FN1206 · versie 2.0.0 · 2026-09-08
Onderwijsassistent
FF12 Onderwijs en opleiden · ISCO-08 3320 · CBS 0133 Onderwijsassistenten · senioriteit junior · Ook bekend als: Klassenassistent, Onderwijsassistente, OA, Assistent leerkracht
Ondersteunt de leerkracht in de klas bij organisatie, kleine groepjes en individuele begeleiding, zonder zelf de lesstof te verzorgen.
De onderwijsassistent werkt onder verantwoordelijkheid van de leerkracht en neemt praktische en begeleidende taken uit handen. Anders dan de leraar draagt deze functie geen eindverantwoordelijkheid voor de lesstof of de beoordeling van leerlingen. In de selectie wordt vaak gelet op affiniteit met kinderen, terwijl het vermogen om zelfstandig te schakelen tussen ondersteuningstaken zonder voortdurende instructie van de leerkracht onderbelicht blijft.
25 skills · 5 te meten competenties · 3 knockout-skills · zwaartepunt: Vakinhoudelijke kennisdomeinen 27%, Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 17%, Communicatie en beïnvloeding 15%
1 Te meten competenties
Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.
| Te meten competenties | Streefniveau | hrmforce instrument | Meetmethode | Gedragsanker op streefniveau |
|---|---|---|---|---|
| Stressbestendigheid Competentie (50-framework): Stressbestendigheid | N3 | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) | Persoonlijkheidsvragenlijst | Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. |
| sensitiviteit Competentie (50-framework): Sensitiviteit | N2 | Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung) | Persoonlijkheidsvragenlijst | Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is. |
| Verbaal redeneren | N2 | Ability Scan | Cognitieve capaciteitentest | Vat een korte werkinstructie in eigen woorden samen en benoemt welk woord of welke zin onduidelijk blijft. |
| Professionele houding en representativiteit Competentie (50-framework): Organisatiesensitiviteit | N2 | 360 Feedback, Competency Check | Praktijkobservatie | Volgt de huisregels voor omgang, taalgebruik en kleding en vraagt bij twijfel de begeleider om uitleg. |
| Zelfstandig werken Competentie (50-framework): Onafhankelijkheid | N2 | Big Fifty, 15PF, Competency Check | Persoonlijkheidsvragenlijst | Werkt taken af volgens instructie en legt elke afwijking direct voor aan de begeleider voordat verder wordt gegaan. |
2 Volledig skillprofiel
Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.
| T | Skill | Streefniveau | Gewicht | Knockout | Meetmethode | hrmforce instrument |
|---|---|---|---|---|---|---|
| V | Helder mondeling uitdrukken Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan. | N3 | 5 | ja | Assessment center | Communicatiestijlen, Competency Check |
| V | Pedagogisch handelen Herkent patronen in groepsgedrag, kiest zelfstandig een aanpak en bespreekt zorgen over een leerling met de zorgcoördinator. | N3 | 5 | ja | Praktijkobservatie | Competency Check, Werkproef |
| G | Stressbestendigheid Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. | N3 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Mentale Weerbaarheid (4C) |
| G | sensitiviteit Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is. | N2 | 4 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 360 Feedback, Kleurenprofiel (Jung) |
| V | de-escaleren en grenzen stellen Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in. | N2 | 4 | nee | Situational Judgement Test | Conflictstijlen, Big Fifty, Mentale Weerbaarheid (4C) |
| V | Toetsen en beoordelen Neemt een bestaande toets af volgens instructie en beoordeelt het werk met het aangeleverde antwoordmodel. | N2 | 4 | ja | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek) |
| A | Verbaal redeneren Vat een korte werkinstructie in eigen woorden samen en benoemt welk woord of welke zin onduidelijk blijft. | N2 | 3 | nee | Cognitieve capaciteitentest | Ability Scan |
| V | Kritisch denken en bronbeoordeling Vraagt bij een bewering waar die op gebaseerd is en controleert of de bron genoemd en vindbaar is. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Competency Check, Werkproef |
| V | Presenteren Presenteert een voorbereide diareeks over eigen werk en beantwoordt feitelijke vragen met hulp van een ervaren collega. | N2 | 3 | nee | Assessment center | Competency Check, 360 Feedback |
| V | Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Werkproef, Competency Check |
| V | samenwerken in teams Voert de eigen taak binnen het team uit volgens afspraak en meldt bij de teamleider wanneer iets niet lukt. | N2 | 3 | nee | 360 feedback | Big Fifty, 360 Feedback, Competency Check |
| V | Plannen en organiseren Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden. | N2 | 3 | nee | Werkproef | Competency Check, 360 Feedback, Werkproef |
| G | Professionele houding en representativiteit Volgt de huisregels voor omgang, taalgebruik en kleding en vraagt bij twijfel de begeleider om uitleg. | N2 | 3 | nee | Praktijkobservatie | 360 Feedback, Competency Check |
| V | Reflecteren op eigen praktijk Beantwoordt na een taak de vragen van de begeleider over wat goed ging en wat lastig was. | N2 | 3 | nee | 360 feedback | 360 Feedback, Ontwikkelgesprek |
| V | Professioneel bijblijven en vakliteratuur Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is. | N2 | 3 | nee | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Kennistoets (klantspecifiek) |
| V | Onderwijsontwerp en curriculum Vult onder begeleiding een bestaand lesplan aan met opdrachten die passen bij het aangegeven leerdoel. | N2 | 3 | nee | Portfolio/bewijsstuk | Portfolio, Competency Check |
| V | Leerlingbegeleiding Voert onder toezicht een begeleidingsgesprek volgens het vaste formulier en legt de afspraken vast in het leerlingdossier. | N2 | 3 | nee | Praktijkobservatie | Competency Check, Ontwikkelgesprek |
| V | Ouder- en verzorgercommunicatie Informeert ouders volgens afspraak over praktische zaken en verwijst inhoudelijke vragen door naar de mentor. | N2 | 3 | nee | Praktijkobservatie | Werkproef, Competency Check |
| G | Zelfstandig werken Werkt taken af volgens instructie en legt elke afwijking direct voor aan de begeleider voordat verder wordt gegaan. | N2 | 2 | nee | Persoonlijkheidsvragenlijst | Big Fifty, 15PF, Competency Check |
| V | Werken met digitale apparaten en applicaties Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp. | N2 | 2 | nee | Werkproef | Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef |
| V | Didactisch handelen Verzorgt onder begeleiding een lesonderdeel volgens een voorbereid lesplan en houdt zich aan de aangegeven werkvormen. | N2 | 2 | nee | Praktijkobservatie | Werkproef, Competency Check |
| V | toegankelijk communiceren en werken Legt een boodschap in eenvoudige taal uit en checkt of de ontvanger de inhoud kan volgen. | N1 | 2 | nee | Werkproef | Communicatiestijlen, 360 Feedback |
| V | Begeleiden op de werkvloer Werkt naast een nieuwe collega, wijst op afwijkingen in de handeling en meldt de voortgang aan de praktijkopleider. | N1 | 2 | nee | Praktijkobservatie | 360 Feedback, Competency Check |
| K | AI-geletterdheid Legt in eigen woorden uit dat een taalmodel voorspelt op basis van patronen en daardoor onjuiste uitvoer kan geven. | N1 | 2 | nee | Kennistoets | Kennistoets (klantspecifiek) |
| T | Samenwerkingsplatformen benutten Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen. | N1 | 1 | nee | Werkproef | Werkproef, 360 Feedback |
3 Niveaus per senioriteit
Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.
| Skill | junior | medior |
|---|---|---|
| Helder mondeling uitdrukken | N3 | N4 |
| Pedagogisch handelen | N3 | N4 |
| Stressbestendigheid | N3 | N4 |
| sensitiviteit | N2 | N3 |
| de-escaleren en grenzen stellen | N2 | N3 |
| Toetsen en beoordelen | N2 | N3 |
| Verbaal redeneren | N2 | N3 |
| Kritisch denken en bronbeoordeling | N2 | N3 |
| Presenteren | N2 | N3 |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid | N2 | N3 |
| samenwerken in teams | N2 | N3 |
| Plannen en organiseren | N2 | N3 |
| Professionele houding en representativiteit | N2 | N3 |
| Reflecteren op eigen praktijk | N2 | N3 |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur | N2 | N3 |
| Onderwijsontwerp en curriculum | N2 | N3 |
| Leerlingbegeleiding | N2 | N3 |
| Ouder- en verzorgercommunicatie | N2 | N3 |
| Zelfstandig werken | N2 | N3 |
| Werken met digitale apparaten en applicaties | N2 | N3 |
| Didactisch handelen | N2 | N2 |
| toegankelijk communiceren en werken | N1 | N2 |
| Begeleiden op de werkvloer | N1 | N2 |
| AI-geletterdheid | N1 | N2 |
| Samenwerkingsplatformen benutten | N1 | N2 |
4 De niveauschaal
| Niveau | Label | Autonomie | Complexiteit | Bereik | Kennisdiepte |
|---|---|---|---|---|---|
| N1 | Begeleid | werkt onder toezicht en volgt instructie | routinematig, een variabele tegelijk | eigen taak | basisbegrip, kent de termen |
| N2 | Toepassend | werkt zelfstandig binnen vastgestelde kaders | bekende situaties met beperkte variatie | eigen rol | werkkennis, past standaardaanpak toe |
| N3 | Zelfstandig | stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input | meerdere variabelen, enige ambiguiteit | eigen team of proces | grondige kennis, weegt alternatieven |
| N4 | Sturend | geeft anderen richting en beslist over de aanpak | complex, met tegenstrijdige belangen | meerdere teams of een afdeling | diepgaande kennis, adviseert anderen |
| N5 | Toonaangevend | zet de standaard en het beleid | strategisch, met hoge onzekerheid | organisatie, keten of vakgebied | autoriteit, ontwikkelt het vakgebied |
5 Gedragsankers per skill
Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.
| Skill | N1 | N3 | N5 |
|---|---|---|---|
| Helder mondeling uitdrukken Boodschappen in gesproken taal zo formuleren dat de kern, de opbouw en de gevraagde actie voor de luisteraar direct duidelijk zijn. | Vertelt in eigen woorden wat is afgesproken en herhaalt de kern van de instructie ter controle. | Bouwt zonder voorbereiding een mondelinge uitleg op in kern, toelichting en vervolgstap en past het tempo aan de luisteraar aan. | Stelt organisatiebreed de norm voor mondelinge helderheid vast, bespreekt complexe strategische keuzes begrijpelijk en coacht anderen op hun woordkeus. |
| Pedagogisch handelen Creëert een veilig en ordelijk leerklimaat, begeleidt het gedrag van leerlingen en stemt de benadering af op leeftijd en ontwikkelingsfase. | Past onder begeleiding de klasafspraken toe en spreekt leerlingen aan op ongewenst gedrag volgens de vaste routine. | Herkent patronen in groepsgedrag, kiest zelfstandig een aanpak en bespreekt zorgen over een leerling met de zorgcoördinator. | Ontwikkelt het pedagogisch beleid van de school, stelt gedragsprotocollen op en begeleidt teams bij vastgelopen groepsdynamiek. |
| Stressbestendigheid Blijft bij tijdsdruk, tegenspraak of onverwachte wendingen dezelfde kwaliteit werk leveren en houdt in het contact met anderen een zakelijke toon. | Werkt bij oplopende drukte door aan de lopende taak en vraagt de begeleider welke taak kan wachten. | Blijft bij piekdrukte gestructureerd werken, houdt afspraken met opdrachtgevers helder en signaleert vroegtijdig welke resultaten in gevaar komen. | Houdt in crisissituaties de organisatie werkbaar, neemt onder hoge onzekerheid besluiten en zet de norm voor kalm handelen onder druk. |
| sensitiviteit Verbale en non-verbale signalen van anderen opmerken, benoemen wat opvalt en het eigen gedrag daarop aanpassen tijdens het contact. | Merkt op wanneer een gesprekspartner afhaakt of aarzelt en vraagt of de uitleg duidelijk is. | Benoemt tijdens een gesprek de waargenomen spanning of terughoudendheid en past daarop toon, tempo en woordkeus aan. | Leidt anderen op in het herkennen van sociale signalen en gebruikt die kennis bij het inrichten van gevoelige verandertrajecten. |
| de-escaleren en grenzen stellen Oplopende spanning of ongewenst gedrag afremmen door rustig te blijven, de grens duidelijk te benoemen en het gesprek te sturen of te beëindigen. | Blijft bij een boze reactie rustig, laat de ander uitspreken en schakelt een collega of leidinggevende in. | Benoemt bij ongewenst gedrag welke grens wordt overschreden, welk gevolg dat heeft en beëindigt het gesprek wanneer dat nodig is. | Stelt organisatiebrede afspraken vast over grensoverschrijdend gedrag, richt opvang en opvolging in en houdt leidinggevenden aan die lijn. |
| Toetsen en beoordelen Stelt toetsen en beoordelingsopdrachten op die de leerdoelen dekken, beoordeelt werk volgens criteria en geeft leerlingen bruikbare feedback. | Neemt een bestaande toets af volgens instructie en beoordeelt het werk met het aangeleverde antwoordmodel. | Construeert zelfstandig een toets met een toetsmatrijs, controleert de uitslag op onvolkomenheden en bespreekt normering met vakcollega's. | Ontwikkelt het toetsbeleid van de instelling, borgt de kwaliteit van examinering en adviseert examencommissies over normering. |
| Verbaal redeneren Begrijpt geschreven en gesproken taal en leidt daaruit logische conclusies af, ook wanneer de tekst lang, dicht of dubbelzinnig is. | Vat een korte werkinstructie in eigen woorden samen en benoemt welk woord of welke zin onduidelijk blijft. | Haalt uit een rapport van meerdere pagina's de kernargumenten en toont met tekstverwijzingen aan welke conclusie wel en niet volgt. | Ontleedt juridische of beleidsteksten met tegenstrijdige passages, herformuleert de kernvraag en onderbouwt de gekozen uitleg voor de hele organisatie. |
| Kritisch denken en bronbeoordeling Toetst beweringen op logica, bewijs en belang van de bron en onderscheidt daarbij feiten van meningen en aannames. | Vraagt bij een bewering waar die op gebaseerd is en controleert of de bron genoemd en vindbaar is. | Ontdekt in rapporten drogredenen en selectief bewijs, en benoemt welke conclusie de gegevens wel dragen. | Stelt de toetsingscriteria voor bronnen en claims op, ook voor door kunstmatige intelligentie gemaakte teksten, en handhaaft die organisatiebreed. |
| Presenteren Een boodschap voor een groep opbouwen en brengen met een duidelijke lijn, passende middelen en aandacht voor reactie en vragen uit de zaal. | Presenteert een voorbereide diareeks over eigen werk en beantwoordt feitelijke vragen met hulp van een ervaren collega. | Stemt opbouw, voorbeelden en detailniveau af op de kennis van de zaal en gaat zonder voorbereiding in op kritische vragen. | Presenteert bij externe congressen namens de organisatie, bepaalt de kernboodschap voor het vakgebied en begeleidt anderen bij hun optreden. |
| Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid Gedachten in correcte en leesbare tekst zetten met een logische alinea-opbouw, passende toon en woordkeus die bij de lezer aansluit. | Schrijft korte berichten en verslagen zonder taalfouten na gebruik van een controlemiddel en een collegiale nakijkronde. | Schrijft zelfstandig teksten met kop, kern en slot, kiest per doelgroep een toon en houdt vaste begrippen consequent aan. | Stelt de schrijfwijzer en huisstijl voor de organisatie op, keurt publicaties inhoudelijk goed en ontwikkelt de schrijfvaardigheid van teams. |
| samenwerken in teams Bijdragen aan het resultaat van een team door taken te verdelen, informatie te delen, afspraken na te komen en collega's te betrekken bij het werk. | Voert de eigen taak binnen het team uit volgens afspraak en meldt bij de teamleider wanneer iets niet lukt. | Verdeelt met collega's het werk, deelt ongevraagd informatie die anderen nodig hebben en past de eigen planning aan op teamdoelen. | Ontwerpt samenwerkingsafspraken voor meerdere teams in de organisatie, evalueert die op resultaat en stelt ze bij op basis van gegevens. |
| Plannen en organiseren Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden. | Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden. | Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen. | Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims. |
| Professionele houding en representativiteit Gedraagt zich in contact met klanten, collega's en externe partijen volgens de omgangsvormen en kledingnormen van de organisatie, ook buiten de eigen werkplek. | Volgt de huisregels voor omgang, taalgebruik en kleding en vraagt bij twijfel de begeleider om uitleg. | Vertegenwoordigt het team bij klanten en externe partijen, kiest passend taalgebruik en spreekt collega's aan op ongepast gedrag. | Vertegenwoordigt de organisatie in het publieke domein en stelt de gedragsnormen vast die daarbij worden gehanteerd. |
| Reflecteren op eigen praktijk Kijkt gestructureerd terug op eigen werk, benoemt wat het effect was van gemaakte keuzes en formuleert daaruit een concreet punt om anders te doen. | Beantwoordt na een taak de vragen van de begeleider over wat goed ging en wat lastig was. | Neemt zelf tijd voor terugblikken op lastige situaties, zoekt patronen in eigen handelen en legt één verbeterpunt schriftelijk vast. | Bouwt reflectie in als vast onderdeel van werkprocessen, begeleidt intervisie in de organisatie en houdt lastige aannames bespreekbaar. |
| Professioneel bijblijven en vakliteratuur Volgt ontwikkelingen in het eigen vak via literatuur, richtlijnen en netwerken en verwerkt relevante nieuwe inzichten in de eigen werkwijze. | Leest de toegestuurde vakinformatie en benoemt welk onderdeel voor het eigen werk van belang is. | Houdt structureel bronnen en richtlijnen bij, weegt de kwaliteit ervan en past de eigen werkwijze aan nieuwe inzichten aan. | Beoordeelt de stand van het vakgebied, weegt tegenstrijdig onderzoek en bepaalt welke richtlijnen de organisatie voortaan volgt. |
| Onderwijsontwerp en curriculum Ontwerpt leerlijnen en lesmateriaal waarin doelen, inhoud, werkvormen en toetsing samenhangen en sluit aan bij eindtermen of kwalificatie-eisen. | Vult onder begeleiding een bestaand lesplan aan met opdrachten die passen bij het aangegeven leerdoel. | Ontwerpt zelfstandig een lesperiode met samenhangende doelen, materialen en toetsing en stemt die af met vakcollega's. | Ontwikkelt het curriculum van de hele opleiding, verbindt dat aan wettelijke eisen en leidt de invoering bij alle teams. |
| Leerlingbegeleiding Begeleidt leerlingen bij leerproblemen, studiekeuze en persoonlijke vragen, verwijst waar nodig door en houdt de voortgang bij in het dossier. | Voert onder toezicht een begeleidingsgesprek volgens het vaste formulier en legt de afspraken vast in het leerlingdossier. | Analyseert zelfstandig de oorzaak van achterblijvende resultaten, maakt een plan met de leerling en betrekt ouders en zorgteam. | Ontwikkelt de begeleidingsstructuur van de school, stelt protocollen voor verwijzing op en coacht mentoren in hun rol. |
| Ouder- en verzorgercommunicatie Informeert ouders en verzorgers over ontwikkeling en gedrag van een leerling, voert gesprekken bij zorgen en maakt met hen afspraken. | Informeert ouders volgens afspraak over praktische zaken en verwijst inhoudelijke vragen door naar de mentor. | Voert zelfstandig een gesprek met ouders over teleurstellende resultaten, benoemt de feiten en komt tot gezamenlijke afspraken. | Stelt het communicatiebeleid richting ouders vast, bemiddelt bij klachten en traint collega's in moeilijke oudergesprekken. |
| Zelfstandig werken Voert toegewezen werk uit zonder tussentijdse sturing, maakt binnen de gestelde kaders eigen keuzes en meldt zelf wanneer overleg of besluitvorming nodig is. | Werkt taken af volgens instructie en legt elke afwijking direct voor aan de begeleider voordat verder wordt gegaan. | Bepaalt zelf de aanpak van een heel werkpakket, schakelt gericht met collega's bij onduidelijkheid en levert zonder herinnering op tijd op. | Richt de werkwijze in waarmee teams zelfstandig kunnen opereren en legt organisatiebreed vast welke besluiten wel en niet worden voorgelegd. |
| Werken met digitale apparaten en applicaties Gebruikt computers, mobiele apparaten en standaardapplicaties om werktaken uit te voeren, past instellingen aan en lost eenvoudige gebruiksproblemen zelf op. | Opent en gebruikt de voorgeschreven applicaties voor eigen taken en vraagt bij elke onbekende melding om hulp. | Kiest zelf het passende apparaat en de passende applicatie per taak en herstelt veelvoorkomende verstoringen zonder ondersteuning. | Stelt organisatiebreed vast welke digitale werkplekvoorzieningen worden gebruikt en begeleidt de invoering ervan bij alle teams. |
| Didactisch handelen Verzorgt lessen waarin leerdoelen, uitleg, opdrachten en feedback op elkaar aansluiten en stemt tempo en werkvorm af op de groep. | Verzorgt onder begeleiding een lesonderdeel volgens een voorbereid lesplan en houdt zich aan de aangegeven werkvormen. | Varieert zelfstandig werkvormen bij een groep met verschillende niveaus en stelt de uitleg bij op signalen uit de klas. | Ontwikkelt het didactisch kader van de school, onderbouwt dat met onderzoek en begeleidt collega's bij lesbezoek en feedback. |
| toegankelijk communiceren en werken Informatie en werkvormen zo inrichten dat alle betrokkenen ze kunnen volgen en gebruiken, met heldere taal, bruikbare materialen en passende hulpmiddelen. | Legt een boodschap in eenvoudige taal uit en checkt of de ontvanger de inhoud kan volgen. | Past documenten, presentaties en overlegvormen aan op de behoeften van deelnemers en biedt alternatieven aan waar dat nodig is. | Stelt organisatienormen vast voor toegankelijke communicatie en werkvormen en toetst producten en systemen periodiek aan die normen. |
| Begeleiden op de werkvloer Begeleidt een collega of leerling tijdens het echte werk, geeft gerichte feedback op wat is gezien en bouwt de zelfstandigheid stap voor stap uit. | Werkt naast een nieuwe collega, wijst op afwijkingen in de handeling en meldt de voortgang aan de praktijkopleider. | Stemt met de begeleide af welke taken zelfstandig gaan, observeert gericht en bespreekt na het werk twee concrete leerpunten. | Richt de praktijkbegeleiding voor de organisatie in, leidt begeleiders op en houdt de kwaliteit van hun begeleiding in beeld. |
| AI-geletterdheid Kent de werking, mogelijkheden en grenzen van AI-systemen, benoemt waar ze wel en niet passen en gebruikt daarbij correcte begrippen. | Legt in eigen woorden uit dat een taalmodel voorspelt op basis van patronen en daardoor onjuiste uitvoer kan geven. | Beoordeelt per werktaak of AI geschikt is, benoemt de belangrijkste beperkingen en legt de werking uit aan collega's. | Bepaalt wat AI-geletterdheid in de organisatie betekent, meet het niveau en verbindt dat aan opleidings en inzetbeleid. |
| Samenwerkingsplatformen benutten Werkt samen in digitale platformen door bestanden te delen, taken en kanalen in te richten en afspraken over online samenwerking te volgen. | Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen. | Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking. | Bepaalt het organisatiebeleid voor digitale samenwerking en stuurt de invoering van nieuwe samenwerkingsvormen aan. |
6 Meetmethoden en validiteit
De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.
| Meetmethode | rho | SD | Wat het is |
|---|---|---|---|
| Assessment center | 0.29 | 0.09 | Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring. |
| Praktijkobservatie | - | - | Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers. |
| Persoonlijkheidsvragenlijst | 0.40 | 0.15 | Zelfrapportage van gedragsvoorkeuren. Bij hrmforce de Big Fifty en de 15PF. |
| Situational Judgement Test | 0.12 | 0.11 | Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens. |
| Portfolio/bewijsstuk | - | - | Verzameling van eerder werk of resultaten, beoordeeld tegen vaste criteria. |
| Cognitieve capaciteitentest | 0.41 | 0.14 | Gestandaardiseerde test van verbaal, numeriek of abstract redeneervermogen. |
| Werkproef | 0.33 | 0.09 | De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities. |
| 360 feedback | - | - | Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers. |
| Kennistoets | 0.40 | 0.13 | Toets van declaratieve vakkennis, meestal klantspecifiek samengesteld. |
7 Meetinstrumenten voor deze functie
| hrmforce instrument | Skills | Wat het meet |
|---|---|---|
| Competency Check | 14 | Competentiebeoordeling op gedragsniveau |
| 360 Feedback | 9 | Meervoudige beoordeling op gedragsankers |
| Werkproef | 8 | Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities |
| Big Fifty | 5 | Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren |
| Kennistoets (klantspecifiek) | 4 | Toets van vakkennis, per klant samengesteld |
| Portfolio | 3 | Beoordeling van eerder werk tegen vaste criteria |
| Communicatiestijlen | 2 | Voorkeursstijl in communicatie |
| 15PF | 2 | Persoonlijkheidsprofiel, korter alternatief voor de Big Fifty |
| Mentale Weerbaarheid (4C) | 2 | Mentale weerbaarheid volgens het 4C-model |
| Ontwikkelgesprek | 2 | Gestructureerd ontwikkelgesprek |
| Kleurenprofiel (Jung) | 1 | Vier kleurentypen, gekoppeld aan Big Fifty-factoren |
| Conflictstijlen | 1 | Voorkeursstijl in conflictsituaties |
| Ability Scan | 1 | Capaciteitentest: verbaal, numeriek en abstract redeneervermogen |
8 Hoe je dit profiel gebruikt
- Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
- Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
- Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
- Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.
Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.
hrmforce · hrmforce.com · FN1206