hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN1026 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Zorghulp

FF10 Zorg en verpleging · ISCO-08 5329 · CBS 1051 Verzorgenden · senioriteit junior · Ook bekend als: Zorghulp niveau 1, Huishoudelijke hulp zorg, Ondersteunend zorgmedewerker, Hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen

Ondersteunt cliënten bij eenvoudige dagelijkse taken en huishouden, zonder verpleegtechnische handelingen, en meldt afwijkingen door aan de verantwoordelijke zorgverlener.

De zorghulp voert geen medische handelingen uit en werkt op het meest ondersteunende niveau van de zorgketen. De functie wordt vaak licht ingeschat omdat er geen medische handelingen bij horen. Juist het tijdig signaleren wanneer iets niet klopt en dit doorgeven vormt de kern van het werk en wordt in de praktijk het meest gemist.

Kerncijfers van dit profiel

23 skills · 9 te meten competenties · 2 knockout-skills · zwaartepunt: Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 20%, Zelfmanagement, drive en veerkracht 16%, Vakinhoudelijke kennisdomeinen 16%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
sensitiviteit
Competentie (50-framework): Sensitiviteit
Knockout
N3 Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung) Persoonlijkheidsvragenlijst Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
Stressbestendigheid
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
Knockout
N3 Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) Persoonlijkheidsvragenlijst Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Competentie (50-framework): Nauwkeurigheid
N2 Big Fifty, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven.
Discipline en afspraken nakomen
Competentie (50-framework): Discipline
N2 Big Fifty, 15PF, 360 Feedback Persoonlijkheidsvragenlijst Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider.
Veiligheidsbewustzijn
Competentie (50-framework): Discipline
N2 Big Fifty, Competency Check Situational Judgement Test Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.
Luisteren en doorvragen
Competentie (50-framework): Luisteren
N2 Big Fifty, 360 Feedback 360 feedback Laat de ander uitspreken, maakt aantekeningen en vraagt na het gesprek na wat onduidelijk bleef.
collegialiteit en hulpvaardigheid
Competentie (50-framework): Samenwerken
N2 Big Fifty, 360 Feedback 360 feedback Helpt een collega die daar expliciet om vraagt en geeft de informatie door die deze collega nodig heeft.
Schakelen tussen taken en rollen
Competentie (50-framework): Flexibiliteit
N2 Big Fifty, Kleurenprofiel (Jung), Competency Check Praktijkobservatie Wisselt op aanwijzing van taak en gebruikt per taak de aangereikte werkinstructie zonder de vorige taak te vermengen.
Fysieke kracht en belastbaarheid
Competentie (50-framework): Energie
N2 Werkproef Werkproef Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
G sensitiviteit
Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
N3 5 ja Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung)
G Stressbestendigheid
Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.
N3 5 ja Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C)
G Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven.
N2 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback
V Gespreksvoering
Volgt een voorbereide gesprekslijst, stelt de vragen in de gegeven volgorde en legt de gemaakte afspraken vast.
N2 4 nee Assessment center Communicatiestijlen, Competency Check
V multidisciplinair samenwerken
Vraagt bij een collega uit een ander vakgebied na wat vaktermen betekenen en vat het antwoord terug.
N2 4 nee Assessment center 360 Feedback, Competency Check
G Discipline en afspraken nakomen
Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider.
N2 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, 360 Feedback
V Methodisch zorgproces en dossiervorming
Legt uitgevoerde zorg en observaties dezelfde dag vast in het dossier volgens het vaste rapportageformat.
N2 4 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek)
G Veiligheidsbewustzijn
Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.
N2 4 nee Situational Judgement Test Big Fifty, Competency Check
V Probleemanalyse
Benoemt bij een storing wat er precies afwijkt en welke gegevens ontbreken, en legt dit voor aan de begeleider.
N2 3 nee Assessment center Competency Check, Ability Scan
G Luisteren en doorvragen
Laat de ander uitspreken, maakt aantekeningen en vraagt na het gesprek na wat onduidelijk bleef.
N2 3 nee 360 feedback Big Fifty, 360 Feedback
K Nederlands taalvaardigheid beroepsniveau
Voert eenvoudige werkgesprekken en leest korte instructies op niveau A2 tot B1 van het Europees Referentiekader.
N2 3 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek)
G collegialiteit en hulpvaardigheid
Helpt een collega die daar expliciet om vraagt en geeft de informatie door die deze collega nodig heeft.
N2 3 nee 360 feedback Big Fifty, 360 Feedback
V de-escaleren en grenzen stellen
Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in.
N2 3 nee Situational Judgement Test Conflictstijlen, Big Fifty, Mentale Weerbaarheid (4C)
G Schakelen tussen taken en rollen
Wisselt op aanwijzing van taak en gebruikt per taak de aangereikte werkinstructie zonder de vorige taak te vermengen.
N2 3 nee Praktijkobservatie Big Fifty, Kleurenprofiel (Jung), Competency Check
V Leren van fouten en incidenten
Meldt een eigen fout direct bij de begeleider en herhaalt de taak volgens de gecorrigeerde instructie.
N2 3 nee Situational Judgement Test 360 Feedback, Competency Check
K AVG en privacy in de praktijk
Verwerkt persoonsgegevens alleen volgens de geldende werkinstructie en legt twijfelgevallen voor aan de privacyverantwoordelijke.
N2 3 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek)
V Veilig tillen en bewegen in de zorg
Verplaatst een cliënt onder begeleiding met het voorgeschreven hulpmiddel volgens de instructie van de aandachtsfunctionaris.
N2 3 nee Praktijkobservatie Werkproef
V Multidisciplinair zorgoverleg
Brengt in het overleg de eigen observaties over een cliënt in en noteert de gemaakte afspraken in het dossier.
N2 3 nee Praktijkobservatie Competency Check, 360 Feedback
A Fysieke kracht en belastbaarheid
Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.
N2 3 nee Werkproef Werkproef
V Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Werkt volgens het rooster, is op tijd aanwezig en draagt aan het einde van de dienst de lopende zaken over.
N2 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Structureerd interview
V Werken met digitale apparaten en applicaties
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.
N1 2 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
V Verpleegkundig en verzorgend handelen
Verzorgt onder toezicht een cliënt volgens het zorgplan en meldt afwijkende observaties direct bij de verantwoordelijke.
N1 1 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef, Competency Check
V Medicatieveiligheid
Deelt medicatie uit volgens de aftekenlijst met dubbele controle en legt onduidelijke opdrachten voor aan een bevoegde collega.
N1 1 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill juniormedior
sensitiviteit N3N4
Stressbestendigheid N3N4
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail N2N3
Gespreksvoering N2N3
multidisciplinair samenwerken N2N3
Discipline en afspraken nakomen N2N3
Methodisch zorgproces en dossiervorming N2N3
Veiligheidsbewustzijn N2N3
Probleemanalyse N2N3
Luisteren en doorvragen N2N3
Nederlands taalvaardigheid beroepsniveau N2N3
collegialiteit en hulpvaardigheid N2N3
de-escaleren en grenzen stellen N2N3
Schakelen tussen taken en rollen N2N3
Leren van fouten en incidenten N2N3
AVG en privacy in de praktijk N2N3
Veilig tillen en bewegen in de zorg N2N3
Multidisciplinair zorgoverleg N2N3
Fysieke kracht en belastbaarheid N2N3
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden N2N3
Werken met digitale apparaten en applicaties N1N2
Verpleegkundig en verzorgend handelen N1N1
Medicatieveiligheid N1N1

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
sensitiviteit
Verbale en non-verbale signalen van anderen opmerken, benoemen wat opvalt en het eigen gedrag daarop aanpassen tijdens het contact.
Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is.Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.Leidt anderen op in het herkennen van sociale signalen en gebruikt die kennis bij het inrichten van gevoelige verandertrajecten.
Stressbestendigheid
Blijft bij tijdsdruk, tegenspraak of onverwachte wendingen dezelfde kwaliteit werk leveren en houdt in het contact met anderen een zakelijke toon.
Werkt bij oplopende drukte door aan de lopende taak en vraagt de begeleider welke taak kan wachten.Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk.
Nauwkeurigheid en aandacht voor detail
Werkt zorgvuldig, controleert het eigen werk op fouten en houdt zich aan afspraken over volledigheid en juistheid van gegevens.
Loopt het eigen werk na met een checklist en herstelt gevonden fouten voordat het werk wordt doorgegeven.Bouwt in het eigen proces controlemomenten in, houdt fouten bij en voorkomt herhaling door de werkwijze aan te passen.Stelt de normen voor volledigheid en juistheid vast, laat steekproeven uitvoeren en spreekt teams aan op structurele slordigheid.
Gespreksvoering
Een gesprek doelgericht opbouwen, sturen en afronden door vragen, samenvatten en het maken van concrete afspraken over het vervolg.
Volgt een voorbereide gesprekslijst, stelt de vragen in de gegeven volgorde en legt de gemaakte afspraken vast.Kiest per gespreksfase een passende vraagvorm, vat tussentijds samen en brengt het gesprek terug bij het doel als het afdwaalt.Leidt gesprekken met tegengestelde belangen op bestuursniveau, ontwikkelt gespreksmodellen voor de organisatie en toetst deze aan de praktijk.
multidisciplinair samenwerken
Samenwerken met mensen uit andere vakgebieden door hun taal en werkwijze te leren kennen en gezamenlijke uitgangspunten voor het werk vast te leggen.
Vraagt bij een collega uit een ander vakgebied na wat vaktermen betekenen en vat het antwoord terug.Brengt het vraagstuk met specialisten uit verschillende vakgebieden in kaart en formuleert een gezamenlijke aanpak met heldere rolverdeling.Zet duurzame samenwerkingsvormen op tussen vakgebieden en beslecht conflicten tussen professionele normen op basis van het organisatiebelang.
Discipline en afspraken nakomen
Houdt zich aan gemaakte afspraken, procedures en toezeggingen, ook zonder controle, en meldt tijdig wanneer een afspraak niet haalbaar blijkt.
Komt op de afgesproken tijd met het afgesproken werk en meldt vertraging bij de begeleider.Zegt alleen toe wat haalbaar is, houdt de eigen toezeggingen bij en informeert betrokkenen zodra een datum onder druk staat.Legt de norm voor betrouwbaar nakomen vast in werkafspraken en spreekt op elk niveau aan wie die norm structureel laat lopen.
Methodisch zorgproces en dossiervorming
Doorloopt de stappen zorgvraag verhelderen, doelen stellen, plannen, uitvoeren en evalueren en legt die stappen vast in het cliëntdossier.
Legt uitgevoerde zorg en observaties dezelfde dag vast in het dossier volgens het vaste rapportageformat.Stelt zelfstandig een zorgplan op met meetbare doelen, evalueert dat periodiek en past het aan bij een veranderende zorgvraag.Ontwikkelt het dossier- en rapportagebeleid van de organisatie en leidt de invoering van een nieuwe methodische zorgstandaard.
Veiligheidsbewustzijn
Let tijdens het werk voortdurend op onveilige situaties en handelingen, spreekt anderen daarop aan en kiest ook onder tijdsdruk de veilige werkwijze.
Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.Zet de veiligheidsnorm voor de organisatie, maakt veiligheid bespreekbaar op elk niveau en stuurt op gedrag en cultuur.
Probleemanalyse
Ontleedt een vraagstuk in onderdelen, scheidt oorzaken van gevolgen en benoemt welke informatie nodig is om verder te komen.
Benoemt bij een storing wat er precies afwijkt en welke gegevens ontbreken, en legt dit voor aan de begeleider.Splitst een terugkerende klacht in mogelijke oorzaken, toetst die met eigen gegevens en benoemt de meest waarschijnlijke oorzaak.Herleidt hardnekkige organisatieproblemen tot een klein aantal grondoorzaken en legt de analysemethode vast die andere teams gaan gebruiken.
Luisteren en doorvragen
De boodschap van de ander volledig opnemen, controleren of die klopt en met gerichte vervolgvragen achterliggende belangen en aannames boven tafel krijgen.
Laat de ander uitspreken, maakt aantekeningen en vraagt na het gesprek na wat onduidelijk bleef.Vat de kern en het gevoel van de ander samen en vraagt door tot het werkelijke belang achter de vraag zichtbaar is.Haalt in gesprekken met bestuurders en toezichthouders gevoelige signalen op en gebruikt die om organisatiebeleid tijdig bij te stellen.
Nederlands taalvaardigheid beroepsniveau
Het Nederlands in woord en schrift beheersen op een niveau van het Europees Referentiekader dat past bij de eisen van de functie.
Voert eenvoudige werkgesprekken en leest korte instructies op niveau A2 tot B1 van het Europees Referentiekader.Schrijft en bespreekt vakinhoudelijke stukken vloeiend op niveau B2 en past het register aan formele en informele situaties aan.Beheerst het Nederlands op niveau C1 tot C2, redigeert publicaties van anderen en hanteert vaktaal en juridische formuleringen precies.
collegialiteit en hulpvaardigheid
Anderen ongevraagd ondersteunen bij hun werk, eigen kennis beschikbaar stellen en rekening houden met de werkdruk en belangen van collega's.
Helpt een collega die daar expliciet om vraagt en geeft de informatie door die deze collega nodig heeft.Merkt op dat een collega vastloopt, biedt hulp aan en neemt tijdelijk taken over zonder het eigen werk te laten liggen.Organiseert in de organisatie vormen van onderlinge hulp, zoals kennisdeling en achtervang, en spreekt anderen aan op hulpvaardig gedrag.
de-escaleren en grenzen stellen
Oplopende spanning of ongewenst gedrag afremmen door rustig te blijven, de grens duidelijk te benoemen en het gesprek te sturen of te beëindigen.
Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in.Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is.Stelt organisatiebrede afspraken vast over grensoverschrijdend gedrag, richt opvang en opvolging in en houdt leidinggevenden aan die lijn.
Schakelen tussen taken en rollen
Wisselt binnen een werkdag tussen taken, rollen en gesprekspartners en stemt inhoud, toon en tempo af op de situatie van het moment.
Wisselt op aanwijzing van taak en gebruikt per taak de aangereikte werkinstructie zonder de vorige taak te vermengen.Wisselt zelf tussen uitvoerende en overlegtaken, houdt per rol de eigen aantekeningen bij en pakt onderbroken werk correct weer op.Vervult tegelijk rollen in verschillende gremia met botsende belangen en houdt daarbij de rolzuiverheid voor de organisatie zichtbaar.
Leren van fouten en incidenten
Onderzoekt na een fout of incident wat er is gebeurd, benoemt de oorzaak zonder de schuld te verplaatsen en verandert de werkwijze op dat punt.
Meldt een eigen fout direct bij de begeleider en herhaalt de taak volgens de gecorrigeerde instructie.Analyseert eigen fouten en die van het team, bespreekt de oorzaak open in het werkoverleg en past afspraken aan.Zorgt dat incidenten organisatiebreed veilig gemeld worden, laat oorzaken structureel uitzoeken en verwerkt de lessen in beleid en standaarden.
AVG en privacy in de praktijk
Kent de eisen van de privacywetgeving voor het eigen werk, weet welke grondslag en bewaartermijn gelden en herkent wanneer melding nodig is.
Verwerkt persoonsgegevens alleen volgens de geldende werkinstructie en legt twijfelgevallen voor aan de privacyverantwoordelijke.Beoordeelt in eigen processen of er een grondslag is, past dataminimalisatie toe en handelt verzoeken van betrokkenen correct af.Stelt het privacybeleid vast, beslist over verwerkingen met hoog risico en vertegenwoordigt de organisatie naar de toezichthouder.
Veilig tillen en bewegen in de zorg
Verplaatst en ondersteunt cliënten met tiltechniek en hulpmiddelen zodanig dat de belasting voor cliënt en zorgverlener beperkt blijft.
Verplaatst een cliënt onder begeleiding met het voorgeschreven hulpmiddel volgens de instructie van de aandachtsfunctionaris.Kiest zelfstandig techniek en hulpmiddel bij een cliënt met beperkte mobiliteit en instrueert collega's ter plekke.Stelt het beleid voor fysieke belasting vast, analyseert incidentcijfers en brengt de instelling naar aantoonbaar lagere belasting.
Multidisciplinair zorgoverleg
Brengt in overleg met andere disciplines de eigen observaties over een cliënt in, weegt hun adviezen en komt tot gezamenlijke afspraken.
Brengt in het overleg de eigen observaties over een cliënt in en noteert de gemaakte afspraken in het dossier.Structureert de inbreng over een complexe cliënt, weegt adviezen van arts en behandelaar en legt heldere vervolgafspraken vast.Richt de overlegstructuur van de instelling in, bewaakt de kwaliteit van besluitvorming en bemiddelt bij verschil tussen disciplines.
Fysieke kracht en belastbaarheid
Brengt in het werk de kracht en het uithoudingsvermogen op die nodig zijn om lasten te tillen, te dragen en te verplaatsen gedurende een werkdag.
Tilt en draagt met de voorgeschreven techniek lichte lasten over korte afstand binnen de eigen taak.Verzet zelfstandig zware lasten met hulpmiddelen, verdeelt de inspanning over de dienst en houdt het afgesproken tempo vast.Bepaalt voor het hele proces hoe zwaar werk wordt verdeeld en welke hulpmiddelen de norm zijn, en onderbouwt die keuze.
Omgaan met wisseldiensten en onregelmatige werktijden
Organiseert het eigen werk rond wisselende diensten en onregelmatige tijden, houdt de overdracht sluitend en stemt planning en beschikbaarheid met het team af.
Werkt volgens het rooster, is op tijd aanwezig en draagt aan het einde van de dienst de lopende zaken over.Plant het eigen werk over wisselende diensten, verdeelt taken naar het dagdeel waarin ze het beste passen en ruilt zorgvuldig.Ontwerpt roostermodellen voor de organisatie, weegt continuïteit tegen werkbaarheid en maakt afspraken met team en vertegenwoordiging.
Werken met digitale apparaten en applicaties
Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op.
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams.
Verpleegkundig en verzorgend handelen
Voert verpleegkundige en verzorgende handelingen uit bij cliënten, van persoonlijke verzorging tot voorbehouden handelingen, en observeert daarbij de gezondheidstoestand.
Verzorgt onder toezicht een cliënt volgens het zorgplan en meldt afwijkende observaties direct bij de verantwoordelijke.Verricht zelfstandig verpleegtechnische handelingen bij cliënten met een wisselend ziektebeeld en schakelt tijdig de arts in.Ontwikkelt richtlijnen voor verpleegkundig handelen in de instelling, toetst die aan onderzoek en begeleidt teams bij invoering.
Medicatieveiligheid
Maakt medicatie klaar, controleert, dient toe en registreert volgens protocol en herkent risico's op fouten, interacties en bijwerkingen.
Deelt medicatie uit volgens de aftekenlijst met dubbele controle en legt onduidelijke opdrachten voor aan een bevoegde collega.Controleert zelfstandig medicatieopdrachten op dosering en interacties, signaleert bijwerkingen en overlegt daarover met apotheek of arts.Stelt het medicatiebeleid van de instelling op, analyseert meldingen van medicatiefouten en voert verbeteringen in de hele keten in.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Persoonlijkheidsvragenlijst 0.40 0.15 Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF.
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Portfolio/bewijsstuk - - Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria.
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.
360 feedback - - Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers.
Kennistoets 0.40 0.13 Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
Structureerd interview 0.42 0.19 Gedragsgericht interview met vaste vragen en een beoordelingsschaal per vraag.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Big Fifty10Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
360 Feedback8Meervoudige beoordeling op gedragsankers
Competency Check8Competentiebeoordeling op gedragsniveau
Kennistoets (klantspecifiek)6Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Werkproef5Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
Kleurenprofiel (Jung)2Vier kleurentypen, gekoppeld aan Big Fifty-factoren
15PF2Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty
Mentale Weerbaarheid (4C)2Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie
Portfolio1Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria
Ability Scan1Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen
Conflictstijlen1Voorkeursstijl in conflictsituaties
Structureerd interview1Gedragsgericht interview met vaste opzet

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN1026