hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN1503 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Heftruckchauffeur

FF15 Logistiek, transport en supply chain · ISCO-08 8344 · CBS 1215 Bedieners mobiele machines · senioriteit medior · Ook bekend als: Heftruckbestuurder, Vorkheftruckchauffeur, Reachtruckchauffeur

Bedient heftrucks en reachtrucks om goederen te verplaatsen, te stapelen en te laden in het magazijn en op het terrein.

De heftruckchauffeur werkt tussen voetgangers en andere trucks in een omgeving met veel gelijktijdige bewegingen. Het onderscheid met een orderpicker zit in het certificaat en de verantwoordelijkheid voor een zwaar voertuig in een gedeelde ruimte. Selectie loopt vaak vast op het ontbreken van een geldig heftruckcertificaat, wat pas bij de start van dienst aan het licht komt.

Kerncijfers van dit profiel

24 skills · 7 te meten competenties · 5 knockout-skills · zwaartepunt: Vakinhoudelijke kennisdomeinen 26%, Uitvoering, ambacht, veiligheid en duurzaamheid 25%, Cognitief vermogen en probleemoplossing 13%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
Veiligheidsbewustzijn
Competentie (50-framework): Discipline
Knockout
N3 Big Fifty, Competency Check Situational Judgement Test Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid
Knockout
N3 Big Fifty, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.
Discipline en afspraken nakomen
Competentie (50-framework): Discipline
N3 Big Fifty, 15PF, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.
Ruimtelijk inzicht N4 Ability Scan Cognitieve capaciteitentest Leidt uit een tweedimensionale tekening de opbouw van het eindproduct af en meldt waar onderdelen niet passen.
Omgaan met werkdruk
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
N3 Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey Structureerd interview Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
Tempo vasthouden in repetitief werk
Competentie (50-framework): Discipline
N3 Big Fifty, Werkproef Werkproef Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.
Fysieke kracht en belastbaarheid
Competentie (50-framework): Energie
N2 Werkproef Werkproef Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
V Machines bedienen
Bedient zelfstandig meerdere machines, stelt bedieningswaarden bij op de productstand en houdt de output binnen de norm.
N4 5 ja Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Logistieke planning
Herplant zelfstandig ritten en capaciteit bij uitval, weegt kosten tegen levertijd en informeert klant en vervoerder.
N3 5 ja Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
G Veiligheidsbewustzijn
Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.
N3 5 ja Situational Judgement Test Big Fifty, Competency Check
G Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.
N3 4 ja Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback
V afstemmen en coördineren
Organiseert overleg tussen betrokkenen bij een gedeeld proces, legt afspraken vast en volgt actief of ze worden nagekomen.
N3 4 nee Assessment center Competency Check, 360 Feedback
V Plannen en organiseren
Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.
N3 4 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback, Werkproef
G Discipline en afspraken nakomen
Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.
N3 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, 360 Feedback
V Voorraadbeheer operationeel
Bepaalt zelfstandig bestelniveaus voor een artikelgroep, analyseert voorraadverschillen en herstelt de oorzaak in het proces.
N3 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Transport en distributie uitvoeren
Voert zelfstandig een rit met meerdere adressen uit, houdt de rijtijden bij en lost problemen bij de klant ter plekke op.
N3 4 nee Certificaat/diploma Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
T Warehousemanagementsystemen gebruiken
Lost zelfstandig verschillen tussen systeemvoorraad en locatie op en past instellingen aan binnen de eigen bevoegdheid.
N3 4 ja Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Ladingzekering en veiligheid in transport
Bepaalt zelfstandig de zekeringsmethode bij afwijkende lading, berekent de benodigde spankracht en weigert onveilig transport.
N3 4 nee Praktijkobservatie Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
A Ruimtelijk inzicht
Leidt uit een tweedimensionale tekening de opbouw van het eindproduct af en meldt waar onderdelen niet passen.
N4 3 nee Cognitieve capaciteitentest Ability Scan
V Prioriteren en afwegen
Kiest bij een volle planning wat blijft liggen, onderbouwt dat met belang en urgentie en stemt dit af met betrokkenen.
N3 3 nee Werkproef Competency Check, Werkproef
V Tijdmanagement en prioriteren
Ordent het eigen werk op urgentie en belang, plant reservetijd in en onderbouwt bij anderen waarom iets later komt.
N3 3 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback
G Omgaan met werkdruk
Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
N3 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey
V Werken met digitale apparaten en applicaties
Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.
N3 3 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
G Tempo vasthouden in repetitief werk
Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.
N3 3 nee Werkproef Big Fifty, Werkproef
V Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Plant het eigen werk over wisselende diensten, verdeelt taken naar het dagdeel waarin ze het beste passen en ruilt zorgvuldig.
N3 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Structureerd interview
V Helder mondeling uitdrukken
Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle.
N2 2 nee Assessment center Communicatiestijlen, Competency Check
V Kennis vasthouden en toepassen
Zoekt de benodigde procedure op in het handboek en volgt die stap voor stap bij een bekende taak.
N2 2 nee Kennistoets Ability Scan, Kennistoets (klantspecifiek)
T Spreadsheets en rekenbladen
Vult gegevens in een bestaand rekenblad in en gebruikt eenvoudige formules zoals som en gemiddelde volgens instructie.
N2 2 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
V Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Leest het prestatieoverzicht en meldt welke afspraak in de afgelopen week niet is gehaald.
N2 2 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
A Fysieke kracht en belastbaarheid
Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.
N2 2 nee Werkproef Werkproef
V Storingen aan machines herkennen en verhelpen
Meldt een storing met de zichtbare kenmerken erbij en zet de machine volgens instructie stil.
N2 2 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill juniormediorsenior
Machines bedienen N4N4N4
Logistieke planning N2N3N4
Veiligheidsbewustzijn N2N3N4
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail N2N3N4
afstemmen en coördineren N2N3N4
Plannen en organiseren N2N3N4
Discipline en afspraken nakomen N2N3N4
Voorraadbeheer operationeel N2N3N4
Transport en distributie uitvoeren N2N3N4
Warehousemanagementsystemen gebruiken N2N3N4
Ladingzekering en veiligheid in transport N2N3N4
Ruimtelijk inzicht N3N4N5
Prioriteren en afwegen N2N3N4
Tijdmanagement en prioriteren N2N3N4
Omgaan met werkdruk N2N3N4
Werken met digitale apparaten en applicaties N2N3N4
Tempo vasthouden in repetitief werk N2N3N4
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden N2N3N4
Helder mondeling uitdrukken N1N2N3
Kennis vasthouden en toepassen N1N2N3
Spreadsheets en rekenbladen N1N2N3
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren N1N2N3
Fysieke kracht en belastbaarheid N1N2N3
Storingen aan machines herkennen en verhelpen N1N2N3

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
Machines bedienen
Bedient productiemachines, verwerkingsmachines of transportmiddelen volgens werkinstructie en grijpt in wanneer het proces buiten de gestelde waarden dreigt te lopen.
Start en stopt een machine volgens de werkinstructie en waarschuwt bij elke afwijking de operator.Bedient zelfstandig meerdere machines, stelt bedieningswaarden bij op de productstand en houdt de output binnen de norm.Bepaalt hoe machines in de organisatie worden bediend, stelt bedieningsprotocollen op en beslist over vervanging of aanpassing van installaties.
Logistieke planning
Plant goederenstromen, capaciteit en ritten zodanig dat levertijd, kosten en beschikbaarheid in balans zijn en past de planning aan bij verstoring.
Vult de dagplanning in volgens het vaste schema en meldt knelpunten in beschikbaarheid aan de planner.Herplant zelfstandig ritten en capaciteit bij uitval, weegt kosten tegen levertijd en informeert klant en vervoerder.Ontwerpt het logistieke netwerk en de planningsprincipes van de organisatie en stuurt ketenpartners op prestatieafspraken.
Veiligheidsbewustzijn
Let tijdens het werk voortdurend op onveilige situaties en handelingen, spreekt anderen daarop aan en kiest ook onder tijdsdruk de veilige werkwijze.
Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.Zet de veiligheidsnorm voor de organisatie, maakt veiligheid bespreekbaar op elk niveau en stuurt op gedrag en cultuur.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens.
Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven.Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid.
afstemmen en coördineren
Werkzaamheden van verschillende personen en groepen op elkaar afstemmen in tijd, volgorde en inhoud zodat dubbel werk en vertraging worden voorkomen.
Stemt de eigen werkzaamheden af met een directe collega en bevestigt wie welke taak wanneer oppakt.Organiseert overleg tussen betrokkenen bij een gedeeld proces, legt afspraken vast en volgt actief of ze worden nagekomen.Richt de coördinatiestructuur in tussen afdelingen of ketenpartners en bepaalt welke overleggen, rollen en informatiestromen de organisatie standaard gebruikt.
Plannen en organiseren
Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden.
Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden.Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims.
Discipline en afspraken nakomen
Houdt zich aan gemaakte afspraken, procedures en toezeggingen, ook zonder controle, en meldt tijdig wanneer een afspraak niet haalbaar blijkt.
Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider.Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.Legt de norm voor betrouwbaar nakomen vast in werkafspraken en spreekt op elk niveau aan wie die norm structureel laat lopen.
Voorraadbeheer operationeel
Houdt voorraadniveaus, bestelmomenten en locaties bij, voert tellingen uit en verklaart verschillen tussen systeemvoorraad en werkelijke voorraad.
Telt onder toezicht voorraad volgens de telinstructie en registreert de uitkomst in het systeem.Bepaalt zelfstandig bestelniveaus voor een artikelgroep, analyseert voorraadverschillen en herstelt de oorzaak in het proces.Stelt het voorraadbeleid vast, bepaalt normen voor omloopsnelheid en servicegraad en toetst de uitvoering daaraan.
Transport en distributie uitvoeren
Vervoert en levert goederen volgens rit- en rijtijdregels, controleert de vrachtdocumenten en handelt afwijkingen bij laden en lossen af.
Rijdt onder begeleiding een vaste route, controleert de vrachtbrief en meldt afwijkingen bij aflevering.Voert zelfstandig een rit met meerdere adressen uit, houdt de rijtijden bij en lost problemen bij de klant ter plekke op.Bepaalt de uitvoeringsstandaarden voor transport, beoordeelt de naleving van rijtijden en instrueert chauffeurs bij nieuwe regels.
Warehousemanagementsystemen gebruiken
Gebruikt een warehousemanagementsysteem voor ontvangst, opslag, orderpicken en verzending en herstelt verschillen tussen systeem en werkvloer.
Registreert ontvangst en orderregels in het systeem volgens werkinstructie en meldt foutmeldingen aan de teamleider.Lost zelfstandig verschillen tussen systeemvoorraad en locatie op en past instellingen aan binnen de eigen bevoegdheid.Bepaalt de inrichting van het warehousesysteem, stelt gebruiksregels vast en leidt de invoering van nieuwe functionaliteit.
Ladingzekering en veiligheid in transport
Zekert lading volgens gewicht, zwaartepunt en voorschriften en werkt veilig bij laden, lossen en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Zekert lading onder toezicht met de voorgeschreven middelen en controleert voor vertrek of de spanbanden op spanning staan.Bepaalt zelfstandig de zekeringsmethode bij afwijkende lading, berekent de benodigde spankracht en weigert onveilig transport.Stelt de laadveiligheidsinstructies van het bedrijf op, analyseert incidenten en toetst de naleving bij chauffeurs en laadploegen.
Ruimtelijk inzicht
Stelt zich voor hoe voorwerpen, ruimtes of tekeningen eruitzien na draaien, klappen of samenvoegen en gebruikt dat beeld in het werk.
Wijst op een plattegrond de juiste route aan en benoemt welke kant links of rechts van de ingang ligt.Leidt uit een tweedimensionale tekening de opbouw van het eindproduct af en meldt waar onderdelen niet passen.Denkt complexe driedimensionale opstellingen vooruit door, voorspelt botsingen tussen onderdelen en stelt de tekenafspraken voor het vakgebied vast.
Prioriteren en afwegen
Ordent taken en opties naar belang, urgentie en opbrengst en maakt de afweging tussen kosten, tijd en kwaliteit zichtbaar.
Werkt de eigen taken af in de afgesproken volgorde en meldt het wanneer twee taken met elkaar botsen.Kiest bij een volle planning wat blijft liggen, onderbouwt dat met belang en urgentie en stemt dit af met betrokkenen.Stelt de prioriteitsregels voor het portfolio vast, stopt lopende initiatieven en verantwoordt de verdeling van mensen en middelen.
Tijdmanagement en prioriteren
Verdeelt de beschikbare tijd over taken op basis van urgentie en belang, stelt een volgorde vast en stuurt die bij als er nieuw werk bijkomt.
Volgt een aangereikte takenlijst en vraagt bij nieuwe verzoeken na welke taak voorrang krijgt.Ordent het eigen werk op urgentie en belang, plant reservetijd in en onderbouwt bij anderen waarom iets later komt.Stelt organisatiebreed prioriteringsafspraken en planningsstandaarden vast en beslist bij schaarste welke werkstromen tijd en capaciteit krijgen.
Omgaan met werkdruk
Houdt bij een oplopende hoeveelheid werk het overzicht, maakt keuzes in wat wel en niet doorgaat en legt de gevolgen van die keuzes voor.
Geeft aan de begeleider door dat het werk niet binnen de tijd past en volgt de gemaakte keuze.Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.Herverdeelt werk en capaciteit over afdelingen bij structurele overbelasting en stelt normen vast voor houdbare werkverdeling.
Werken met digitale apparaten en applicaties
Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op.
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams.
Tempo vasthouden in repetitief werk
Houdt bij steeds terugkerende handelingen een constant tempo en een constante kwaliteit aan gedurende de hele dienst en verdeelt de inspanning over de tijd.
Werkt de toegewezen reeks handelingen op het aangegeven tempo af en meldt het wanneer achterstand ontstaat.Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.Bepaalt haalbare temponormen voor het team en richt het werk zo in dat kwaliteit bij hoge output behouden blijft.
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Organiseert het eigen werk rond wisselende diensten en onregelmatige tijden, houdt de overdracht sluitend en stemt planning en beschikbaarheid met het team af.
Werkt volgens het rooster, is op tijd aanwezig en draagt aan het einde van de dienst de lopende zaken over.Plant het eigen werk over wisselende diensten, verdeelt taken naar het dagdeel waarin ze het beste passen en ruilt zorgvuldig.Ontwerpt roostermodellen voor de organisatie, weegt continuïteit tegen werkbaarheid en maakt afspraken met team en vertegenwoordiging.
Helder mondeling uitdrukken
Boodschappen in gesproken taal zo formuleren dat de kern, de opbouw en de gevraagde actie voor de luisteraar direct duidelijk zijn.
Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle.Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus.
Kennis vasthouden en toepassen
Houdt opgedane vakkennis paraat, haalt de juiste regel of procedure op het moment dat die nodig is en past die correct toe in het werk.
Zoekt de benodigde procedure op in het handboek en volgt die stap voor stap bij een bekende taak.Kent de regels van het eigen werkveld uit het hoofd en past ze zonder naslag toe in wisselende situaties.Overziet de vakkennis van het hele domein, beslist welke kennis geborgd moet worden en legt die vast voor de organisatie.
Spreadsheets en rekenbladen
Bouwt rekenbladen met formules, verwijzingen en draaitabellen, controleert uitkomsten en presenteert getallen begrijpelijk in tabellen en grafieken.
Vult gegevens in een bestaand rekenblad in en gebruikt eenvoudige formules zoals som en gemiddelde volgens instructie.Bouwt een rekenblad met gekoppelde formules en draaitabellen, controleert op fouten en legt de rekenlogica uit aan collega's.Stelt de standaarden vast voor rekenmodellen in de organisatie en beoordeelt of modellen betrouwbaar genoeg zijn voor besluitvorming.
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Spreekt meetbare service en prestatienormen af, meet de realisatie en onderneemt actie wanneer afgesproken niveaus niet worden gehaald.
Leest het prestatieoverzicht en meldt welke afspraak in de afgelopen week niet is gehaald.Stelt indicatoren en normen op voor een dienst, rapporteert per periode en voert verbeteracties uit bij afwijking.Bepaalt het stelsel van serviceniveaus voor de organisatie en onderhandelt die met klanten en leveranciers.
Fysieke kracht en belastbaarheid
Brengt in het werk de kracht en het uithoudingsvermogen op die nodig zijn om lasten te tillen, te dragen en te verplaatsen gedurende een werkdag.
Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.Verzet zelfstandig zware lasten met hulpmiddelen, verdeelt de inspanning over de dienst en houdt het afgesproken tempo vast.Bepaalt voor het hele proces hoe zwaar werk wordt verdeeld en welke hulpmiddelen de norm zijn, en onderbouwt die keuze.
Storingen aan machines herkennen en verhelpen
Stelt bij een storing vast waar de oorzaak zit, verhelpt eenvoudige defecten zelf en schakelt onderhoud in bij complexere gebreken.
Meldt een storing met de zichtbare kenmerken erbij en zet de machine volgens instructie stil.Zoekt bij een storing systematisch de oorzaak op, verhelpt terugkerende defecten zelf en legt de oplossing vast.Analyseert storingspatronen over installaties heen, verbetert het ontwerp of de instelling structureel en leidt storingsteams daarin op.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.
Persoonlijkheidsvragenlijst 0.40 0.15 Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF.
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Certificaat/diploma - - Formeel bewijs van afgeronde opleiding of examinering.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
Cognitieve capaciteitentest 0.41 0.14 Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen.
Structureerd interview 0.42 0.19 Gedragsgericht interview met vaste vragen en een beoordelingsschaal per vraag.
Kennistoets 0.40 0.13 Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Werkproef14Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
Kennistoets (klantspecifiek)10Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Competency Check8Competentiebeoordeling op gedragsniveau
Big Fifty6Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
360 Feedback5Meervoudige beoordeling op gedragsankers
Ability Scan2Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen
15PF1Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty
Pulse Survey1Periodieke meting op team- en organisatieniveau
Structureerd interview1Gedragsgericht interview met vaste opzet
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN1503