hrmforce
hrmforce Skills Framework 2.0
Volledig functieprofiel
FN0210 · versie 2.0.0 · 2026-09-08

Shiftleader

FF02 Operationeel leidinggeven en teamleiding · ISCO-08 5222 · CBS 0331 Winkeliers en teamleiders detailhandel · senioriteit medior · Ook bekend als: Shift leader, Dienstleider winkel, Floormanager horeca, Assistent filiaalmanager

Draagt tijdens de dienst verantwoordelijkheid voor de winkelvloer of het horecateam, verdeelt taken, opent en sluit en handelt klachten en kasverschillen af.

De shiftleader is tijdens zijn dienst het aanspreekpunt voor medewerkers en gasten en neemt de sleutelverantwoordelijkheid van de filiaal of bedrijfsleider over. Anders dan een filiaalmanager gaat de rol niet over formatie, inkoop en jaarcijfers, maar over de gang van zaken in een dagdeel. Bij selectie wordt vaak alleen gekeken naar beschikbaarheid in de weekenden, waardoor het inwerken van nieuwe medewerkers en het sluitend houden van de kasverantwoording buiten beeld blijven.

Kerncijfers van dit profiel

26 skills · 3 te meten competenties · 4 knockout-skills · zwaartepunt: Leiderschap en organiseren 47%, Samenwerking en interpersoonlijke effectiviteit 16%, Vakinhoudelijke kennisdomeinen 15%

1 Te meten competenties

Dit zijn de gedrags- en capaciteitsconstructen in dit profiel. Per competentie staat erbij met welke hrmforce-vragenlijst je die meet.

Te meten competenties Streefniveau hrmforce instrument Meetmethode Gedragsanker op streefniveau
Aansturen en sturing geven
Competentie (50-framework): Aansturen
Knockout
N4 Big Fifty, Competency Check, 360 Feedback Assessment center Stelt per teamlid verwachtingen en kaders vast, spreekt afwijkend gedrag direct aan en legt afspraken schriftelijk vast.
Omgaan met werkdruk
Competentie (50-framework): Stressbestendigheid
N3 Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey Structureerd interview Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
Veiligheidsbewustzijn
Competentie (50-framework): Discipline
N3 Big Fifty, Competency Check Situational Judgement Test Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.

2 Volledig skillprofiel

Alle skills van dit profiel, op gewicht gesorteerd. Het gedragsanker onder elke skill hoort bij het streefniveau.

T Skill Streefniveau Gewicht Knockout Meetmethode hrmforce instrument
G Aansturen en sturing geven
Stelt per teamlid verwachtingen en kaders vast, spreekt afwijkend gedrag direct aan en legt afspraken schriftelijk vast.
N4 5 ja Assessment center Big Fifty, Competency Check, 360 Feedback
V Voortgangscontrole
Bespreekt vaste voortgangsmomenten met het team, vergelijkt planning met realisatie en grijpt in bij afwijkingen.
N4 4 nee Structureerd interview Competency Check, 360 Feedback
V conflicthantering
Brengt partijen bij elkaar, scheidt standpunt van belang en legt de gemaakte afspraak en de opvolging schriftelijk vast.
N3 4 ja Assessment center Conflictstijlen, Big Fifty, 360 Feedback
V feedback geven
Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg.
N3 4 nee Assessment center 360 Feedback, Communicatiestijlen
V aanspreken op afspraken
Spreekt ook collega's buiten het eigen team aan op afspraken, benoemt het gevolg en volgt de nieuwe afspraak op.
N3 4 ja Assessment center 360 Feedback, Competency Check
V Richting vertalen naar doelen
Vertaalt afdelingsdoelen in meetbare resultaatafspraken per teamlid en legt vast hoe en wanneer voortgang wordt gemeten.
N3 4 nee Structureerd interview Competency Check, 360 Feedback, Ontwikkelgesprek
V Delegeren
Kiest per taak wie voldoende kan en mag, spreekt beslisruimte af en laat de uitvoering bij de ander.
N3 4 nee Assessment center Competency Check, 360 Feedback, Big Fifty
V Prestatiegesprekken voeren
Voert jaargesprekken zelfstandig, onderbouwt het oordeel met feiten en legt verbeterafspraken met termijn schriftelijk vast.
N3 4 nee Simulatie Ontwikkelgesprek, 360 Feedback, Competency Check
V Coachen
Voert coachgesprekken met open vragen, benoemt patronen in gedrag en laat de ander zelf een leerdoel formuleren.
N3 4 nee Simulatie Competency Check, 360 Feedback, Ontwikkelgesprek
V Plannen en organiseren
Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.
N3 4 ja Werkproef Competency Check, 360 Feedback, Werkproef
V Capaciteits- en resourceplanning
Berekent benodigde uren en kwalificaties per periode, maakt een bezettingsplan en onderbouwt aanvragen voor extra inzet.
N3 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V Continu verbeteren
Organiseert korte verbetercycli in het team, meet het effect van een aanpassing en borgt wat werkt in de werkinstructie.
N3 4 nee Werkproef Competency Check, Pulse Survey
V Planning van operationele processen
Maakt de weekplanning voor een team, weegt piekdrukte en verzuim mee en herplant bij verstoringen.
N3 4 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
V Gastvrijheidsverlening
Speelt zelfstandig in op wensen en klachten van gasten, adviseert over het aanbod en herstelt de beleving na een fout.
N3 4 nee Praktijkobservatie Werkproef, Competency Check
V Kassa en betaalverwerking
Sluit zelfstandig de kassa af, verklaart kasverschillen en handelt retouren en kortingen binnen de eigen bevoegdheid af.
N3 4 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
V psychologische veiligheid bevorderen
Vraagt in het team expliciet naar twijfel en tegengeluid, benoemt eigen fouten en koppelt terug wat met signalen is gedaan.
N3 3 nee 360 feedback Pulse Survey, 360 Feedback
V Verzuim en werkvermogen begeleiden
Voert verzuimgesprekken zonder naar medische details te vragen en stelt met de bedrijfsarts een plan van aanpak op.
N3 3 nee Situational Judgement Test Kennistoets (klantspecifiek), Competency Check
V Teamontwikkeling
Bespreekt rollen en irritaties in het team, maakt werkafspraken en evalueert die na een afgesproken periode.
N3 3 nee Assessment center 360 Feedback, Pulse Survey, Kleurenprofiel (Jung)
G Omgaan met werkdruk
Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.
N3 3 nee Structureerd interview Big Fifty, Competency Check, Pulse Survey
V Begeleiden op de werkvloer
Stemt met de begeleide af welke taken zelfstandig gaan, observeert gericht en bespreekt na het werk twee concrete leerpunten.
N3 3 nee Praktijkobservatie 360 Feedback, Competency Check
V Kwaliteitsmanagementsysteem toepassen
Voert interne audits uit op een proces, benoemt de oorzaak van afwijkingen en volgt verbetermaatregelen af.
N3 3 nee Werkproef Kennistoets (klantspecifiek), Werkproef
V Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Stelt indicatoren en normen op voor een dienst, rapporteert per periode en voert verbeteracties uit bij afwijking.
N3 3 nee Werkproef Werkproef, Competency Check
V Winkelvloer en presentatie beheren
Past zelfstandig de presentatie aan bij acties en verkoopcijfers en verdeelt het werk op de vloer over de dienst.
N3 3 nee Praktijkobservatie Werkproef, Competency Check
V Voorraad en derving beheersen
Analyseert zelfstandig de dervingcijfers per productgroep, past bestelhoeveelheden aan en spreekt collega's aan op verspilling.
N3 3 nee Werkproef Werkproef, Kennistoets (klantspecifiek)
G Veiligheidsbewustzijn
Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.
N3 3 nee Situational Judgement Test Big Fifty, Competency Check
T Samenwerkingsplatformen benutten
Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking.
N3 1 nee Werkproef Werkproef, 360 Feedback

3 Niveaus per senioriteit

Hetzelfde profiel, met de senioriteitsbijstelling van de functiefamilie toegepast. De streefniveaus zijn begrensd op 1 tot 5.

Skill juniormedior
Aansturen en sturing geven N3N4
Voortgangscontrole N3N4
conflicthantering N2N3
feedback geven N2N3
aanspreken op afspraken N2N3
Richting vertalen naar doelen N2N3
Delegeren N2N3
Prestatiegesprekken voeren N2N3
Coachen N2N3
Plannen en organiseren N3N3
Capaciteits- en resourceplanning N2N3
Continu verbeteren N2N3
Planning van operationele processen N2N3
Gastvrijheidsverlening N2N3
Kassa en betaalverwerking N2N3
psychologische veiligheid bevorderen N2N3
Verzuim en werkvermogen begeleiden N2N3
Teamontwikkeling N2N3
Omgaan met werkdruk N2N3
Begeleiden op de werkvloer N2N3
Kwaliteitsmanagementsysteem toepassen N2N3
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren N2N3
Winkelvloer en presentatie beheren N2N3
Voorraad en derving beheersen N2N3
Veiligheidsbewustzijn N2N3
Samenwerkingsplatformen benutten N2N3

4 De niveauschaal

NiveauLabel AutonomieComplexiteit BereikKennisdiepte
N1Begeleid werkt onder toezicht en volgt instructieroutinematig, een variabele tegelijkeigen taakbasisbegrip, kent de termen
N2Toepassend werkt zelfstandig binnen vastgestelde kadersbekende situaties met beperkte variatieeigen rolwerkkennis, past standaardaanpak toe
N3Zelfstandig stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om inputmeerdere variabelen, enige ambiguiteiteigen team of procesgrondige kennis, weegt alternatieven
N4Sturend geeft anderen richting en beslist over de aanpakcomplex, met tegenstrijdige belangenmeerdere teams of een afdelingdiepgaande kennis, adviseert anderen
N5Toonaangevend zet de standaard en het beleidstrategisch, met hoge onzekerheidorganisatie, keten of vakgebiedautoriteit, ontwikkelt het vakgebied

5 Gedragsankers per skill

Ankers staan op N1, N3 en N5. N2 en N4 zijn bewust niet geankerd: beoordelaars plaatsen die daartussen, conform de O*NET-conventie.

SkillN1N3N5
Aansturen en sturing geven
Medewerkers duidelijk maken wat van hen wordt verwacht, opdrachten geven, kaders stellen en ingrijpen wanneer werk of gedrag afwijkt van de afspraak.
Geeft een collega een concrete opdracht met verwacht resultaat en tijdstip en controleert of de opdracht begrepen is.Stelt per teamlid verwachtingen en kaders vast, spreekt afwijkend gedrag direct aan en legt afspraken schriftelijk vast.Richt de sturingslijn voor de hele organisatie in, spreekt leidinggevenden aan op hun stijl en bepaalt wat goede sturing hier betekent.
Voortgangscontrole
Afspraken en werkstromen volgen, tussentijds meten of resultaten op schema liggen en tijdig bijsturen op basis van feiten en signalen.
Houdt een lijst met eigen taken bij en meldt bij de leidinggevende wanneer een afspraak dreigt te verschuiven.Bespreekt vaste voortgangsmomenten met het team, vergelijkt planning met realisatie en grijpt in bij afwijkingen.Ontwerpt de voortgangs- en rapportagestructuur voor de hele organisatie en bepaalt welke indicatoren op welk niveau worden gevolgd.
conflicthantering
Een verschil van belang of mening benoemen, de posities van betrokkenen verhelderen en met hen tot een werkbare afspraak komen.
Meldt een conflict bij de eigen leidinggevende en beschrijft feitelijk wat er is gebeurd en gezegd.Brengt partijen bij elkaar, scheidt standpunt van belang en legt de gemaakte afspraak en de opvolging schriftelijk vast.Bemiddelt in conflicten met grote belangen tussen afdelingen of partners en stelt organisatiebeleid voor conflictoplossing vast.
feedback geven
Concreet gedrag en het effect daarvan benoemen aan een ander, met een verzoek of voorstel, op een moment en manier die het gesprek mogelijk houden.
Geeft na een gezamenlijke taak aan wat een collega goed deed en noemt daarbij een concreet voorbeeld.Bespreekt ongewenst gedrag met de betrokkene, beschrijft feit, effect en verzoek en maakt een afspraak over vervolg.Voert feedback als werkwijze in bij meerdere teams, traint leidinggevenden erin en monitort of ongewenst gedrag eerder wordt besproken.
aanspreken op afspraken
Anderen benaderen wanneer afspraken of normen niet worden nagekomen, het verschil benoemen en samen een nieuwe afspraak vastleggen.
Spreekt een directe collega aan op een niet nagekomen afspraak en vraagt wanneer het alsnog gebeurt.Spreekt ook collega's buiten het eigen team aan op afspraken, benoemt het gevolg en volgt de nieuwe afspraak op.Spreekt bestuurders en partners aan op naleving van afspraken en verankert die praktijk in de werkwijze van de organisatie.
Richting vertalen naar doelen
Strategie en visie omzetten in concrete, meetbare doelen en resultaatafspraken voor teams en medewerkers, met een heldere ordening in tijd en prioriteit.
Zet een gegeven teamdoel om in eigen taken met een datum en bespreekt dit met de leidinggevende.Vertaalt afdelingsdoelen in meetbare resultaatafspraken per teamlid en legt vast hoe en wanneer voortgang wordt gemeten.Bouwt een organisatiebreed doelenstelsel waarin strategie, jaarplannen en teamafspraken op elkaar aansluiten en stelt de meetnormen vast.
Delegeren
Taken en bevoegdheden overdragen aan de juiste persoon, met heldere afspraken over resultaat, ruimte en terugkoppeling, zonder het werk zelf over te nemen.
Draagt een afgebakende taak over aan een collega en legt uit welk resultaat en welke termijn gelden.Kiest per taak wie voldoende kan en mag, spreekt beslisruimte af en laat de uitvoering bij de ander.Legt vast welke bevoegdheden op welk niveau in de organisatie horen en bewaakt dat mandaten consequent worden benut.
Prestatiegesprekken voeren
Gesprekken over functioneren en resultaten voorbereiden en voeren, met feitelijke voorbeelden, wederzijdse toetsing en vastgelegde afspraken over verbetering of vervolg.
Bereidt een gesprek voor met twee concrete voorbeelden van werk en vraagt de leidinggevende mee te lezen.Voert jaargesprekken zelfstandig, onderbouwt het oordeel met feiten en legt verbeterafspraken met termijn schriftelijk vast.Stelt de gesprekscyclus en beoordelingsnormen voor de organisatie vast en toetst steekproefsgewijs de kwaliteit van vastgelegde oordelen.
Coachen
Medewerkers met vragen, spiegeling en feedback laten nadenken over eigen gedrag en keuzes, zodat zij zelf een volgende stap in hun werk zetten.
Vraagt een collega na een klus wat goed ging en wat die volgende keer anders zou doen.Voert coachgesprekken met open vragen, benoemt patronen in gedrag en laat de ander zelf een leerdoel formuleren.Leidt leidinggevenden op in coachend gedrag, begeleidt intervisie en bepaalt hoe coaching in de organisatie wordt ingezet.
Plannen en organiseren
Werkzaamheden, mensen en middelen in de tijd zetten, prioriteiten bepalen en afhankelijkheden regelen zodat afgesproken resultaten op tijd gehaald worden.
Maakt een dag- of weekindeling voor eigen taken en houdt zich aan afgesproken volgorde en tijden.Plant het werk van het team voor meerdere weken, verdeelt taken en herschikt bij verstoringen zonder deadlines te missen.Stelt de planningsystematiek voor de organisatie vast, verbindt jaarplan, capaciteit en budget en beslist bij conflicterende claims.
Capaciteits- en resourceplanning
Beschikbare uren, kwalificaties en middelen afzetten tegen verwacht werkaanbod en de bezetting zo verdelen dat pieken en tekorten beheersbaar blijven.
Vult de bezettingslijst in volgens het rooster en meldt gaten in de planning bij de planner.Berekent benodigde uren en kwalificaties per periode, maakt een bezettingsplan en onderbouwt aanvragen voor extra inzet.Ontwikkelt het capaciteitsmodel voor de hele organisatie, koppelt dit aan vraagprognoses en beslist over structurele inzet van flexibele capaciteit.
Continu verbeteren
Kleine verbeteringen in het dagelijkse werk opsporen, uitproberen, meten en vasthouden, samen met de mensen die het werk uitvoeren.
Draagt verbeterideeën aan in het werkoverleg en probeert een voorgestelde kleine aanpassing in het eigen werk uit.Organiseert korte verbetercycli in het team, meet het effect van een aanpassing en borgt wat werkt in de werkinstructie.Verankert continu verbeteren als werkwijze in de hele organisatie, leidt verbetercoaches op en rapporteert opbrengsten aan de directie.
Planning van operationele processen
Verdeelt werk, mensen en middelen over de tijd zodat de gevraagde productie of dienstverlening met de beschikbare capaciteit wordt gehaald.
Vult het dagrooster in volgens de vaste planningsregels en meldt knelpunten in de bezetting aan de planner.Maakt de weekplanning voor een team, weegt piekdrukte en verzuim mee en herplant bij verstoringen.Bepaalt het planningsmodel voor meerdere afdelingen en beslist over capaciteitsuitbreiding of uitbesteding van werk.
Gastvrijheidsverlening
Ontvangt en bedient gasten, herkent hun wensen, adviseert over het aanbod en handelt klachten ter plekke op passende wijze af.
Ontvangt gasten volgens de huisstijl, neemt de bestelling op en legt vragen over het aanbod voor aan een collega.Speelt zelfstandig in op wensen en klachten van gasten, adviseert over het aanbod en herstelt de beleving na een fout.Bepaalt de gastvrijheidsstandaard van de organisatie, meet de gastbeleving en traint medewerkers op de vastgestelde servicenormen.
Kassa en betaalverwerking
Verwerkt betalingen aan kassa of pinautomaat, geeft bonnen en retouren correct af en sluit de kassa aan het eind van de dienst af.
Verwerkt contante en pinbetalingen volgens instructie en legt afwijkingen in de kassa voor aan de leidinggevende.Sluit zelfstandig de kassa af, verklaart kasverschillen en handelt retouren en kortingen binnen de eigen bevoegdheid af.Stelt de kassa- en betaalprocedures voor alle vestigingen vast, beperkt het kasrisico en toetst de naleving met steekproeven.
psychologische veiligheid bevorderen
Zo handelen dat anderen fouten, twijfel en kritiek kunnen uitspreken zonder nadeel, door eigen reacties voorspelbaar te houden en opvolging te geven.
Reageert rustig wanneer een collega een fout meldt en bedankt die persoon voor de melding.Vraagt in het team expliciet naar twijfel en tegengeluid, benoemt eigen fouten en koppelt terug wat met signalen is gedaan.Meet in de organisatie of mensen zich veilig voelen om zich uit te spreken en stuurt leiderschapsgedrag op die uitkomsten.
Verzuim en werkvermogen begeleiden
Verzuimgesprekken voeren, werkvermogen en belastbaarheid volgen en samen met bedrijfsarts en betrokkene afspraken maken over herstel en terugkeer in werk.
Meldt verzuim volgens de vaste procedure en houdt contact met de afwezige collega volgens afgesproken momenten.Voert verzuimgesprekken zonder naar medische details te vragen en stelt met de bedrijfsarts een plan van aanpak op.Stelt het verzuim- en vitaliteitsbeleid van de organisatie vast, volgt oorzaken over afdelingen heen en stuurt op structurele oorzaken.
Teamontwikkeling
Een groep tot samenwerkend team maken door rollen, onderlinge verwachtingen en werkafspraken te bespreken en spanningen in de samenwerking aan te pakken.
Doet actief mee aan teamafspraken en benoemt in het teamoverleg wat de samenwerking makkelijker zou maken.Bespreekt rollen en irritaties in het team, maakt werkafspraken en evalueert die na een afgesproken periode.Ontwikkelt de samenwerkingsstandaard tussen teams en afdelingen en begeleidt leidinggevenden bij vastgelopen samenwerking in de organisatie.
Omgaan met werkdruk
Houdt bij een oplopende hoeveelheid werk het overzicht, maakt keuzes in wat wel en niet doorgaat en legt de gevolgen van die keuzes voor.
Geeft aan de begeleider door dat het werk niet binnen de tijd past en volgt de gemaakte keuze.Schrapt of verschuift bij drukte zelf taken op basis van belang, legt dat vast en bespreekt de gevolgen met opdrachtgevers.Herverdeelt werk en capaciteit over afdelingen bij structurele overbelasting en stelt normen vast voor houdbare werkverdeling.
Begeleiden op de werkvloer
Begeleidt een collega of leerling tijdens het echte werk, geeft gerichte feedback op wat is gezien en bouwt de zelfstandigheid stap voor stap uit.
Werkt naast een nieuwe collega, wijst op afwijkingen in de handeling en meldt de voortgang aan de praktijkopleider.Stemt met de begeleide af welke taken zelfstandig gaan, observeert gericht en bespreekt na het werk twee concrete leerpunten.Richt de praktijkbegeleiding voor de organisatie in, leidt begeleiders op en houdt de kwaliteit van hun begeleiding in beeld.
Kwaliteitsmanagementsysteem toepassen
Werkt volgens vastgelegde procedures en normen, registreert afwijkingen en voert verbeter en auditacties uit binnen het kwaliteitssysteem.
Volgt de voorgeschreven procedure bij het eigen werk en registreert een afwijking in het meldsysteem.Voert interne audits uit op een proces, benoemt de oorzaak van afwijkingen en volgt verbetermaatregelen af.Bouwt het kwaliteitssysteem van de organisatie op, stelt de normen vast en draagt het uit naar de certificerende instantie.
Serviceniveaus en prestatie-indicatoren beheren
Spreekt meetbare service en prestatienormen af, meet de realisatie en onderneemt actie wanneer afgesproken niveaus niet worden gehaald.
Leest het prestatieoverzicht en meldt welke afspraak in de afgelopen week niet is gehaald.Stelt indicatoren en normen op voor een dienst, rapporteert per periode en voert verbeteracties uit bij afwijking.Bepaalt het stelsel van serviceniveaus voor de organisatie en onderhandelt die met klanten en leveranciers.
Winkelvloer en presentatie beheren
Richt de winkelvloer in volgens presentatierichtlijnen, houdt schappen gevuld en ordelijk en past de presentatie aan bij acties en seizoen.
Vult schappen aan volgens het schappenplan en houdt de vloer schoon en toegankelijk voor klanten.Past zelfstandig de presentatie aan bij acties en verkoopcijfers en verdeelt het werk op de vloer over de dienst.Bepaalt de presentatieformule voor de winkels, toetst de uitvoering per vestiging en verbetert die op basis van verkoopdata.
Voorraad en derving beheersen
Bestelt en registreert voorraad in winkel of keuken, beperkt bederf en breuk en verklaart verschillen tussen verwachte en werkelijke voorraad.
Registreert afgeschreven producten volgens procedure en meldt opvallende verliezen aan de leidinggevende.Analyseert zelfstandig de dervingcijfers per productgroep, past bestelhoeveelheden aan en spreekt collega's aan op verspilling.Stelt dervingnormen en bestelrichtlijnen voor alle vestigingen vast en stuurt op een meetbare verlaging van verspilling.
Veiligheidsbewustzijn
Let tijdens het werk voortdurend op onveilige situaties en handelingen, spreekt anderen daarop aan en kiest ook onder tijdsdruk de veilige werkwijze.
Volgt de veiligheidsregels van de werkplek en vraagt na bij twijfel over een handeling.Herkent zelf onveilige situaties in het eigen proces, grijpt in en spreekt collega's aan zonder het werk stil te leggen.Zet de veiligheidsnorm voor de organisatie, maakt veiligheid bespreekbaar op elk niveau en stuurt op gedrag en cultuur.
Samenwerkingsplatformen benutten
Werkt samen in digitale platformen door bestanden te delen, taken en kanalen in te richten en afspraken over online samenwerking te volgen.
Deelt bestanden en berichten in het aangewezen kanaal en volgt de instructie over rechten en bewaarplaatsen.Richt kanalen, taakborden en rechten in voor een team en spreekt collega's aan op afspraken over online samenwerking.Bepaalt het organisatiebeleid voor digitale samenwerking en stuurt de invoering van nieuwe samenwerkingsvormen aan.

6 Meetmethoden en validiteit

De validiteiten zijn de gecorrigeerde meta-analytische schattingen van Sackett, Zhang, Berry en Lievens (2022) in het Journal of Applied Psychology. Die vervangen de oudere cijfers van Schmidt en Hunter (1998). De spreiding is even belangrijk als het gemiddelde: bij een hoge SD varieert de validiteit sterk per context.

MeetmethoderhoSDWat het is
Assessment center 0.29 0.09 Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Structureerd interview 0.42 0.19 Gedragsgericht interview met vaste vragen en een beoordelingsschaal per vraag.
Simulatie - - Nagebootste werksituatie, meestal digitaal, met gestandaardiseerde scoring.
Werkproef 0.33 0.09 De kandidaat voert een representatief werkfragment uit onder gestandaardiseerde condities.
Praktijkobservatie - - Gestructureerde observatie op de werkplek met een formulier op basis van gedragsankers.
360 feedback - - Meerdere beoordelaars rondom de betrokkene beoordelen gedrag op gedragsankers.
Situational Judgement Test 0.12 0.11 Scenario met responsopties, gescoord op kennis of op gedragstendens.

7 Meetinstrumenten voor deze functie

hrmforce instrumentSkillsWat het meet
Competency Check17Competentiebeoordeling op gedragsniveau
360 Feedback14Meervoudige beoordeling op gedragsankers
Werkproef10Representatief werkfragment onder gestandaardiseerde condities
Big Fifty5Persoonlijkheidsvragenlijst, 150 items, 25 factoren
Kennistoets (klantspecifiek)5Toets van vakkennis, per klant samengesteld
Pulse Survey4Periodieke meting op team- en organisatieniveau
Ontwikkelgesprek3Gestructureerd ontwikkelgesprek
Conflictstijlen1Voorkeursstijl in conflictsituaties
Communicatiestijlen1Voorkeursstijl in communicatie
Kleurenprofiel (Jung)1Vier kleurentypen, gekoppeld aan Big Fifty-factoren

8 Hoe je dit profiel gebruikt

  1. Stel het profiel vast met de leidinggevende voordat de eerste kandidaat wordt gemeten. Gewichten die je achteraf verschuift, maken de uitkomst onverdedigbaar.
  2. Kies per skill de meetmethode uit kolom Meetmethode. Combineer maximaal drie methoden per kandidaat.
  3. Kalibreer de beoordelaars in een sessie van twee uur met de gedragsankers uit hoofdstuk 5. Ankers zonder beoordelaarstraining leveren weinig op.
  4. Vul de matchcalculator en bespreek de gaps in het ontwikkelgesprek. Type A en type G zijn selectiecriteria, geen ontwikkeldoelen van een kwartaal.

Bron: hrmforce Skills Framework 2.0, versie 2.0.0, gebouwd op 2026-09-08. Crosswalks naar ESCO v1.2.1, O*NET 31.0, Lightcast Open Skills, SFIA 9, DigComp 3.0, EntreComp, LifeComp, GreenComp, AILit, WEF Future of Jobs 2025, ISCO-08 en de Beroepenindeling ROA-CBS 2014 editie 2025. Dit profiel is een startpunt, geen norm: stem het af op de eigen organisatie voordat je ermee selecteert.

hrmforce · hrmforce.com · FN0210