hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN1204 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Docent hbo

FF12 Onderwijs en opleiden · ISCO-08 2310 · CBS 0111 Docenten hoger onderwijs en hoogleraren · senioriteit medior · Ook bekend als: Hbo-docent, Docent hoger beroepsonderwijs, Hogeschooldocent

Verzorgt onderwijs op hbo-niveau, vertaalt theorie naar beroepspraktijk en begeleidt studenten bij projecten, stages en afstuderen.

De docent hbo geeft les aan volwassen studenten en verbindt wetenschappelijke of vakinhoudelijke kennis met de beroepspraktijk waarvoor wordt opgeleid. Anders dan een hoogleraar ligt de nadruk op onderwijs en begeleiding, minder op eigen onderzoek. In de selectie wordt vaak vakinhoudelijke expertise getoetst, terwijl de didactische vaardigheid om abstracte stof praktijkgericht te maken vaak niet apart wordt beoordeeld.

Kerncijfers van dit profiel

24 skills · 4 te meten competenties · 4 knockout-skills · zwaartepunt: Vakinhoudelijke kennisdomeinen 27%, Communicatie en beïnvloeding 14%, Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 14%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
Stressbestendigheid
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
N4 Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) Persoonlijkheidsvragenlijst Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.
sensitiviteit
Competentie (50-framework): Sensitiviteit
N3 Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung) Persoonlijkheidsvragenlijst Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
Verbaal redeneren N3 Ability Scan Cognitieve capaciteitentest Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.
Professionele houding en representativiteit
Competentie (50-framework): Organisatiesensitiviteit
N3 360 Feedback, Competency Check Praktijkobservatie Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
V Helder mondeling uitdrukken
Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.
N4 5 ja Assessment center Communicatiestijlen, Competency Check
V Didactisch handelen
Varieert zelfstandig werkvormen bij een groep met verschillende niveaus en stelt de uitleg bij op signalen uit de klas.
N4 5 ja Praktijkobservatie Werkproef, Competency Check
V Pedagogisch handelen
Herkent patronen in groepsgedrag, kiest zelfstandig een aanpak en bespreekt zorgen over een leerling met de zorgcoördinator.
N4 5 ja Praktijkobservatie Competency Check, Werkproef
G Stressbestendigheid
Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.
N4 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C)
V Onderwijsontwerp en curriculum
Ontwerpt zelfstandig een lesperiode met samenhangende doelen, materialen en toetsing en stemt die af met vakcollega's.
N4 4 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Competency Check
G sensitiviteit
Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
N3 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung)
V de-escaleren en grenzen stellen
Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is.
N3 4 nee Situational Judgement Test Conflictstijlen, Big Fifty, Mentale Weerbaarheid (4C)
V Toetsen en beoordelen
Construeert zelfstandig een toets met een toetsmatrijs, controleert de uitslag op onvolkomenheden en bespreekt normering met vakcollega's.
N3 4 ja Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek)
A Verbaal redeneren
Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.
N3 3 nee Cognitieve capaciteitentest Ability Scan
V Kritisch denken en bronbeoordeling
Ontdekt in rapporten drogredenen en selectief bewijs, en benoemt welke conclusie de gegevens wel dragen.
N3 3 nee Werkproef Competency Check, Werkproef
V Presenteren
Stemt opbouw, voorbeelden en detailniveau af op de kennis van de zaal en gaat zonder voorbereiding in op kritische vragen.
N3 3 nee Assessment center Competency Check, 360 Feedback
V Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan.
N3 3 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
V samenwerken in teams
Verdeelt met collega's het werk, deelt ongevraagd informatie die anderen nodig hebben en past de eigen planning aan op teamdoelen.
N3 3 nee 360 feedback Big Fifty, 360 Feedback, Competency Check
V Plannen en organiseren
Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.
N3 3 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback, Werkproef
G Professionele houding en representativiteit
Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.
N3 3 nee Praktijkobservatie 360 Feedback, Competency Check
V Reflecteren op eigen praktijk
Neemt zelf tijd voor terugblikken op lastige situaties, zoekt patronen in eigen handelen en legt één verbeterpunt schriftelijk vast.
N3 3 nee 360 feedback 360 Feedback, Ontwikkelgesprek
V Professioneel bijblijven en vakliteratuur
Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan.
N3 3 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek)
V Opleiden en trainen ontwerpen
Ontwerpt een training van meerdere sessies met heldere leerdoelen en toetsmomenten en verzorgt die zelf voor een groep.
N3 3 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Werkproef
V Data-analyse
Kiest zelf analysemethoden bij een open vraag, bewerkt ruwe gegevens tot een werkbestand en onderbouwt elke conclusie met cijfers.
N3 3 nee Werkproef Ability Scan, Werkproef
V Leerlingbegeleiding
Analyseert zelfstandig de oorzaak van achterblijvende resultaten, maakt een plan met de leerling en betrekt ouders en zorgteam.
N3 3 nee Praktijkobservatie Competency Check, Ontwikkelgesprek
V Systeemdenken
Brengt de keten rond een knelpunt in beeld, wijst de terugkoppeling aan en voorspelt het effect van een ingreep.
N3 2 nee Werkproef Competency Check, Werkproef
V Werken met digitale apparaten en applicaties
Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.
N3 2 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
K AI-geletterdheid
Legt in eigen woorden uit dat een taalmodel voorspelt op basis van patronen en daardoor onjuiste uitvoer kan geven.
N2 2 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek)
T Samenwerkingsplatformen benutten
Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen.
N2 1 nee Werkproef Werkproef, 360 Feedback

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill mediorseniorlead
Helder mondeling uitdrukken N4N5N5
Didactisch handelen N4N5N5
Pedagogisch handelen N4N5N5
Stressbestendigheid N4N5N5
Onderwijsontwerp en curriculum N4N4N4
sensitiviteit N3N4N4
de-escaleren en grenzen stellen N3N4N4
Toetsen en beoordelen N3N4N4
Verbaal redeneren N3N4N4
Kritisch denken en bronbeoordeling N3N4N4
Presenteren N3N4N4
Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid N3N4N4
samenwerken in teams N3N4N4
Plannen en organiseren N3N4N4
Professionele houding en representativiteit N3N4N4
Reflecteren op eigen praktijk N3N4N4
Professioneel bijblijven en vakliteratuur N3N4N4
Opleiden en trainen ontwerpen N3N4N4
Data-analyse N3N4N4
Leerlingbegeleiding N3N4N4
Systeemdenken N3N4N4
Werken met digitale apparaten en applicaties N3N4N4
AI-geletterdheid N2N3N3
Samenwerkingsplatformen benutten N2N3N3

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
Helder mondeling uitdrukken
Boodschappen in gesproken taal zo formuleren dat de kern, de opbouw en de gevraagde actie voor de luisteraar direct duidelijk zijn.
Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle.Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus.
Didactisch handelen
Verzorgt lessen waarin leerdoelen, uitleg, opdrachten en feedback op elkaar aansluiten en stemt tempo en werkvorm af op de groep.
Verzorgt onder begeleiding een lesonderdeel volgens een voorbereid lesplan en houdt zich aan de aangegeven werkvormen.Varieert zelfstandig werkvormen bij een groep met verschillende niveaus en stelt de uitleg bij op signalen uit de klas.Ontwikkelt het didactisch kader van de school, onderbouwt dat met onderzoek en begeleidt collega's bij lesbezoek en feedback.
Pedagogisch handelen
Creëert een veilig en ordelijk leerklimaat, begeleidt het gedrag van leerlingen en stemt de benadering af op leeftijd en ontwikkelingsfase.
Past onder begeleiding de klasafspraken toe en spreekt leerlingen aan op ongewenst gedrag volgens de vaste routine.Herkent patronen in groepsgedrag, kiest zelfstandig een aanpak en bespreekt zorgen over een leerling met de zorgcoördinator.Ontwikkelt het pedagogisch beleid van de school, stelt gedragsprotocollen op en begeleidt teams bij vastgelopen groepsdynamiek.
Stressbestendigheid
Blijft bij tijdsdruk, tegenspraak of onverwachte wendingen dezelfde kwaliteit werk leveren en houdt in het contact met anderen een zakelijke toon.
Werkt bij oplopende drukte door aan de lopende taak en vraagt de begeleider welke taak kan wachten.Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk.
Onderwijsontwerp en curriculum
Ontwerpt leerlijnen en lesmateriaal waarin doelen, inhoud, werkvormen en toetsing samenhangen en sluit aan bij eindtermen of kwalificatie-eisen.
Vult onder begeleiding een bestaand lesplan aan met opdrachten die passen bij het aangegeven leerdoel.Ontwerpt zelfstandig een lesperiode met samenhangende doelen, materialen en toetsing en stemt die af met vakcollega's.Ontwikkelt het curriculum van de hele opleiding, verbindt dat aan wettelijke eisen en leidt de invoering bij alle teams.
sensitiviteit
Verbale en non-verbale signalen van anderen opmerken, benoemen wat opvalt en het eigen gedrag daarop aanpassen tijdens het contact.
Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is.Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.Leidt anderen op in het herkennen van sociale signalen en gebruikt die kennis bij het inrichten van gevoelige verandertrajecten.
de-escaleren en grenzen stellen
Oplopende spanning of ongewenst gedrag afremmen door rustig te blijven, de grens duidelijk te benoemen en het gesprek te sturen of te beëindigen.
Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in.Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is.Stelt organisatiebrede afspraken vast over grensoverschrijdend gedrag, richt opvang en opvolging in en houdt leidinggevenden aan die lijn.
Toetsen en beoordelen
Stelt toetsen en beoordelingsopdrachten op die de leerdoelen dekken, beoordeelt werk volgens criteria en geeft leerlingen bruikbare feedback.
Neemt een bestaande toets af volgens instructie en beoordeelt het werk met het aangeleverde antwoordmodel.Construeert zelfstandig een toets met een toetsmatrijs, controleert de uitslag op onvolkomenheden en bespreekt normering met vakcollega's.Ontwikkelt het toetsbeleid van de instelling, borgt de kwaliteit van examinering en adviseert examencommissies over normering.
Verbaal redeneren
Begrijpt geschreven en gesproken taal en leidt daaruit logische conclusies af, ook wanneer de tekst lang, dicht of dubbelzinnig is.
Vat een korte werkinstructie in eigen woorden samen en benoemt welk woord of welke zin onduidelijk blijft.Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.Ontleedt juridische of beleidsteksten met tegenstrijdige passages, herformuleert de kernvraag en onderbouwt de gekozen uitleg voor de hele organisatie.
Kritisch denken en bronbeoordeling
Toetst beweringen op logica, bewijs en belang van de bron en onderscheidt daarbij feiten van meningen en aannames.
Vraagt bij een bewering waar die op gebaseerd is en controleert of de bron genoemd en vindbaar is.Ontdekt in rapporten drogredenen en selectief bewijs, en benoemt welke conclusie de gegevens wel dragen.Stelt de toetsingscriteria voor bronnen en claims op, ook voor door kunstmatige intelligentie gemaakte teksten, en handhaaft die organisatiebreed.
Presenteren
Een boodschap voor een groep opbouwen en brengen met een duidelijke lijn, passende middelen en aandacht voor reactie en vragen uit de zaal.
Presenteert een voorbereide diareeks over eigen werk en beantwoordt feitelijke vragen met hulp van een ervaren collega.Stemt opbouw, voorbeelden en detailniveau af op de kennis van de zaal en gaat zonder voorbereiding in op kritische vragen.Presenteert bij externe congressen namens de organisatie, bepaalt de kernboodschap voor het vakgebied en begeleidt anderen bij hun optreden.
Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Gedachten in correcte en leesbare tekst zetten met een logische alinea-opbouw, passende toon en woordkeus die bij de lezer aansluit.
Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde.Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan.Stelt de schrijfwijzer en huisstijl voor de organisatie op, keurt publicaties inhoudelijk goed en ontwikkelt de schrijfvaardigheid van teams.
samenwerken in teams
Bijdragen aan het resultaat van een team door taken te verdelen, informatie te delen, afspraken na te komen en collega's te betrekken bij het werk.
Voert de eigen taak binnen het team uit volgens afspraak en meldt bij de teamleider wanneer iets niet lukt.Verdeelt met collega's het werk, deelt ongevraagd informatie die anderen nodig hebben en past de eigen planning aan op teamdoelen.Ontwerpt samenwerkingsafspraken voor meerdere teams in de organisatie, evalueert die op resultaat en stelt ze bij op basis van gegevens.
Plannen en organiseren
Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden.
Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden.Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims.
Professionele houding en representativiteit
Gedraagt zich in contact met klanten, collega's en externe partijen volgens de omgangsvormen en kledingnormen van de organisatie, ook buiten de eigen werkplek.
Volgt de huisregels voor omgang, taalgebruik en kleding en vraagt bij twijfel de begeleider om uitleg.Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.Vertegenwoordigt de organisatie in het publieke domein en stelt de gedragsnormen vast die daarbij worden gehanteerd.
Reflecteren op eigen praktijk
Kijkt gestructureerd terug op eigen werk, benoemt wat het effect was van gemaakte keuzes en formuleert daaruit een concreet punt om anders te doen.
Beantwoordt na een taak de vragen van de begeleider over wat goed ging en wat lastig was.Neemt zelf tijd voor terugblikken op lastige situaties, zoekt patronen in eigen handelen en legt één verbeterpunt schriftelijk vast.Bouwt reflectie in als vast onderdeel van werkprocessen, begeleidt intervisie in de organisatie en houdt lastige aannames bespreekbaar.
Professioneel bijblijven en vakliteratuur
Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze.
Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is.Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan.Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt.
Opleiden en trainen ontwerpen
Ontwerpt een leertraject met leerdoelen, werkvormen en toetsing, kiest de vorm die bij de doelgroep past en verzorgt of begeleidt de uitvoering.
Stelt volgens een format een programma voor één werkinstructie op en legt dat voor aan de opleider.Ontwerpt een training van meerdere sessies met heldere leerdoelen en toetsmomenten en verzorgt die zelf voor een groep.Bepaalt het opleidingsmodel van de organisatie, kiest didactische uitgangspunten en laat programma's aansluiten op strategische personeelsvraagstukken.
Data-analyse
Bewerkt en analyseert gegevensbestanden om patronen, verbanden en afwijkingen te vinden en verbindt de uitkomsten aan de oorspronkelijke vraag.
Voert een vooraf beschreven analysestap uit op een aangeleverd bestand en legt de uitkomst vast in het afgesproken format.Kiest zelf analysemethoden bij een open vraag, bewerkt ruwe gegevens tot een werkbestand en onderbouwt elke conclusie met cijfers.Bepaalt de analysestandaarden van de organisatie, beoordeelt analyses van anderen en zet nieuwe analysemethoden in het vakgebied neer.
Leerlingbegeleiding
Begeleidt leerlingen bij leerproblemen, studiekeuze en persoonlijke vragen, verwijst waar nodig door en houdt de voortgang bij in het dossier.
Voert onder toezicht een begeleidingsgesprek volgens het vaste formulier en legt de afspraken vast in het leerlingdossier.Analyseert zelfstandig de oorzaak van achterblijvende resultaten, maakt een plan met de leerling en betrekt ouders en zorgteam.Ontwikkelt de begeleidingsstructuur van de school, stelt protocollen voor verwijzing op en coacht mentoren in hun rol.
Systeemdenken
Beschrijft hoe onderdelen van een proces of organisatie elkaar beïnvloeden, inclusief terugkoppeling, vertraging en onbedoelde effecten.
Benoemt wie of wat er voor en na de eigen taak in het proces van die taak afhankelijk is.Brengt de keten rond een knelpunt in beeld, wijst de terugkoppeling aan en voorspelt het effect van een ingreep.Modelleert het samenspel tussen afdelingen, markt en regelgeving en verlegt de ingreep naar het punt met de grootste hefboom.
Werken met digitale apparaten en applicaties
Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op.
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams.
AI-geletterdheid
Kent de werking, mogelijkheden en grenzen van AI-systemen, benoemt waar ze wel en niet passen en gebruikt daarbij correcte begrippen.
Legt in eigen woorden uit dat een taalmodel voorspelt op basis van patronen en daardoor onjuiste uitvoer kan geven.Beoordeelt per werktaak of AI geschikt is, benoemt de belangrijkste beperkingen en legt de werking uit aan collega's.Bepaalt wat AI-geletterdheid in de organisatie betekent, meet het niveau en verbindt dat aan opleidings en inzetbeleid.
Samenwerkingsplatformen benutten
Werkt samen in digitale platformen door bestanden te delen, taken en kanalen in te richten en afspraken over online samenwerking te volgen.
Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen.Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking.Bepaalt het organisatiebeleid voor digitale samenwerking en stuurt de invoering van nieuwe samenwerkingsvormen aan.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
Persoonlijkheidsvragenlijst 0.40 0.15 Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF.
Portfolio/bewijsstuk - - Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria.
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.
Cognitieve capaciteitentest 0.41 0.14 Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen.
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
360 feedback - - Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers.
Kennistoets 0.40 0.13 Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Competency Check12Competentiebeoordeling op gedragsniveau
Werkproef10Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
360 Feedback7Meervoudige beoordeling op gedragsankers
Big Fifty4Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
Portfolio4Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria
Kennistoets (klantspecifiek)4Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Mentale Weerbaarheid (4C)2Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model
Ability Scan2Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen
Ontwikkelgesprek2Gestructureerd ontwikkelgesprek
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie
15PF1Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty
Kleurenprofiel (Jung)1Vier kleurentypen, gekoppeld aan Big Fifty-factoren
Conflictstijlen1Voorkeursstijl in conflictsituaties

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN1204