hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN1516 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Warehousemanager

FF15 Logistiek, transport en supply chain · ISCO-08 1324 · CBS 0532 Managers logistiek · senioriteit senior · Ook bekend als: Magazijnmanager, Warehouse operations manager, Manager magazijn

Draagt eindverantwoordelijkheid voor de dagelijkse werking van het magazijn, van bezetting en indeling tot kosten en prestaties.

De warehousemanager stuurt meerdere teamleiders aan en is verantwoordelijk voor het volledige magazijnresultaat. Het onderscheid met een logistiek teamleider zit in de bredere scope over meerdere teams, budget en indeling van het magazijn. Selectie loopt vaak vast op kandidaten met sterke operationele ervaring die onvoldoende kunnen sturen op kosten en capaciteit op de langere termijn.

Kerncijfers van dit profiel

25 skills · 5 te meten competenties · 2 knockout-skills · zwaartepunt: Vakinhoudelijke kennisdomeinen 26%, Uitvoering, ambacht, veiligheid en duurzaamheid 17%, Leiderschap en organiseren 13%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
Veiligheidsbewustzijn
Competentie (50-framework): Discipline
Knockout
N4 Big Fifty, Competency Check Situational Judgement Test Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid
Knockout
N4 Big Fifty, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.
Discipline en afspraken nakomen
Competentie (50-framework): Discipline
N4 Big Fifty, 15PF, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.
Omgaan met werkdruk
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
N4 Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey Structureerd interview Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
Tempo vasthouden in repetitief werk
Competentie (50-framework): Discipline
N4 Big Fifty, Werkproef Werkproef Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
G Veiligheidsbewustzijn
Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.
N4 5 ja Situational Judgement Test Big Fifty, Competency Check
V Capaciteits- en resourceplanning
Ontwikkelt het capaciteitsmodel voor de hele organisatie, koppelt dit aan vraagprognoses en beslist over structurele inzet van flexibele capaciteit.
N5 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Budgetteren en kostenbeheersing
Stelt het begrotingskader voor de organisatie vast, beslist over herallocatie van middelen en verantwoordt dat aan het bestuur.
N5 4 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
G Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.
N4 4 ja Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback
V afstemmen en coördineren
Organiseert overleg tussen betrokkenen bij een gedeeld proces, legt afspraken vast en volgt actief of ze worden nagekomen.
N4 4 nee Assessment center Competency Check, 360 Feedback
V Plannen en organiseren
Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.
N4 4 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback, Werkproef
G Discipline en afspraken nakomen
Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.
N4 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, 360 Feedback
V Logistieke planning
Herplant zelfstandig ritten en capaciteit bij uitval, weegt kosten tegen levertijd en informeert klant en vervoerder.
N4 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Voorraadbeheer operationeel
Bepaalt zelfstandig bestelniveaus voor een artikelgroep, analyseert voorraadverschillen en herstelt de oorzaak in het proces.
N4 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Transport en distributie uitvoeren
Voert zelfstandig een rit met meerdere adressen uit, houdt de rijtijden bij en lost problemen bij de klant ter plekke op.
N4 4 nee Certificaat/diploma Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
T Warehousemanagementsystemen gebruiken
Lost zelfstandig verschillen tussen systeemvoorraad en locatie op en past instellingen aan binnen de eigen bevoegdheid.
N4 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Ladingzekering en veiligheid in transport
Bepaalt zelfstandig de zekeringsmethode bij afwijkende lading, berekent de benodigde spankracht en weigert onveilig transport.
N4 4 nee Praktijkobservatie Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Prioriteren en afwegen
Kiest bij een volle planning wat blijft liggen, onderbouwt dat met belang en urgentie en stemt dit af met betrokkenen.
N4 3 nee Werkproef Competency Check, Werkproef
V Prestatiegesprekken voeren
Voert jaargesprekken zelfstandig, onderbouwt het oordeel met feiten en legt verbeterafspraken met termijn schriftelijk vast.
N4 3 nee Simulatie Ontwikkelgesprek, 360 Feedback, Competency Check
V Tijdmanagement en prioriteren
Ordent het eigen werk op urgentie en belang, plant reservetijd in en onderbouwt bij anderen waarom iets later komt.
N4 3 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback
G Omgaan met werkdruk
Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
N4 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey
V Werken met digitale apparaten en applicaties
Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.
N4 3 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
V Machines bedienen
Bedient zelfstandig meerdere machines, stelt bedieningswaarden bij op de productstand en houdt de output binnen de norm.
N4 3 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
G Tempo vasthouden in repetitief werk
Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.
N4 3 nee Werkproef Big Fifty, Werkproef
V Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Plant het eigen werk over wisselende diensten, verdeelt taken naar het dagdeel waarin ze het beste passen en ruilt zorgvuldig.
N4 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Structureerd interview
V Helder mondeling uitdrukken
Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.
N3 2 nee Assessment center Communicatiestijlen, Competency Check
V Kennis vasthouden en toepassen
Kent de regels van het eigen werkveld uit het hoofd en past ze zonder naslag toe in wisselende situaties.
N3 2 nee Kennistoets Ability Scan, Kennistoets (klantspecifiek)
T Spreadsheets en rekenbladen
Bouwt een rekenblad met gekoppelde formules en draaitabellen, controleert op fouten en legt de rekenlogica uit aan collega's.
N3 2 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
V Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Stelt indicatoren en normen op voor een dienst, rapporteert per periode en voert verbeteracties uit bij afwijking.
N3 2 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
K Douane en internationale handelsdocumentatie
Bepaalt zelfstandig goederencode en regeling bij een zending, stelt de aangifte op en beantwoordt vragen van de douane.
N3 1 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek)

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill seniorlead
Veiligheidsbewustzijn N4N4
Capaciteits- en resourceplanning N5N5
Budgetteren en kostenbeheersing N5N5
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail N4N4
afstemmen en coördineren N4N4
Plannen en organiseren N4N4
Discipline en afspraken nakomen N4N4
Logistieke planning N4N4
Voorraadbeheer operationeel N4N4
Transport en distributie uitvoeren N4N4
Warehousemanagementsystemen gebruiken N4N4
Ladingzekering en veiligheid in transport N4N4
Prioriteren en afwegen N4N4
Prestatiegesprekken voeren N4N4
Tijdmanagement en prioriteren N4N4
Omgaan met werkdruk N4N4
Werken met digitale apparaten en applicaties N4N4
Machines bedienen N4N4
Tempo vasthouden in repetitief werk N4N4
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden N4N4
Helder mondeling uitdrukken N3N3
Kennis vasthouden en toepassen N3N3
Spreadsheets en rekenbladen N3N3
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren N3N3
Douane en internationale handelsdocumentatie N3N3

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
Veiligheidsbewustzijn
Let tijdens het werk voortdurend op onveilige situaties en handelingen, spreekt anderen daarop aan en kiest ook onder tijdsdruk de veilige werkwijze.
Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.Zet de veiligheidsnorm voor de organisatie, maakt veiligheid bespreekbaar op elk niveau en stuurt op gedrag en cultuur.
Capaciteits- en resourceplanning
Beschikbare uren, kwalificaties en middelen afzetten tegen verwacht werkaanbod en de bezetting zo verdelen dat pieken en tekorten beheersbaar blijven.
Vult de bezettingslijst in volgens het rooster en meldt gaten in de planning bij de planner.Berekent benodigde uren en kwalificaties per periode, maakt een bezettingsplan en onderbouwt aanvragen voor extra inzet.Ontwikkelt het capaciteitsmodel voor de hele organisatie, koppelt dit aan vraagprognoses en beslist over structurele inzet van flexibele capaciteit.
Budgetteren en kostenbeheersing
Stelt een begroting op voor taak, team of project, houdt uitgaven bij tegen die begroting en grijpt in bij dreigende overschrijding.
Houdt uitgaven bij in het aangeleverde overzicht en meldt afwijkingen boven de afgesproken grens.Maakt de begroting voor een eigen project, volgt de realisatie per periode en stelt maatregelen voor bij afwijking.Stelt het begrotingskader voor de organisatie vast, beslist over herallocatie van middelen en verantwoordt dat aan het bestuur.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens.
Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven.Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid.
afstemmen en coördineren
Werkzaamheden van verschillende personen en groepen op elkaar afstemmen in tijd, volgorde en inhoud zodat dubbel werk en vertraging worden voorkomen.
Stemt de eigen werkzaamheden af met een directe collega en bevestigt wie welke taak wanneer oppakt.Organiseert overleg tussen betrokkenen bij een gedeeld proces, legt afspraken vast en volgt actief of ze worden nagekomen.Richt de coördinatiestructuur in tussen afdelingen of ketenpartners en bepaalt welke overleggen, rollen en informatiestromen de organisatie standaard gebruikt.
Plannen en organiseren
Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden.
Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden.Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims.
Discipline en afspraken nakomen
Houdt zich aan gemaakte afspraken, procedures en toezeggingen, ook zonder controle, en meldt tijdig wanneer een afspraak niet haalbaar blijkt.
Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider.Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.Legt de norm voor betrouwbaar nakomen vast in werkafspraken en spreekt op elk niveau aan wie die norm structureel laat lopen.
Logistieke planning
Plant goederenstromen, capaciteit en ritten zodanig dat levertijd, kosten en beschikbaarheid in balans zijn en past de planning aan bij verstoring.
Vult de dagplanning in volgens het vaste schema en meldt knelpunten in beschikbaarheid aan de planner.Herplant zelfstandig ritten en capaciteit bij uitval, weegt kosten tegen levertijd en informeert klant en vervoerder.Ontwerpt het logistieke netwerk en de planningsprincipes van de organisatie en stuurt ketenpartners op prestatieafspraken.
Voorraadbeheer operationeel
Houdt voorraadniveaus, bestelmomenten en locaties bij, voert tellingen uit en verklaart verschillen tussen systeemvoorraad en werkelijke voorraad.
Telt onder toezicht voorraad volgens de telinstructie en registreert de uitkomst in het systeem.Bepaalt zelfstandig bestelniveaus voor een artikelgroep, analyseert voorraadverschillen en herstelt de oorzaak in het proces.Stelt het voorraadbeleid vast, bepaalt normen voor omloopsnelheid en servicegraad en toetst de uitvoering daaraan.
Transport en distributie uitvoeren
Vervoert en levert goederen volgens rit- en rijtijdregels, controleert de vrachtdocumenten en handelt afwijkingen bij laden en lossen af.
Rijdt onder begeleiding een vaste route, controleert de vrachtbrief en meldt afwijkingen bij aflevering.Voert zelfstandig een rit met meerdere adressen uit, houdt de rijtijden bij en lost problemen bij de klant ter plekke op.Bepaalt de uitvoeringsstandaarden voor transport, beoordeelt de naleving van rijtijden en instrueert chauffeurs bij nieuwe regels.
Warehousemanagementsystemen gebruiken
Gebruikt een warehousemanagementsysteem voor ontvangst, opslag, orderpicken en verzending en herstelt verschillen tussen systeem en werkvloer.
Registreert ontvangst en orderregels in het systeem volgens werkinstructie en meldt foutmeldingen aan de teamleider.Lost zelfstandig verschillen tussen systeemvoorraad en locatie op en past instellingen aan binnen de eigen bevoegdheid.Bepaalt de inrichting van het warehousesysteem, stelt gebruiksregels vast en leidt de invoering van nieuwe functionaliteit.
Ladingzekering en veiligheid in transport
Zekert lading volgens gewicht, zwaartepunt en voorschriften en werkt veilig bij laden, lossen en vervoer van gevaarlijke stoffen.
Zekert lading onder toezicht met de voorgeschreven middelen en controleert voor vertrek of de spanbanden op spanning staan.Bepaalt zelfstandig de zekeringsmethode bij afwijkende lading, berekent de benodigde spankracht en weigert onveilig transport.Stelt de laadveiligheidsinstructies van het bedrijf op, analyseert incidenten en toetst de naleving bij chauffeurs en laadploegen.
Prioriteren en afwegen
Ordent taken en opties naar belang, urgentie en opbrengst en maakt de afweging tussen kosten, tijd en kwaliteit zichtbaar.
Werkt de eigen taken af in de afgesproken volgorde en meldt het wanneer twee taken met elkaar botsen.Kiest bij een volle planning wat blijft liggen, onderbouwt dat met belang en urgentie en stemt dit af met betrokkenen.Stelt de prioriteitsregels voor het portfolio vast, stopt lopende initiatieven en verantwoordt de verdeling van mensen en middelen.
Prestatiegesprekken voeren
Gesprekken over functioneren en resultaten voorbereiden en voeren, met feitelijke voorbeelden, wederzijdse toetsing en vastgelegde afspraken over verbetering of vervolg.
Bereidt een gesprek voor met twee concrete voorbeelden van werk en vraagt de leidinggevende mee te lezen.Voert jaargesprekken zelfstandig, onderbouwt het oordeel met feiten en legt verbeterafspraken met termijn schriftelijk vast.Stelt de gesprekscyclus en beoordelingsnormen voor de organisatie vast en toetst steekproefsgewijs de kwaliteit van vastgelegde oordelen.
Tijdmanagement en prioriteren
Verdeelt de beschikbare tijd over taken op basis van urgentie en belang, stelt een volgorde vast en stuurt die bij als er nieuw werk bijkomt.
Volgt een aangereikte takenlijst en vraagt bij nieuwe verzoeken na welke taak voorrang krijgt.Ordent het eigen werk op urgentie en belang, plant reservetijd in en onderbouwt bij anderen waarom iets later komt.Stelt organisatiebreed prioriteringsafspraken en planningsstandaarden vast en beslist bij schaarste welke werkstromen tijd en capaciteit krijgen.
Omgaan met werkdruk
Houdt bij een oplopende hoeveelheid werk het overzicht, maakt keuzes in wat wel en niet doorgaat en legt de gevolgen van die keuzes voor.
Geeft aan de begeleider door dat het werk niet binnen de tijd past en volgt de gemaakte keuze.Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.Herverdeelt werk en capaciteit over afdelingen bij structurele overbelasting en stelt normen vast voor houdbare werkverdeling.
Werken met digitale apparaten en applicaties
Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op.
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams.
Machines bedienen
Bedient productiemachines, verwerkingsmachines of transportmiddelen volgens werkinstructie en grijpt in wanneer het proces buiten de gestelde waarden dreigt te lopen.
Start en stopt een machine volgens de werkinstructie en waarschuwt bij elke afwijking de operator.Bedient zelfstandig meerdere machines, stelt bedieningswaarden bij op de productstand en houdt de output binnen de norm.Bepaalt hoe machines in de organisatie worden bediend, stelt bedieningsprotocollen op en beslist over vervanging of aanpassing van installaties.
Tempo vasthouden in repetitief werk
Houdt bij steeds terugkerende handelingen een constant tempo en een constante kwaliteit aan gedurende de hele dienst en verdeelt de inspanning over de tijd.
Werkt de toegewezen reeks handelingen op het aangegeven tempo af en meldt het wanneer achterstand ontstaat.Houdt het tempo een hele dienst vast, bouwt eigen ritme en korte herstelmomenten in en blijft binnen de kwaliteitsnorm.Bepaalt haalbare temponormen voor het team en richt het werk zo in dat kwaliteit bij hoge output behouden blijft.
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Organiseert het eigen werk rond wisselende diensten en onregelmatige tijden, houdt de overdracht sluitend en stemt planning en beschikbaarheid met het team af.
Werkt volgens het rooster, is op tijd aanwezig en draagt aan het einde van de dienst de lopende zaken over.Plant het eigen werk over wisselende diensten, verdeelt taken naar het dagdeel waarin ze het beste passen en ruilt zorgvuldig.Ontwerpt roostermodellen voor de organisatie, weegt continuïteit tegen werkbaarheid en maakt afspraken met team en vertegenwoordiging.
Helder mondeling uitdrukken
Boodschappen in gesproken taal zo formuleren dat de kern, de opbouw en de gevraagde actie voor de luisteraar direct duidelijk zijn.
Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle.Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus.
Kennis vasthouden en toepassen
Houdt opgedane vakkennis paraat, haalt de juiste regel of procedure op het moment dat die nodig is en past die correct toe in het werk.
Zoekt de benodigde procedure op in het handboek en volgt die stap voor stap bij een bekende taak.Kent de regels van het eigen werkveld uit het hoofd en past ze zonder naslag toe in wisselende situaties.Overziet de vakkennis van het hele domein, beslist welke kennis geborgd moet worden en legt die vast voor de organisatie.
Spreadsheets en rekenbladen
Bouwt rekenbladen met formules, verwijzingen en draaitabellen, controleert uitkomsten en presenteert getallen begrijpelijk in tabellen en grafieken.
Vult gegevens in een bestaand rekenblad in en gebruikt eenvoudige formules zoals som en gemiddelde volgens instructie.Bouwt een rekenblad met gekoppelde formules en draaitabellen, controleert op fouten en legt de rekenlogica uit aan collega's.Stelt de standaarden vast voor rekenmodellen in de organisatie en beoordeelt of modellen betrouwbaar genoeg zijn voor besluitvorming.
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Spreekt meetbare service en prestatienormen af, meet de realisatie en onderneemt actie wanneer afgesproken niveaus niet worden gehaald.
Leest het prestatieoverzicht en meldt welke afspraak in de afgelopen week niet is gehaald.Stelt indicatoren en normen op voor een dienst, rapporteert per periode en voert verbeteracties uit bij afwijking.Bepaalt het stelsel van serviceniveaus voor de organisatie en onderhandelt die met klanten en leveranciers.
Douane en internationale handelsdocumentatie
Kent goederencodes, invoerrechten en documenteisen bij grensoverschrijdend vervoer en stelt aangiften en vervoersdocumenten correct op.
Controleert onder begeleiding of de vereiste documenten bij een zending aanwezig en volledig zijn.Bepaalt zelfstandig goederencode en regeling bij een zending, stelt de aangifte op en beantwoordt vragen van de douane.Richt de douaneprocessen van de organisatie in, onderhoudt de vergunningen en verantwoordt de naleving bij controles.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
Persoonlijkheidsvragenlijst 0.40 0.15 Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF.
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Certificaat/diploma - - Formeel bewijs van afgeronde opleiding of examinering.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
Simulatie - - Nagebootste werksituatie, meestal digitaal, met gestandaardiseerde scoring.
Structureerd interview 0.42 0.19 Gedragsgericht interview met vaste vragen en een beoordelingsschaal per vraag.
Kennistoets 0.40 0.13 Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Werkproef14Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
Kennistoets (klantspecifiek)12Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Competency Check9Competentiebeoordeling op gedragsniveau
Big Fifty6Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
360 Feedback6Meervoudige beoordeling op gedragsankers
15PF1Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty
Ontwikkelgesprek1Gestructureerd ontwikkelgesprek
Pulse Survey1Periodieke meting op team- en organisatieniveau
Structureerd interview1Gedragsgericht interview met vaste opzet
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie
Ability Scan1Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN1516