Conceptueel denken
Verbindt losse gegevens en gebeurtenissen tot een samenhangend beeld en benoemt het onderliggende principe achter afzonderlijke gevallen.
Hoe hrmforce dit meet
- Meetmethode
- Assessment center · rho 0.29 (SD 0.09)
- hrmforce instrument
- Big Fifty, Competency Check
- Competentie (50-framework)
- Conceptueel denken
- Trainbaarheid
- middel
- Vraagontwikkeling 2026 tot 2030
- stijgend
Meerdere oefeningen, meerdere beoordelaars, dimensiegewijze scoring.
Dit is een selectiecriterium, geen ontwikkeldoel op korte termijn. Zet hier geen ontwikkelplan van drie maanden op.
Gedragsankers
| Niveau | Gedrag op dit niveau |
|---|---|
| N1 Begeleid | Herkent dat twee voorvallen op elkaar lijken en benoemt de gemeenschappelijke oorzaak in eigen woorden. werkt onder toezicht en volgt instructie · routinematig, een variabele tegelijk · eigen taak |
| N3 Zelfstandig | Vat verspreide signalen uit het eigen proces samen in een kernbegrip en maakt daarmee de aanpak voor het team begrijpelijk. stelt de eigen aanpak vast en vraagt zelf om input · meerdere variabelen, enige ambiguiteit · eigen team of proces |
| N5 Toonaangevend | Formuleert een nieuw begrippenkader voor een vraagstuk in de sector en brengt daarmee losse initiatieven onder een gedeelde noemer. zet de standaard en het beleid · strategisch, met hoge onzekerheid · organisatie, keten of vakgebied |
N2 en N4 zijn bewust niet geankerd. Beoordelaars plaatsen die tussen de ankers, conform de conventie van O*NET.
Onderliggende skills
Deze skills erven de meetroute en de gedragsankers van dit construct.
| T | Skill | Definitie | Vraagontwikkeling 2026 tot 2030 |
|---|---|---|---|
| G | Rode draad benoemen Grote lijn zien · Patroon benoemen · Rode draad | Benoemt in een reeks gebeurtenissen of dossiers het terugkerende patroon dat de afzonderlijke gevallen verbindt. | stijgend |
| G | Onderliggend principe herkennen Principe achter cases · Generaliseren | Herleidt losse voorbeelden tot het achterliggende principe en formuleert dat in een enkele stelling. | stijgend |
| G | Signalen tot een beeld verbinden Puzzelstukjes verbinden · Beeldvorming | Voegt losse observaties, meldingen en cijfers samen tot een samenhangend beeld van wat er speelt. | stijgend |
| G | Analogieen tussen domeinen gebruiken Analogiedenken · Vergelijking uit ander vak | Gebruikt een werkwijze of oplossing uit een ander vakgebied als vergelijking voor het eigen vraagstuk. | stijgend |
| G | Van casus naar algemene regel Generaliseren van casussen · Werkregel formuleren | Zet ervaringen uit afzonderlijke dossiers om in een werkregel die op vergelijkbare gevallen toepasbaar is. | stijgend |
| G | Hoofdlijn scheiden van detail Hoofd- en bijzaken scheiden · Abstraheren | Onderscheidt in een dossier wat de kern van de zaak is en wat detail is dat later kan. | stijgend |
| G | Kernbegrippen definieren Begripsafbakening · Definities vastleggen | Geeft in een discussie een werkbare definitie van de gebruikte begrippen zodat spraakverwarring verdwijnt. | stijgend |
| G | Vraagstuk kaderen Framing · Perspectief kiezen · Kaderen | Kiest bewust het kader waarin een vraagstuk wordt geplaatst en legt uit waarom dat kader past. | stijgend |