelingsmethode voor de organisatie en legt verantwoording af over aanvaarde restrisico's. |
| Klantgerichtheid Handelen vanuit de vraag en het belang van de klant, afspraken nakomen en het eigen werk zichtbaar richten op bruikbaarheid voor die klant. | Reageert binnen de afgesproken termijn op klantvragen en verwijst door wanneer het antwoord buiten de eigen taak valt. | Achterhaalt de werkelijke behoefte achter een klantvraag, doet een passend voorstel en controleert na levering of het werkt. | Vertaalt klantsignalen naar aanpassing van dienstverlening en beleid en houdt de organisatie verantwoordelijk voor de beloofde klantervaring. |
| Plannen en organiseren Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden. | Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden. | Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen. | Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims. |
| Doorzettingsvermogen Blijft aan een doel werken wanneer het werk weerstand, herhaling of tegenvallende tussenresultaten oplevert, en zoekt een andere route naar hetzelfde doel. | Pakt een taak na een mislukte poging opnieuw op zodra de begeleider laat zien hoe het anders kan. | Blijft bij een vastgelopen dossier zoeken naar alternatieve routes en betrekt daar op eigen initiatief anderen bij. | Houdt meerjarige trajecten met veel tegenwerking op koers en houdt de organisatie bij tegenslag aan de gekozen richting. |
| Werkvoorbereiding bouw Zet een bouwopdracht om in planning, materiaalstaten, calculatie en werkinstructies en stemt levering en inzet af met uitvoering en leveranciers. | Verzamelt onder begeleiding gegevens uit tekening en bestek en vult de materiaalstaat volgens het vaste format in. | Stelt zelfstandig planning en materiaalstaten voor een project op, vraagt prijzen aan en stemt levermomenten af met de uitvoering. | Ontwikkelt de werkvoorbereidingsmethodiek van het bedrijf, standaardiseert calculatiekengetallen en begeleidt werkvoorbereiders bij complexe projecten. |
| Uitvoeringstoezicht op de bouwplaats Houdt op de bouwplaats toezicht op voortgang, kwaliteit en veiligheid, spreekt uitvoerende partijen aan en legt bevindingen aantoonbaar vast. | Loopt onder begeleiding een controleronde, vult de checklist in en meldt onveilige situaties direct bij de uitvoerder. | Keurt zelfstandig uitgevoerd werk op kwaliteit en veiligheid, spreekt onderaannemers aan en legt afwijkingen met foto vast. | Stelt het toezicht- en veiligheidsregime voor projecten vast, analyseert incidenten en verbetert de werkwijze van alle toezichthouders. |
| Machines bedienen Bedient productiemachines, verwerkingsmachines of transportmiddelen volgens werkinstructie en grijpt in wanneer het proces buiten de gestelde waarden dreigt te lopen. | Start en stopt een machine volgens de werkinstructie en waarschuwt bij elke afwijking de operator. | Bedient zelfstandig meerdere machines, stelt bedieningswaarden bij op de productstand en houdt de output binnen de norm. | Bepaalt hoe machines in de organisatie worden bediend, stelt bedieningsprotocollen op en beslist over vervanging of aanpassing van installaties. |
| Materiaalkennis toepassen Kent de eigenschappen en het gedrag van de gebruikte materialen en kiest op basis daarvan de bewerking, de hulpstof en de opslagwijze voor een opdracht. | Noemt van de meest gebruikte materialen de naam en de voorgeschreven bewerking en pakt het juiste materiaal. | Verklaart hoe vocht, warmte of belasting een materiaal beïnvloedt en kiest daarop de bewerking en de hulpstof. | Beoordeelt nieuwe materialen op toepasbaarheid en duurzaamheid, adviseert over materiaalkeuze in de organisatie en onderhoudt het kennisbestand. |
| Risico-inventarisatie op de werkplek uitvoeren Brengt gevaren op een werkplek in kaart, schat kans en effect in en benoemt maatregelen die het risico tot een aanvaardbaar niveau brengen. | Loopt met een checklist de werkplek na en tekent aan welke gevaren daarbij zichtbaar zijn. | Voert zelfstandig een risico-inventarisatie voor een proces uit, weegt kans tegen effect en stelt maatregelen met prioriteit voor. | Bepaalt de methodiek voor risicobeoordeling in de organisatie, toetst de uitvoering en verantwoordt restrisico's aan directie en toezichthouder. |
| Begeleiden op de werkvloer Begeleidt een collega of leerling tijdens het echte werk, geeft gerichte feedback op wat is gezien en bouwt de zelfstandigheid stap voor stap uit. | Werkt naast een nieuwe collega, wijst op afwijkingen in de handeling en meldt de voortgang aan de praktijkopleider. | Stemt met de begeleide af welke taken zelfstandig gaan, observeert gericht en bespreekt na het werk twee concrete leerpunten. | Richt de praktijkbegeleiding voor de organisatie in, leidt begeleiders op en houdt de kwaliteit van hun begeleiding in beeld. |
| Werken met digitale apparaten en applicaties Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op. | Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp. | Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning. | Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams. |
| Werken in extreme omstandigheden Werkt in hitte, koude, lawaai, hoogte of vervuilende omstandigheden volgens de geldende werkwijze en past tempo, pauzeritme en uitrusting daarop aan. | Volgt de voorgeschreven werkwijze voor de omstandigheid en houdt de vastgestelde werktijden en pauzes aan. | Bereidt werk in extreme omstandigheden zelf voor, kiest uitrusting en werkritme en stopt het werk bij het bereiken van de grenswaarde. | Stelt de werkwijzen voor extreme omstandigheden vast, bepaalt grenswaarden met deskundigen en toetst de naleving op locaties. |
6 Meetmethoden en validiteit
De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.
| Meetmethode | rho | SD | Wat het is |
|---|---|---|---|
| Werkproef | 0.33 | 0.09 | De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities. |
| Situational Judgement Test | 0.12 | 0.11 | Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens. |
| Kennistoets | 0.40 | 0.13 | Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld. |
| Cognitieve capaciteitentest | 0.41 | 0.14 | Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen. |
| Assessment center | 0.29 | 0.09 | Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring. |
| Persoonlijkheidsvragenlijst | 0.40 | 0.15 | Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF. |
| Praktijkobservatie | - | - | Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers. |
| Certificaat/diploma | - | - | Formeel bewijs van afgeronde opleiding of examinering. |
| 360 feedback | - | - | Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers. |
7 Meetinstrumenten voor deze functie
| hrmforce instrument | Skills | Wat het meet |
|---|---|---|
| Werkproef | 14 | Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities |
| Kennistoets (klantspecifiek) | 11 | Toets van vakkennis, per klant samengesteld |
| Competency Check | 7 | Competentiebeoordeling op gedragsniveau |
| 360 Feedback | 5 | Meervoudige beoordeling op gedragsankers |
| Big Fifty | 4 | Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren |
| 15PF | 2 | Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty |
| Ability Scan | 1 | Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen |
| Mentale Weerbaarheid (4C) | 1 | Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model |
8 Hoe je dit profiel gebruikt
- Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
- Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
- Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
- Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.
Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.
hrmforce · hrmforce.com · FN1413