+31 (0)88 88 321 88
HomeBegrippenlijst
Begrippenlijst

Assessmentbegrippen helder uitgelegd

Van validiteit tot Big Five: de belangrijkste termen rond assessments en talentmanagement, kort uitgelegd.

Assessment

Een gestructureerde meting van capaciteiten, persoonlijkheid of gedrag om objectiever te selecteren of te ontwikkelen.

Validiteit

De mate waarin een test daadwerkelijk meet wat hij zegt te meten.

Betrouwbaarheid

De mate waarin een test consistent en reproduceerbaar meet.

Normgroep

Een referentiegroep waarmee een individuele score wordt vergeleken om betekenis te krijgen.

Big Five

Het meest onderzochte persoonlijkheidsmodel met vijf dimensies: extraversie, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit, altruïsme en openheid.

Big Five →

DISC

Een toegankelijk model met vier gedragsstijlen: dominantie, invloed, stabiliteit en consciëntieusheid.

DISC →

Capaciteitentest

Meet het denk- en leervermogen, vaak onder tijdsdruk. Sterk voorspellend voor werkprestaties.

Capaciteitentest →

Persoonlijkheidstest

Brengt stabiele voorkeuren en gedrag in kaart. Er zijn geen goede of foute antwoorden.

Persoonlijkheidstest →

Drijfveren

Wat iemand motiveert en energie geeft in het werk. Bepalend voor betrokkenheid en fit.

Drijfveren →

360-graden feedback

Feedback op gedrag vanuit meerdere perspectieven: leidinggevende, collega's, klanten en zelfbeeld.

360-graden feedback →

Competentie

Een cluster van kennis, vaardigheden en gedrag dat nodig is om een taak of rol naar behoren uit te voeren.

Competentie →

Predictieve validiteit

De mate waarin een testscore toekomstig gedrag of prestaties voorspelt.

Percentielscore

Geeft aan welk percentage van de normgroep lager scoort. Percentiel 70 betekent: hoger dan 70% van de groep.

Situationele beoordelingstest (SJT)

Legt realistische werksituaties voor en meet welke aanpak iemand kiest.

Pre-employment assessment

Een meting vóór indiensttreding om te beoordelen of een kandidaat past bij de functie.

Gratis demo