FN0716 · versie 2.0.0 · 2026-09-08
Scrum master
FF07 ICT-ontwikkeling en engineering · ISCO-08 251 · CBS 0813 Systeemanalisten en ICT-adviseurs · senioriteit medior · Ook bekend als: Scrummaster, Agile coach, Scrum-master, Teamcoach agile, Agile teamcoach
Begeleidt een ontwikkelteam in zijn werkwijze, faciliteert overleg en besluitvorming en ruimt belemmeringen op die voortgang blokkeren.
De scrum master richt zich op het proces en het functioneren van het team en niet op de inhoud van de oplossing of de prioriteit van het werk. Anders dan de technical lead beslist hij niet over techniek, en anders dan de product owner niet over wat er gebouwd wordt. De selectie leunt bijna volledig op certificering en ervaring in agile termen, terwijl deze functie in de praktijk staat of valt met interveniëren bij spanning in het team en het aanspreken van mensen buiten het team die afspraken niet nakomen.
25 skills · 3 te meten competenties · 3 knockout-skills · zwaartepunt: Digitaal, data en AI 39%, Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 25%, Cognitief vermogen en probleemoplossing 19%
1 Te meten competenties
Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.
| Te meten competenties | Streefniveau | hrmforce instrument | Meetmethode | Gedragsanker op streefniveau |
|---|---|---|---|---|
| Abstract redeneren | N4 | Ability Scan | Cognitieve capaciteitentest | Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid | N4 | Big Fifty, 360 Feedback | Persoonlijkheidsvragenlijst | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. |
| Zelfstandig werken Competentie (50-framework): Onafhankelijkheid | N3 | Big Fifty, 15PF, Competency Check | Persoonlijkheidsvragenlijst | Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. |
2 Volledig skillprofiel
Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.
| T | Skill | Streefniveau | Gewicht | Knockout | Meetmethode | hrmforce instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|
| V | Probleemanalyse Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | N4 | 5 | ja | Assessment center | Competency Check, Ability Scan |
| V | multidisciplinair samenwerken Brengt het vraagstuk met specialisten uit verschillende vakgebieden in kaart en formuleert een gezamenlijke aanpak met heldere rolverdeling. | N4 | 5 | nee | Assessment center | 360 Feedback, Competency Check |
| V | psychologische veiligheid bevorderen Vraagt in het team expliciet naar twijfel en tegengeluid, benoemt eigen fouten en koppelt terug wat met signalen is gedaan. | N4 | 5 | nee | 360 feedback | Pulse Survey, 360 Feedback |
| A | Abstract redeneren Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. | N4 | 4 | nee | Cognitieve capaciteitentest | Ability Scan |
| V | Modelleren en abstraheren Bouwt zelf een schema van een werkproces, benoemt de aannames en toetst het model aan echte gevallen. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| G | Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | N4 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 360 Feedback |
| V | conflicthantering Brengt partijen bij elkaar, scheidt standpunt van belang en legt de gemaakte afspraak en de opvolging schriftelijk vast. | N4 | 4 | nee | Assessment center | Conflictstijlen, Big Fifty, 360 Feedback |
| V | feedback geven Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg. | N4 | 4 | nee | Assessment center | 360 Feedback, Communicatiestijlen |
| V | teamreflectie faciliteren Leidt een teamevaluatie, zorgt dat alle deelnemers aan het woord komen en legt concrete verbeterafspraken met eigenaren vast. | N4 | 4 | nee | Assessment center | Ontwikkelgesprek, Pulse Survey, 360 Feedback |
| V | Continu verbeteren Organiseert korte verbetercycli in het team, meet het effect van een aanpassing en borgt wat werkt in de werkinstructie. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Competency Check, Pulse Survey |
| T | Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | N4 | 4 | ja | Werkproef | Werkproef |
| V | Testen en kwaliteitsborging van software Stelt zelf testgevallen op inclusief randgevallen, automatiseert herhaalbare tests en adviseert over vrijgave op basis van bevindingen. | N4 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Veilig ontwikkelen Herkent kwetsbaarheden in ontwerp en code, lost ze op en neemt beveiligingstests op in de eigen werkwijze. | N3 | 4 | ja | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Requirements opstellen en beheren Haalt eisen op bij verschillende belanghebbenden, maakt ze toetsbaar, prioriteert samen met hen en beheert wijzigingen navolgbaar. | N3 | 4 | nee | Werkproef | Werkproef, Structureerd interview |
| V | Projectmatig werken Stelt projectplan, planning en risicolijst op voor een middelgroot project en rapporteert periodiek aan de opdrachtgever. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef, Competency Check |
| G | Zelfstandig werken Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. | N3 | 3 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Competency Check |
| V | Professioneel bijblijven en vakliteratuur Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | N3 | 3 | nee | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Technische documentatie schrijven Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Cloudplatformen benutten Richt zelfstandig clouddiensten in voor een toepassing, regelt rechten en back ups en houdt kosten en verbruik in beeld. | N3 | 3 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Releasebeheer en deployment Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Prompting en taakdelegatie aan AI Knipt een werktaak op in stappen, bepaalt welke stap AI doet en welke niet en verbetert de opdracht op basis van uitkomsten. | N3 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
| V | Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan. | N3 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Competency Check |
| V | AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren Stelt per taak vast welke controle nodig is, spoort onjuiste of verzonnen onderdelen op en verantwoordt het gebruikte resultaat. | N3 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Programmeren Past bestaande code op aanwijzing aan, voert de code uit en meldt foutmeldingen die niet zelf op te lossen zijn. | N2 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Softwareontwerp en architectuur Werkt een aangeleverd ontwerp uit in onderdelen en stelt vragen wanneer het ontwerp onvolledig blijkt. | N2 | 2 | nee | Werkproef | Werkproef, Portfolio |
3 Niveaus per senioriteit
Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.
| Skill | medior | senior |
|---|---|---|
| Probleemanalyse | N4 | N5 |
| multidisciplinair samenwerken | N4 | N4 |
| psychologische veiligheid bevorderen | N4 | N5 |
| Abstract redeneren | N4 | N5 |
| Modelleren en abstraheren | N4 | N5 |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail | N4 | N5 |
| conflicthantering | N4 | N5 |
| feedback geven | N4 | N4 |
| teamreflectie faciliteren | N4 | N5 |
| Continu verbeteren | N4 | N5 |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow | N4 | N5 |
| Testen en kwaliteitsborging van software | N4 | N5 |
| Veilig ontwikkelen | N3 | N4 |
| Requirements opstellen en beheren | N3 | N4 |
| Projectmatig werken | N3 | N4 |
| Zelfstandig werken | N3 | N4 |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur | N3 | N4 |
| Technische documentatie schrijven | N3 | N4 |
| Cloudplatformen benutten | N3 | N4 |
| Releasebeheer en deployment | N3 | N4 |
| Prompting en taakdelegatie aan AI | N3 | N4 |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid | N3 | N4 |
| AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren | N3 | N4 |
| Programmeren | N2 | N2 |
| Softwareontwerp en architectuur | N2 | N2 |
4 De niveauschaal
| Niveau | Label | Autonomie | Complexiteit | Bereik | Kennisdiepte |
|---|---|---|---|---|---|
| N1 | Begeleid | werkt onder toezicht en volgt instructie | routinematig, een variabele tegelijk | eigen taak | basisbegrip, kent de termen |
| N2 | Toepassend | werkt zelfstandig binnen vastgestelde kaders | bekende situaties met beperkte variatie | eigen rol | werkkennis, past standaardaanpak toe |
| N3 | Zelfstandig | stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input | meerdere variabelen, enige ambiguiteit | eigen team of proces | grondige kennis, weegt alternatieven |
| N4 | Sturend | geeft anderen richting en beslist over de aanpak | complex, met tegenstrijdige belangen | meerdere teams of een afdeling | diepgaande kennis, adviseert anderen |
| N5 | Toonaangevend | zet de standaard en het beleid | strategisch, met hoge onzekerheid | organisatie, keten of vakgebied | autoriteit, ontwikkelt het vakgebied |
5 Gedragsankers per skill
Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.
| Skill | N1 | N3 | N5 |
|---|---|---|---|
| Probleemanalyse Ontleedt een vraagstuk in onderdelen, scheidt oorzaken van gevolgen en benoemt welke informatie nodig is om verder te komen. | Benoemt bij een storing wat er precies afwijkt en welke gegevens ontbreken, en legt dit voor aan de begeleider. | Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak. | Herleidt hardnekkige organisatieproblemen tot een klein aantal grondoorzaken en legt de analysemethode vast die andere teams gaan gebruiken. |
| multidisciplinair samenwerken Samenwerken met mensen uit andere vakgebieden door hun taal en werkwijze te leren kennen en gezamenlijke uitgangspunten voor het werk vast te leggen. | Vraagt bij een collega uit een ander vakgebied na wat vaktermen betekenen en vat het antwoord terug. | Brengt het vraagstuk met specialisten uit verschillende vakgebieden in kaart en formuleert een gezamenlijke aanpak met heldere rolverdeling. | Zet duurzame samenwerkingsvormen op tussen vakgebieden en beslecht conflicten tussen professionele normen op basis van het organisatiebelang. |
| psychologische veiligheid bevorderen Zo handelen dat anderen fouten, twijfel en kritiek kunnen uitspreken zonder nadeel, door eigen reacties voorspelbaar te houden en opvolging te geven. | Reageert rustig wanneer een collega een fout meldt en bedankt die persoon voor de melding. | Vraagt in het team expliciet naar twijfel en tegengeluid, benoemt eigen fouten en koppelt terug wat met signalen is gedaan. | Meet in de organisatie of mensen zich veilig voelen om zich uit te spreken en stuurt leiderschapsgedrag op die uitkomsten. |
| Abstract redeneren Herkent regels en patronen in figuren, reeksen of symbolen zonder voorkennis en past die regels toe op nieuwe, onbekende opgaven. | Vindt in een korte reeks figuren de volgende stap en legt uit welke regel daarvoor gebruikt is. | Ontdekt in onbekend materiaal met meerdere veranderende kenmerken de onderliggende regel en gebruikt die om afwijkingen te verklaren. | Ontrafelt vraagstukken zonder bekend voorbeeld, formuleert een nieuwe ordening en maakt die zo dat vakgenoten ermee verder kunnen werken. |
| Modelleren en abstraheren Zet een werkelijkheid om in een vereenvoudigde weergave, zoals een schema, formule of stroomdiagram, met expliciete aannames en grenzen. | Vult een bestaand schema of format in en benoemt welk onderdeel van het werk waar thuishoort. | Bouwt zelf een schema van een werkproces, benoemt de aannames en toetst het model aan echte gevallen. | Ontwikkelt modellen die meerdere afdelingen gebruiken, geeft de geldigheidsgrenzen aan en beheert de versies en wijzigingen ervan. |
| Nauwkeurigheid en aandacht voor detail Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens. | Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven. | Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen. | Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid. |
| conflicthantering Een verschil van belang of mening benoemen, de posities van betrokkenen verhelderen en met hen tot een werkbare afspraak komen. | Meldt een conflict bij de eigen leidinggevende en beschrijft feitelijk wat er is gebeurd en gezegd. | Brengt partijen bij elkaar, scheidt standpunt van belang en legt de gemaakte afspraak en de opvolging schriftelijk vast. | Bemiddelt in conflicten met grote belangen tussen afdelingen of partners en stelt organisatiebeleid voor conflictoplossing vast. |
| feedback geven Concreet gedrag en het effect daarvan benoemen aan een ander, met een verzoek of voorstel, op een moment en manier die het gesprek mogelijk houden. | Geeft na een gezamenlijke taak aan wat een collega goed deed en noemt daarbij een concreet voorbeeld. | Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg. | Voert feedback als werkwijze in bij meerdere teams, traint leidinggevenden erin en monitort of ongewenst gedrag eerder wordt besproken. |
| teamreflectie faciliteren Een team laten terugkijken op samenwerking en resultaat door gerichte vragen te stellen, patronen te benoemen en afspraken over verbetering vast te leggen. | Neemt deel aan een evaluatie en benoemt een ding dat goed ging en een ding dat beter kan. | Leidt een teamevaluatie, zorgt dat alle deelnemers aan het woord komen en legt concrete verbeterafspraken met eigenaren vast. | Voert een reflectieaanpak in bij meerdere teams, leidt begeleiders op en gebruikt uitkomsten om werkwijzen in de organisatie te verbeteren. |
| Continu verbeteren Kleine verbeteringen in het dagelijkse werk opsporen, uitproberen, meten en vasthouden, samen met de mensen die het werk uitvoeren. | Draagt verbeterideeën aan in het werkoverleg en probeert een voorgestelde kleine aanpassing in het eigen werk uit. | Organiseert korte verbetercycli in het team, meet het effect van een aanpassing en borgt wat werkt in de werkinstructie. | Verankert continu verbeteren als werkwijze in de hele organisatie, leidt verbetercoaches op en rapporteert opbrengsten aan de directie. |
| Versiebeheer en samenwerkingsworkflow Werkt met een versiebeheersysteem, gebruikt branches en verzoeken om samenvoeging en houdt de wijzigingsgeschiedenis navolgbaar voor het team. | Legt wijzigingen vast met een duidelijke omschrijving in de aangewezen branch volgens de teamafspraak. | Beheert branches en samenvoegingen zelfstandig, lost conflicten op en beoordeelt wijzigingen van collega's inhoudelijk. | Bepaalt de werkwijze voor versiebeheer en codebeoordeling in de organisatie en handhaaft die over teams heen. |
| Testen en kwaliteitsborging van software Bedenkt en voert tests uit op functionaliteit en randgevallen, legt bevindingen reproduceerbaar vast en beoordeelt of een oplossing vrijgegeven kan worden. | Doorloopt een testscript stap voor stap en legt elke afwijking met schermafbeelding en stappen vast. | Stelt zelf testgevallen op inclusief randgevallen, automatiseert herhaalbare tests en adviseert over vrijgave op basis van bevindingen. | Bepaalt de teststrategie en kwaliteitseisen van de organisatie en beslist wanneer software niet wordt vrijgegeven. |
| Veilig ontwikkelen Bouwt software waarin invoer wordt gevalideerd, geheimen worden beschermd en bekende kwetsbaarheden worden voorkomen, en controleert dat met gerichte tests. | Volgt de veilige codeerrichtlijn bij eigen wijzigingen en vraagt na wanneer een richtlijn onduidelijk is. | Herkent kwetsbaarheden in ontwerp en code, lost ze op en neemt beveiligingstests op in de eigen werkwijze. | Stelt de eisen voor veilig ontwikkelen in de organisatie vast en beoordeelt of oplossingen daaraan voldoen voor vrijgave. |
| Requirements opstellen en beheren Haalt eisen en wensen op bij gebruikers en opdrachtgevers, legt ze toetsbaar vast, houdt wijzigingen bij en controleert of het resultaat eraan voldoet. | Noteert wensen van gebruikers in het afgesproken format en vraagt door tot elke wens concreet is. | Haalt eisen op bij verschillende belanghebbenden, maakt ze toetsbaar, prioriteert samen met hen en beheert wijzigingen navolgbaar. | Bepaalt de werkwijze voor eisenbeheer in de organisatie en beslist bij tegenstrijdige belangen welke eisen voorgaan. |
| Projectmatig werken Een afgebakend resultaat via fasen, mijlpalen en rolverdeling realiseren, met beheersing van tijd, geld, kwaliteit en risico's en met vaste rapportage. | Levert toegewezen projecttaken op tijd op en werkt de projectplanning bij met de eigen voortgang. | Stelt projectplan, planning en risicolijst op voor een middelgroot project en rapporteert periodiek aan de opdrachtgever. | Richt de projectaanpak van de organisatie in, beslist over start en stop van programma's en bewaakt samenhang tussen projecten. |
| Zelfstandig werken Voert toegewezen werk uit zonder tussentijdse sturing, maakt binnen de gestelde kaders eigen keuzes en meldt zelf wanneer overleg of besluitvorming nodig is. | Werkt taken af volgens instructie en legt elke afwijking direct voor aan de begeleider voordat verder wordt gegaan. | Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. | Richt de werkwijze in waarmee teams zelfstandig kunnen opereren en legt organisatiebreed vast welke besluiten wel en niet worden voorgelegd. |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze. | Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is. | Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt. |
| Technische documentatie schrijven Schrijft handleidingen, beheerdocumentatie en beslisverantwoording die een lezer zonder voorkennis stap voor stap kan volgen en die actueel blijft. | Vult een documentatiesjabloon aan met de stappen van een taak en laat de tekst controleren door een collega. | Schrijft complete documentatie voor een systeem of proces, test die met een onbekende lezer en houdt versies bij. | Stelt de documentatiestandaard van de organisatie vast en zorgt dat documentatie onderdeel is van elke oplevering. |
| Cloudplatformen benutten Zet diensten in een cloudomgeving op en beheert die, richt rechten en kosten in en kiest tussen beschikbare dienstvormen op basis van eisen. | Gebruikt bestaande clouddiensten volgens werkinstructie en meldt afwijkend gedrag of onverwachte kosten aan de beheerder. | Richt zelfstandig clouddiensten in voor een toepassing, regelt rechten en back ups en houdt kosten en verbruik in beeld. | Bepaalt de cloudstrategie van de organisatie en beslist welke werklasten waar worden ondergebracht. |
| Releasebeheer en deployment Plant en voert het uitrollen van nieuwe versies uit, controleert vooraf en achteraf op werking en zorgt dat terugdraaien mogelijk blijft. | Voert de stappen van een uitrolplan uit en meldt direct wanneer een stap niet het verwachte resultaat geeft. | Stelt zelf een uitrolplan met terugvaloptie op, stemt af met betrokkenen en controleert na uitrol of de dienst goed werkt. | Bepaalt het releasebeleid van de organisatie, beslist over uitrolvensters en verbetert de doorlooptijd van wijzigingen structureel. |
| Prompting en taakdelegatie aan AI Verdeelt werk tussen mens en AI-systeem, formuleert opdracht, context en vorm van het gewenste resultaat en stuurt bij op basis van de uitvoer. | Stelt een enkelvoudige opdracht aan een AI-hulpmiddel met duidelijke vraag en gewenste vorm en gebruikt het resultaat na controle. | Knipt een werktaak op in stappen, bepaalt welke stap AI doet en welke niet en verbetert de opdracht op basis van uitkomsten. | Ontwikkelt organisatiebrede werkwijzen voor taakverdeling met AI en leidt anderen op in effectief en verantwoord opdrachtgeven. |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Gedachten in correcte en leesbare tekst zetten met een logische alinea-opbouw, passende toon en woordkeus die bij de lezer aansluit. | Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde. | Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan. | Stelt de schrijfwijzer en huisstijl voor de organisatie op, keurt publicaties inhoudelijk goed en ontwikkelt de schrijfvaardigheid van teams. |
| AI-uitkomsten beoordelen en verifiëren Controleert uitvoer van AI-systemen op juistheid, volledigheid en bruikbaarheid, verifieert beweringen bij bronnen en besluit of de uitvoer wordt gebruikt. | Controleert feiten en cijfers uit AI-uitvoer bij een betrouwbare bron voordat het resultaat wordt doorgegeven. | Stelt per taak vast welke controle nodig is, spoort onjuiste of verzonnen onderdelen op en verantwoordt het gebruikte resultaat. | Ontwerpt het verificatiebeleid van de organisatie en bepaalt bij welke toepassingen menselijke controle verplicht blijft. |
| Programmeren Schrijft, leest en verbetert werkende programmacode in ten minste één taal, splitst een probleem in stappen en test de eigen oplossing. | Past bestaande code op aanwijzing aan, voert de code uit en meldt foutmeldingen die niet zelf op te lossen zijn. | Bouwt zelfstandig een functie of module vanaf de vraag, kiest passende structuren en houdt de code leesbaar en getest. | Bepaalt de programmeerstandaarden en talenkeuze voor de organisatie en beoordeelt code van anderen op kwaliteit en houdbaarheid. |
| Softwareontwerp en architectuur Ontwerpt de structuur van een applicatie of koppeling, verdeelt functionaliteit over onderdelen en weegt keuzes op onderhoudbaarheid, prestaties en beveiliging. | Werkt een aangeleverd ontwerp uit in onderdelen en stelt vragen wanneer het ontwerp onvolledig blijkt. | Maakt een ontwerp voor een afgebakende applicatie, legt de belangrijkste keuzes en alternatieven vast en toetst dit bij collega's. | Stelt de architectuurprincipes van de organisatie vast en beslist over ontwerpen met gevolgen voor meerdere systemen. |
6 Meetmethoden en validiteit
De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.
| Meetmethode | rho | SD | Wat het is |
|---|---|---|---|
| Assessment center | 0.29 | 0.09 | Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring. |
| 360 feedback | - | - | Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers. |
| Cognitieve capaciteitentest | 0.41 | 0.14 | Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen. |
| Werkproef | 0.33 | 0.09 | De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities. |
| Persoonlijkheidsvragenlijst | 0.40 | 0.15 | Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF. |
| Portfolio/bewijsstuk | - | - | Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria. |
| Kennistoets | 0.40 | 0.13 | Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld. |
7 Meetinstrumenten voor deze functie
| hrmforce instrument | Skills | Wat het meet |
|---|---|---|
| Werkproef | 13 | Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities |
| Kennistoets (klantspecifiek) | 8 | Toets van vakkennis, per klant samengesteld |
| Competency Check | 6 | Competentiebeoordeling op gedragsniveau |
| 360 Feedback | 6 | Meervoudige beoordeling op gedragsankers |
| Portfolio | 5 | Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria |
| Pulse Survey | 3 | Periodieke meting op team- en organisatieniveau |
| Big Fifty | 3 | Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren |
| Ability Scan | 2 | Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen |
| Conflictstijlen | 1 | Voorkeursstijl in conflictsituaties |
| Communicatiestijlen | 1 | Voorkeursstijl in communicatie |
| Ontwikkelgesprek | 1 | Gestructureerd ontwikkelgesprek |
| Structureerd interview | 1 | Gedragsgericht interview met vaste opzet |
| 15PF | 1 | Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty |
8 Hoe je dit profiel gebruikt
- Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
- Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
- Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
- Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.
Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.
hrmforce · hrmforce.com · FN0716