hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN1210 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Intern begeleider

FF12 Onderwijs en opleiden · ISCO-08 2359 · CBS 0115 Onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en overige docenten · senioriteit senior · Ook bekend als: IB'er, IB-er, Interne begeleiding, Ondersteuningscoördinator, Zorgcoördinator basisschool

Coördineert de leerlingenzorg op een basisschool, coacht leerkrachten bij extra ondersteuning en bewaakt het leerlingvolgsysteem.

De intern begeleider ondersteunt leerkrachten bij leerlingen die extra zorg nodig hebben en bewaakt het schoolbrede ondersteuningsbeleid. Anders dan de remedial teacher werkt deze functie niet zelf met leerlingen, maar via coaching van leerkrachten. In de selectie wordt vaak orthopedagogische kennis getoetst, terwijl het vermogen om een leerkracht te coachen in de aanpak van een leerling zonder de klas over te nemen vaak ontbreekt in de toetsing.

Kerncijfers van dit profiel

25 skills · 4 te meten competenties · 4 knockout-skills · zwaartepunt: Vakinhoudelijke kennisdomeinen 26%, Communicatie en beïnvloeding 18%, Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 14%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
Stressbestendigheid
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
N5 Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) Persoonlijkheidsvragenlijst Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk.
sensitiviteit
Competentie (50-framework): Sensitiviteit
N4 Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung) Persoonlijkheidsvragenlijst Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
Verbaal redeneren N4 Ability Scan Cognitieve capaciteitentest Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.
Professionele houding en representativiteit
Competentie (50-framework): Organisatiesensitiviteit
N4 360 Feedback, Competency Check Praktijkobservatie Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
V Helder mondeling uitdrukken
Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus.
N5 5 ja Assessment center Communicatiestijlen, Competency Check
V Pedagogisch handelen
Ontwikkelt het pedagogisch beleid van de school, stelt gedragsprotocollen op en begeleidt teams bij vastgelopen groepsdynamiek.
N5 5 ja Praktijkobservatie Competency Check, Werkproef
V Coachen
Leidt leidinggevenden op in coachend gedrag, begeleidt intervisie en bepaalt hoe coaching in de organisatie wordt ingezet.
N5 4 ja Simulatie Competency Check, 360 Feedback, Ontwikkelgesprek
G Stressbestendigheid
Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk.
N5 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C)
G sensitiviteit
Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.
N4 4 nee Persoonlijkheidsvragenlijst Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung)
V de-escaleren en grenzen stellen
Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is.
N4 4 nee Situational Judgement Test Conflictstijlen, Big Fifty, Mentale Weerbaarheid (4C)
V Toetsen en beoordelen
Construeert zelfstandig een toets met een toetsmatrijs, controleert de uitslag op onvolkomenheden en bespreekt normering met vakcollega's.
N4 4 ja Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek)
A Verbaal redeneren
Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.
N4 3 nee Cognitieve capaciteitentest Ability Scan
V Kritisch denken en bronbeoordeling
Ontdekt in rapporten drogredenen en selectief bewijs, en benoemt welke conclusie de gegevens wel dragen.
N4 3 nee Werkproef Competency Check, Werkproef
V Presenteren
Stemt opbouw, voorbeelden en detailniveau af op de kennis van de zaal en gaat zonder voorbereiding in op kritische vragen.
N4 3 nee Assessment center Competency Check, 360 Feedback
V Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan.
N4 3 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
V Adviesvaardigheid
Herformuleert de vraag achter de vraag, biedt twee onderbouwde opties met gevolgen en spreekt een besluitmoment af.
N4 3 nee Assessment center Competency Check, Structureerd interview
V samenwerken in teams
Verdeelt met collega's het werk, deelt ongevraagd informatie die anderen nodig hebben en past de eigen planning aan op teamdoelen.
N4 3 nee 360 feedback Big Fifty, 360 Feedback, Competency Check
V Plannen en organiseren
Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.
N4 3 nee Werkproef Competency Check, 360 Feedback, Werkproef
G Professionele houding en representativiteit
Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.
N4 3 nee Praktijkobservatie 360 Feedback, Competency Check
V Reflecteren op eigen praktijk
Neemt zelf tijd voor terugblikken op lastige situaties, zoekt patronen in eigen handelen en legt één verbeterpunt schriftelijk vast.
N4 3 nee 360 feedback 360 Feedback, Ontwikkelgesprek
V Professioneel bijblijven en vakliteratuur
Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan.
N4 3 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek)
V Data-analyse
Kiest zelf analysemethoden bij een open vraag, bewerkt ruwe gegevens tot een werkbestand en onderbouwt elke conclusie met cijfers.
N4 3 nee Werkproef Ability Scan, Werkproef
V Onderwijsontwerp en curriculum
Ontwerpt zelfstandig een lesperiode met samenhangende doelen, materialen en toetsing en stemt die af met vakcollega's.
N4 3 nee Portfolio/bewijsstuk Portfolio, Competency Check
V Leerlingbegeleiding
Analyseert zelfstandig de oorzaak van achterblijvende resultaten, maakt een plan met de leerling en betrekt ouders en zorgteam.
N4 3 nee Praktijkobservatie Competency Check, Ontwikkelgesprek
V Ouder- en verzorgercommunicatie
Voert zelfstandig een gesprek met ouders over teleurstellende resultaten, benoemt de feiten en komt tot gezamenlijke afspraken.
N4 3 nee Praktijkobservatie Werkproef, Competency Check
V Didactisch handelen
Varieert zelfstandig werkvormen bij een groep met verschillende niveaus en stelt de uitleg bij op signalen uit de klas.
N3 3 nee Praktijkobservatie Werkproef, Competency Check
V Werken met digitale apparaten en applicaties
Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.
N4 2 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
K AI-geletterdheid
Beoordeelt per werktaak of AI geschikt is, benoemt de belangrijkste beperkingen en legt de werking uit aan collega's.
N3 2 nee Kennistoets Kennistoets (klantspecifiek)
T Samenwerkingsplatformen benutten
Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking.
N3 1 nee Werkproef Werkproef, 360 Feedback

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill mediorsenior
Helder mondeling uitdrukken N4N5
Pedagogisch handelen N4N5
Coachen N4N5
Stressbestendigheid N4N5
sensitiviteit N3N4
de-escaleren en grenzen stellen N3N4
Toetsen en beoordelen N3N4
Verbaal redeneren N3N4
Kritisch denken en bronbeoordeling N3N4
Presenteren N3N4
Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid N3N4
Adviesvaardigheid N3N4
samenwerken in teams N3N4
Plannen en organiseren N3N4
Professionele houding en representativiteit N3N4
Reflecteren op eigen praktijk N3N4
Professioneel bijblijven en vakliteratuur N3N4
Data-analyse N3N4
Onderwijsontwerp en curriculum N3N4
Leerlingbegeleiding N3N4
Ouder- en verzorgercommunicatie N3N4
Didactisch handelen N3N3
Werken met digitale apparaten en applicaties N3N4
AI-geletterdheid N2N3
Samenwerkingsplatformen benutten N2N3

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
Helder mondeling uitdrukken
Boodschappen in gesproken taal zo formuleren dat de kern, de opbouw en de gevraagde actie voor de luisteraar direct duidelijk zijn.
Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle.Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan.Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus.
Pedagogisch handelen
Creëert een veilig en ordelijk leerklimaat, begeleidt het gedrag van leerlingen en stemt de benadering af op leeftijd en ontwikkelingsfase.
Past onder begeleiding de klasafspraken toe en spreekt leerlingen aan op ongewenst gedrag volgens de vaste routine.Herkent patronen in groepsgedrag, kiest zelfstandig een aanpak en bespreekt zorgen over een leerling met de zorgcoördinator.Ontwikkelt het pedagogisch beleid van de school, stelt gedragsprotocollen op en begeleidt teams bij vastgelopen groepsdynamiek.
Coachen
Medewerkers met vragen, spiegeling en feedback laten nadenken over eigen gedrag en keuzes, zodat zij zelf een volgende stap in hun werk zetten.
Vraagt een collega na een klus wat goed ging en wat die volgende keer anders zou doen.Voert coachgesprekken met open vragen, benoemt patronen in gedrag en laat de ander zelf een leerdoel formuleren.Leidt leidinggevenden op in coachend gedrag, begeleidt intervisie en bepaalt hoe coaching in de organisatie wordt ingezet.
Stressbestendigheid
Blijft bij tijdsdruk, tegenspraak of onverwachte wendingen dezelfde kwaliteit werk leveren en houdt in het contact met anderen een zakelijke toon.
Werkt bij oplopende drukte door aan de lopende taak en vraagt de begeleider welke taak kan wachten.Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen.Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk.
sensitiviteit
Verbale en non-verbale signalen van anderen opmerken, benoemen wat opvalt en het eigen gedrag daarop aanpassen tijdens het contact.
Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is.Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan.Leidt anderen op in het herkennen van sociale signalen en gebruikt die kennis bij het inrichten van gevoelige verandertrajecten.
de-escaleren en grenzen stellen
Oplopende spanning of ongewenst gedrag afremmen door rustig te blijven, de grens duidelijk te benoemen en het gesprek te sturen of te beëindigen.
Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in.Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is.Stelt organisatiebrede afspraken vast over grensoverschrijdend gedrag, richt opvang en opvolging in en houdt leidinggevenden aan die lijn.
Toetsen en beoordelen
Stelt toetsen en beoordelingsopdrachten op die de leerdoelen dekken, beoordeelt werk volgens criteria en geeft leerlingen bruikbare feedback.
Neemt een bestaande toets af volgens instructie en beoordeelt het werk met het aangeleverde antwoordmodel.Construeert zelfstandig een toets met een toetsmatrijs, controleert de uitslag op onvolkomenheden en bespreekt normering met vakcollega's.Ontwikkelt het toetsbeleid van de instelling, borgt de kwaliteit van examinering en adviseert examencommissies over normering.
Verbaal redeneren
Begrijpt geschreven en gesproken taal en leidt daaruit logische conclusies af, ook wanneer de tekst lang, dicht of dubbelzinnig is.
Vat een korte werkinstructie in eigen woorden samen en benoemt welk woord of welke zin onduidelijk blijft.Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt.Ontleedt juridische of beleidsteksten met tegenstrijdige passages, herformuleert de kernvraag en onderbouwt de gekozen uitleg voor de hele organisatie.
Kritisch denken en bronbeoordeling
Toetst beweringen op logica, bewijs en belang van de bron en onderscheidt daarbij feiten van meningen en aannames.
Vraagt bij een bewering waar die op gebaseerd is en controleert of de bron genoemd en vindbaar is.Ontdekt in rapporten drogredenen en selectief bewijs, en benoemt welke conclusie de gegevens wel dragen.Stelt de toetsingscriteria voor bronnen en claims op, ook voor door kunstmatige intelligentie gemaakte teksten, en handhaaft die organisatiebreed.
Presenteren
Een boodschap voor een groep opbouwen en brengen met een duidelijke lijn, passende middelen en aandacht voor reactie en vragen uit de zaal.
Presenteert een voorbereide diareeks over eigen werk en beantwoordt feitelijke vragen met hulp van een ervaren collega.Stemt opbouw, voorbeelden en detailniveau af op de kennis van de zaal en gaat zonder voorbereiding in op kritische vragen.Presenteert bij externe congressen namens de organisatie, bepaalt de kernboodschap voor het vakgebied en begeleidt anderen bij hun optreden.
Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Gedachten in correcte en leesbare tekst zetten met een logische alinea-opbouw, passende toon en woordkeus die bij de lezer aansluit.
Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde.Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan.Stelt de schrijfwijzer en huisstijl voor de organisatie op, keurt publicaties inhoudelijk goed en ontwikkelt de schrijfvaardigheid van teams.
Adviesvaardigheid
Een vraagstuk van een opdrachtgever scherp krijgen en een onderbouwd advies zo brengen dat de ontvanger het overneemt en uitvoert.
Levert gevraagde informatie aan en licht een standaardadvies toe volgens de vaste opbouw van het team.Herformuleert de vraag achter de vraag, biedt twee onderbouwde opties met gevolgen en spreekt een besluitmoment af.Adviseert het bestuur bij vraagstukken met tegenstrijdige belangen, weerspreekt gevestigde aannames en bewaakt de kwaliteit van adviezen in de organisatie.
samenwerken in teams
Bijdragen aan het resultaat van een team door taken te verdelen, informatie te delen, afspraken na te komen en collega's te betrekken bij het werk.
Voert de eigen taak binnen het team uit volgens afspraak en meldt bij de teamleider wanneer iets niet lukt.Verdeelt met collega's het werk, deelt ongevraagd informatie die anderen nodig hebben en past de eigen planning aan op teamdoelen.Ontwerpt samenwerkingsafspraken voor meerdere teams in de organisatie, evalueert die op resultaat en stelt ze bij op basis van gegevens.
Plannen en organiseren
Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden.
Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden.Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims.
Professionele houding en representativiteit
Gedraagt zich in contact met klanten, collega's en externe partijen volgens de omgangsvormen en kledingnormen van de organisatie, ook buiten de eigen werkplek.
Volgt de huisregels voor omgang, taalgebruik en kleding en vraagt bij twijfel de begeleider om uitleg.Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag.Vertegenwoordigt de organisatie in het publieke domein en stelt de gedragsnormen vast die daarbij worden gehanteerd.
Reflecteren op eigen praktijk
Kijkt gestructureerd terug op eigen werk, benoemt wat het effect was van gemaakte keuzes en formuleert daaruit een concreet punt om anders te doen.
Beantwoordt na een taak de vragen van de begeleider over wat goed ging en wat lastig was.Neemt zelf tijd voor terugblikken op lastige situaties, zoekt patronen in eigen handelen en legt één verbeterpunt schriftelijk vast.Bouwt reflectie in als vast onderdeel van werkprocessen, begeleidt intervisie in de organisatie en houdt lastige aannames bespreekbaar.
Professioneel bijblijven en vakliteratuur
Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze.
Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is.Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan.Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt.
Data-analyse
Bewerkt en analyseert gegevensbestanden om patronen, verbanden en afwijkingen te vinden en verbindt de uitkomsten aan de oorspronkelijke vraag.
Voert een vooraf beschreven analysestap uit op een aangeleverd bestand en legt de uitkomst vast in het afgesproken format.Kiest zelf analysemethoden bij een open vraag, bewerkt ruwe gegevens tot een werkbestand en onderbouwt elke conclusie met cijfers.Bepaalt de analysestandaarden van de organisatie, beoordeelt analyses van anderen en zet nieuwe analysemethoden in het vakgebied neer.
Onderwijsontwerp en curriculum
Ontwerpt leerlijnen en lesmateriaal waarin doelen, inhoud, werkvormen en toetsing samenhangen en sluit aan bij eindtermen of kwalificatie-eisen.
Vult onder begeleiding een bestaand lesplan aan met opdrachten die passen bij het aangegeven leerdoel.Ontwerpt zelfstandig een lesperiode met samenhangende doelen, materialen en toetsing en stemt die af met vakcollega's.Ontwikkelt het curriculum van de hele opleiding, verbindt dat aan wettelijke eisen en leidt de invoering bij alle teams.
Leerlingbegeleiding
Begeleidt leerlingen bij leerproblemen, studiekeuze en persoonlijke vragen, verwijst waar nodig door en houdt de voortgang bij in het dossier.
Voert onder toezicht een begeleidingsgesprek volgens het vaste formulier en legt de afspraken vast in het leerlingdossier.Analyseert zelfstandig de oorzaak van achterblijvende resultaten, maakt een plan met de leerling en betrekt ouders en zorgteam.Ontwikkelt de begeleidingsstructuur van de school, stelt protocollen voor verwijzing op en coacht mentoren in hun rol.
Ouder- en verzorgercommunicatie
Informeert ouders en verzorgers over ontwikkeling en gedrag van een leerling, voert gesprekken bij zorgen en maakt met hen afspraken.
Informeert ouders volgens afspraak over praktische zaken en verwijst inhoudelijke vragen door naar de mentor.Voert zelfstandig een gesprek met ouders over teleurstellende resultaten, benoemt de feiten en komt tot gezamenlijke afspraken.Stelt het communicatiebeleid richting ouders vast, bemiddelt bij klachten en traint collega's in moeilijke oudergesprekken.
Didactisch handelen
Verzorgt lessen waarin leerdoelen, uitleg, opdrachten en feedback op elkaar aansluiten en stemt tempo en werkvorm af op de groep.
Verzorgt onder begeleiding een lesonderdeel volgens een voorbereid lesplan en houdt zich aan de aangegeven werkvormen.Varieert zelfstandig werkvormen bij een groep met verschillende niveaus en stelt de uitleg bij op signalen uit de klas.Ontwikkelt het didactisch kader van de school, onderbouwt dat met onderzoek en begeleidt collega's bij lesbezoek en feedback.
Werken met digitale apparaten en applicaties
Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op.
Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp.Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning.Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams.
AI-geletterdheid
Kent de werking, mogelijkheden en grenzen van AI-systemen, benoemt waar ze wel en niet passen en gebruikt daarbij correcte begrippen.
Legt in eigen woorden uit dat een taalmodel voorspelt op basis van patronen en daardoor onjuiste uitvoer kan geven.Beoordeelt per werktaak of AI geschikt is, benoemt de belangrijkste beperkingen en legt de werking uit aan collega's.Bepaalt wat AI-geletterdheid in de organisatie betekent, meet het niveau en verbindt dat aan opleidings en inzetbeleid.
Samenwerkingsplatformen benutten
Werkt samen in digitale platformen door bestanden te delen, taken en kanalen in te richten en afspraken over online samenwerking te volgen.
Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen.Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking.Bepaalt het organisatiebeleid voor digitale samenwerking en stuurt de invoering van nieuwe samenwerkingsvormen aan.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
Simulatie - - Nagebootste werksituatie, meestal digitaal, met gestandaardiseerde scoring.
Persoonlijkheidsvragenlijst 0.40 0.15 Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF.
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.
Portfolio/bewijsstuk - - Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria.
Cognitieve capaciteitentest 0.41 0.14 Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen.
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
360 feedback - - Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers.
Kennistoets 0.40 0.13 Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Competency Check14Competentiebeoordeling op gedragsniveau
Werkproef9Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
360 Feedback8Meervoudige beoordeling op gedragsankers
Big Fifty4Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
Kennistoets (klantspecifiek)4Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Ontwikkelgesprek3Gestructureerd ontwikkelgesprek
Portfolio3Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria
Mentale Weerbaarheid (4C)2Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model
Ability Scan2Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie
15PF1Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty
Kleurenprofiel (Jung)1Vier kleurentypen, gekoppeld aan Big Fifty-factoren
Conflictstijlen1Voorkeursstijl in conflictsituaties
Structureerd interview1Gedragsgericht interview met vaste opzet

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN1210